Verliespolis. De voorgeschiedenis.
Miljoenen beleggingsproducten wisten de verzekeraars de afgelopen jaren te slijten. Ze profiteerden zelf flink mee door torenhoge, vaak verborgen kosten te berekenen. De VEB sloot allianties en kwam in actie.
Wat er ook gebeurt op de beurs, bezitters van beleggingsverzekeringen zijn voordat ze beginnen met beleggen al 40 procent van hun inleg kwijt aan premies, kosten en provisies.
Beleggingsverzekering, het klinkt veilig, maar zelfs de voorman van de verzekeraars Richard Weurding heeft toegegeven dat van elke via een beleggingspolis ingelegde euro uiteindelijk maar 60 cent belegd wordt: 12 cent is voor administratiekosten en kosten voor de beleggingsfondsen, 8 cent wordt toegerekend aan advieskosten en met de resterende 20 cent wordt een overlijdensrisicoverzekering betaald.
Het grootste deel van de beleggingsverzekeringen is afgesloten in combinatie met een hypotheek. Op dit moment hebben circa een miljoen huishoudens een beleggingshypotheek lopen, tegen slechts 26.000 tien jaar geleden. Volgens toezichthouder AFM krijgen verzekeraars in totaal jaarlijks 16 miljard euro aan premies binnen voor beleggingsverzekeringen. Als we de overlijdensrisicoverzekering buiten beschouwing laten, blijft er voor de verzekeraars ruim 3,2 miljard euro over.
Overheid hielp mee
De populariteit van beleggingsverzekeringen is niet alleen aangewakkerd door de hoge provisies voor de tussenpersonen, ook de overheid helpt een handje mee. Wie naast het pensioen extra geld wil sparen voor later en gebruik wil maken van de fiscale vrijstelling voor de vermogensrendementsbelasting komt automatisch terecht bij een verzekeraar. Maar wat blijkt, door de hoge kosten levert deze vrijstelling de klant nauwelijks iets op. Als hij het geld belegd had via een beleggingsrekening en een aparte overlijdensrisicoverzekering had afgesloten, was hij voordeliger uit geweest. De fiscale tegemoetkoming verdwijnt dus in de diepe zakken van de verzekeraar.
Hoewel eerder al bekend was dat verzekeraars erg veel kosten in rekening brengen bij beleggingsverzekeringen, is het toch opvallend dat de verzekeraars er nu opeens zelf mee naar buiten komen. Onder druk van de publieke ophef over de hoge kosten was er blijkbaar geen weg terug. Ook in de conclusies van het AFM-onderzoek eerder dit jaar werd al gesproken over het feit dat een belangrijk deel van de inleg niet wordt belegd, maar opgaat aan kosten en provisies. Verder bleek de informatieverstrekking vaak onvolledig, ontoereikend en onjuist. Bovendien handelen de verzekeraars nauwelijks in het belang van de belegger. Minister Zalm noemde in een brief aan de Tweede Kamer de resultaten van het onderzoek dan ook “zorgwekkend”.
Transparantie ver te zoeken
Doordat AFM gebonden is aan haar geheimhoudingsplicht en geen fouten per verzekeraar noemt, is de hele verzekeringssector verdacht en weten klanten niet waar ze aan toe zijn. De verzekeraars hebben oud-minister en voormalig verzekeringsombudsman Job de Ruiter in stelling gebracht om aanbevelingen te doen over de transparantie van beleggingspolissen. Hiermee proberen de verzekeraars de schade voor nieuwe polissen enigszins te herstellen, maar feit blijft dat veel bestaande klanten zich misleid voelen door de hoge kosten.
Al jarenlang zijn verzekeraars op z’n minst schimmig over de kostenstructuur bij beleggingspolissen. De huidige Verzekeringsombudsman Jan Wolter Wabeke schreef dit jaar nog in het jaarverslag dat ondanks richtlijnen uit 1994, 1998 en 2001 de transparantie “in de Nederlandse verzekeringsbranche nog steeds niet goed gerealiseerd” is. Op basis hiervan “sluimeren” er volgens hem “dus nog veel potentiële geschillen”. Vooral door het gebrek aan openheid over de kosten bij het afsluiten van de polissen en de gebrekkige en foutieve informatievoorziening hebben de verzekeraars de polishouders mogelijk voor vele miljoenen euro benadeeld.
Organisaties bundelen zich
De Vereniging van Effectenbezitters heeft daarom samen met de Consumentenbond, Independer.nl en de Vereniging Eigen Huis een platform opgericht dat onderzoek gaat doen naar de informatieverstrekking aan polishouders door de verzekeraars en de tussenpersonen. In totaal vertegenwoordigen deze organisaties ruim 1,3 miljoen leden.