Op het eerste gezicht leek het een mooi huwelijk tussen telecombedrijven Qwest en KPN. KPNQwest, de joint venture van de twee bedrijven was een van de weinige die de ICT-crisis van 2001 redelijk wist te doorstaan. Uiteindelijk ging het concern toch failliet.
Beleggers hebben daardoor schade geleden.
Geen openheid van zaken
In de loop van 2005 werd duidelijk dat het onderzoek door de curatoren niet de gewenste openheid van zaken zou opleveren, mede als gevolg van de opstelling van de grootaandeelhouders KPN en Qwest en de voormalige bestuurders en commissarissen.
De VEB zag zich genoodzaakt zelf een juridische actie te starten en vroeg de Ondernemingskamer (OK) in augustus 2005 een onderzoek in te stellen naar het beleid en de gang van zaken bij KPNQwest. De OK oordeelde in december 2006 dat er gegronde redenen zijn om te twijfelen aan een juist beleid bij KPNQwest en gelastte een onderzoek.
Vertraging
De grootaandeelhouders en de voormalige bestuurders en commissarissen van KPNQwest proberen onverminderd het onderzoek te frustreren. Daardoor zijn de deskundigen nog altijd niet benoemd en kan het onderzoek niet worden gestart.
De VEB had al aangegeven de helft van het onderzoeksbudget te willen betalen, zodat het onderzoek van start zou kunnen gaan. De Ondernemingskamer heeft op 21 augustus 2008 echter beslist dat er voor de aanvang van het onderzoek zekerheid moet zijn over de betaling van het hele onderzoeksbudget. Komt die zekerheid er niet voor 31 oktober 2008, dan vindt het onderzoek niet plaats.
De VEB hoopt dat andere partijen nu ook eens over de brug zullen komen. Voor KPN, Qwest en de bestuurder en commissarissen is dit onderzoek immers de gelegenheid om hun naam te zuiveren, als hen werkelijk niets te verwijten valt.
'Niets staat onderzoek nog in de weg'
Tegen de beslissing van de OK van december 2006 om een onderzoek te gelasten is door KPN en Qwest cassatie ingesteld. In deze procedure heeft de advocaat-generaal op 20 juni 2008 zijn advies uitgebracht. Hij schaart zich in zijn advies achter de VEB en concludeert dat niets een onderzoek naar mogelijk wanbeleid bij KPNQwest nog in de weg staat.
In de zomer van 2010 treft de VEB een schikking met KPN en Qwest, de aandeelhouders van KPNQwest, schikking over de schade die beleggers hebben geleden door het faillissement in 2002. Voor caangesloten beleggers is een compensatie van 19 miljoen euro beschikbaar. Voorwaarde voor deze schikking is de intrekking van de enquêteprocedure die de VEB in 2005 tegen KPNQwest startte.
In eerste instantie weigert de Ondernemingskamer het onderzoek stop te zetten op gronden van maatschappelijk belang, daarin gesteund door de curatoren van KPNQwest.
Midden december 2010 oordeelt de Hoge Raad dat het verzoek van de VEB om het onderzoek naar het beleid en de gang van zaken bij het failliete KPNQwest te beëindigen, wel moet worden gehonoreerd. De Hoge Raad volgt daarmee het advies van de Het onderzoek is per direct beëindigd.
Begin 2011 legt de VEB het verzoek bij de Ondernemingskamer neer om het onderzoek daarwerkelijk als beëindigd te verklaren. Het is wachten op actie van de OK.
Procedurestappen KPNQwest
- 23 augustus 2005: Indiening enquêteverzoek
- 15 december 2005: Mondelinge behandeling
- 28 december 2006: Beschikking: onderzoek toegewezen
- 24 mei 2007: Verzoek afgewezen
- Oktober 2008: OK bepaalt of het onderzoek naar wanbeleid doorgang vindt
- November 2008: Onderzoek van start. VEB draagt de kosten van 500.000 euro
- 8 Juni 2010: Schikking bereikt
- 16 december 2010: Hoge Raad bevestigt schikking VEB inzake KPNQwest van 19 miljoen euro
- januari 2011: VEB verzoekt OK om onderzoek definitief te beëindigen