Beleggers wachten de eindbeschikking van de Ondernemingskamer af in de zaak die beleggers hebben aangespannen tegen Skipper, het investeringsvehikel dat het merendeel van de supermarktketen in handen heeft.
Beleggers hebben de OK gevraagd een billijke prijs vast te stellen voor hun aandelen Schuitema. Het bod van Skipper vinden zij veel te laag.
De Ondernemingskamer (OK) heeft eerder een aantal deskundigen ingehuurd om de waarde van de aandelen Schuitema te bepalen. Op basis van het door hen opgeleverde rapport, het zogenoemde deskundigenbericht, kon de OK in februari nog altijd geen billijke prijs van een aandeel Schuitema vaststellen. Zij wilde verdere informatie.
Tussenuitspraak (pdf)
Daarom hebben de onafhankelijke deskundigen, Hans Haanappel en Lou Traas, in april aanvullende vragen beantwoord van de rechters van de OK. Na de reactie van de VEB op deze antwoorden wordt het eindoordeel van de OK in de loop van de zomer verwacht. De dan vastgestelde prijs zal ook gelden voor beleggers die al voor 8 augustus 2008 hun aandelen hadden aangemeld, toen het bod nog EUR 20,11 per aandeel bedroeg.
Voorafgaand: het rapport
De onafhankelijke deskundigen, Hans Haanappel en Lou Traas, hebben begin december 2008 de billijke prijs vastgesteld op 26,85 euro per aandeel. Daarmee was hun conclusie dat Ahold een aanzienlijk hogere prijs voor haar 73 procent belang heeft ontvangen dan de 20,11 euro die Skipper, het investeringsvehikel van private equitymaatschappij CVC, de minderheidsaandeelhouders Schuitema wil bieden.
Skipper kon zich in die conclusie niet vinden. Daarom heeft op 18 december 2008 een tweede zitting plaatsgevonden waarin Skipper haar bezwaren op het deskundigenrapport heeft kunnen toelichten.
Duidelijkheid
De deskundigen wijken in hun waarderingsrapport af van de eerdere beschikking van de OK van 23 oktober 2008. In die beschikking bepaalt de OK dat de te behalen margeverbeteringen na de ombouw van C1000 winkels tot de Albert Heijn formule niet in de waarde van aandelen Schuitema tot uitdrukking hoeft te komen.
Tevens bepaalt de OK dat de waarde van de CKK-constructie niet in de berekening mag worden meegenomen. De deskundigen zijn, evenals de VEB, van mening dat deze elementen wel in de ondernemingswaarde van Schuitema dienen te worden meegenomen en hebben dit in hun rapport met valide (economische) argumenten onderbouwd. De OK vraagt deskundigen nu om tijdens een terechtzitting op deze twee punten duidelijkheid te verschaffen.
Wat de VEB vindt
De VEB is verheugd dat de OK ruimte biedt voor discussie over de eerder door haar ingenomen standpunten. De VEB hoopt dat een zitting op korte termijn kan plaatsvinden en dat de OK de deskundigen zal volgen in hun oordeel dat de billijke prijs 26,85 dient te bedragen.