Bestaande ratings voor beleggingsfondsen zijn voornamelijk gebaseerd op historische resultaten met weinig voorspellende waarde. De VEB introduceert daarom haar eigen rating met een unieke benadering.
Uit onderzoek van Millward Brown blijkt dat beleggingsfondsen de belangrijkste beleggingscategorie in Nederland vormen. Maar liefst drie op de vier particuliere beleggers bezit beleggingsfondsen. Een kwart van beleggend Nederland maakt er zelfs uitsluitend gebruik van. Uiteindelijk wordt van het totaal belegde vermogen 43 procent in beleggingsfondsen aangehouden.
De mogelijkheid om zonder veel moeite en (transactie)kosten een goede spreiding aan te brengen in een portefeuille is vaak een belangrijke reden om beleggingsfondsen te kopen. Daarnaast hopen beleggers te profiteren van de kennis en kunde van een professionele belegger, van wie wordt verwacht dat hij of zij in staat is superieure resultaten te behalen. In de praktijk blijken beleggers echter nogal eens bedrogen uit te komen.
Een passend en goed presterend beleggingsfonds selecteren is dan ook geen makkelijke opdracht. Het kiezen van een beleggingsfonds vereist minimaal het bestuderen van het beleggingsbeleid en de evaluatie van de kwaliteiten en prestaties van de fondsbeheerder. Het aanbod van fondsen is echter zo groot dat dit een onmogelijke taak is. Wereldwijd zijn er ruim 150.000 beleggingsfondsen, waarvan 279 beleggingsfondsen genoteerd aan Euronext Amsterdam. Weliswaar een bescheidener aantal, maar nog altijd te veel om allemaal volledig te doorgronden.
Eenzijdige ratingmethodiek
Het is dan ook begrijpelijk dat beleggers een eenvoudig te gebruiken houvast zoeken bij de selectie van een fonds. Een belangrijk hulpmiddel is een beleggingsfondsenrating. Een van de belangrijkste aanbieders van een dergelijke rating is Morningstar. Door middel van een aantal sterren wordt een oordeel gegeven over een beleggingsfonds. Dat oordeel komt echter volledig tot stand op basis van historische rendementen en risico’s en dat is een grote zwakte van de gebruikte methodiek.
Uit diverse onderzoeken blijkt dat rendementen uit het verleden weinig voorspellende waarde hebben. Als die er al is, geldt dat alleen voor de korte termijn. Het is daarom gevaarlijk om een rating alleen te baseren op historische resultaten. Dat resultaten uit het verleden geen enkele garantie bieden voor de toekomst, is hier zeker van toepassing.
VEB-fondsenrating
De VEB heeft op grond van eigen onderzoek geconcludeerd dat kosten wel een relevante factor zijn voor het toekomstig presteren van een beleggingsfonds. De uitkomst van dit onderzoek wordt ondersteund door meerdere studies die in het verleden gedaan zijn. De onderzoeksresultaten en het huidige aanbod aan ratings hebben de VEB geïnspireerd tot de ontwikkeling van een eigen fondsenrating.
De VEB-rating per fonds
De VEB-fondsenrating zal beleggingsfondsen door middel van een aantal sterren een rating gaan toekennen. Het maximale aantal sterren is vijf, terwijl een fonds altijd minimaal één ster krijgt zolang het voldoet aan de criteria. Belangrijkste criterium is dat een fonds minimaal drie jaar bestaat. Verder moet het fonds ingedeeld kunnen worden in een groep met vergelijkbare fondsen. Is dit niet het geval, dan zal er geen rating gegeven worden.
De rating wordt toegekend op basis van een drietal factoren. Veruit de belangrijkste is het kostenniveau van een beleggingsfonds. De andere twee factoren zijn rendement en risico. Alle drie de factoren bestaan zelf weer uit twee onderdelen. Zodoende ontstaat er een rating die een brede basis kent en niet volledig afhankelijk is van al geleverde prestaties.
Het totale universum aan fondsen wordt opgedeeld in vier hoofdcategorieën: aandelen, obligaties, vastgoed en mix. Deze hoofdcategorieën worden ieder weer onderverdeeld in categorieën met zo veel mogelijk onderling vergelijkbare fondsen.
Kosten belangrijkste factor
De kosten van een fonds vallen in twee delen uiteen, de Total Expense Ratio (TER) en Portfolio Turnover Ratio (PTR). De TER geldt als indicator van de totale exploitatiekosten van een beleggingsfonds en geeft dus een beeld van het totale kostenniveau. Transactiekosten blijven echter buiten beschouwing bij de berekening. Om toch een indicatie te krijgen van de kosten van effectentransacties wordt de PTR gebruikt. Dit is de zogenaamde omloopfactor van de portefeuille en geeft aan hoe actief een beheerder handelt in de portefeuille.
Alle fondsen worden binnen hun categorie gerangschikt op basis van zowel de TER als de PTR. De voordeligste fondsen ontvangen drie sterren, terwijl de duurste fondsen slechts één ster kunnen verdienen. Bij de toekenning van de sterren weegt de TER relatief het zwaarst mee, namelijk voor 75 procent. De PTR kent een weging van 25 procent.
Historische resultaten worden bij de beoordeling van de kwaliteit van een belegging vaak overschat. Het is daarom goed te beseffen dat fondsmanagers gemiddeld niet beter presteren dan de markt, dat is al vele malen overtuigend aangetoond. Als er sprake is van outperformance, houdt deze bovendien vaak maar korte tijd stand. Het is daarom zaak niet te ver terug in het verleden te kijken. Om consistentie in de prestaties te meten wordt bij het toekennen van de rating gebruikgemaakt van het rendement over één en drie jaar.
Beheerders die zowel op de korte als op de iets langere termijn goede resultaten hebben behaald worden op deze manier beloond en ontvangen daarvoor maximaal één ster. Wordt er onder de maat gepresteerd, dan zal dat ook voor de rating niets opleveren.
Bij het analyseren van een belegging kun je niet om de factor risico heen. Binnen de fondsenrating wordt risico gemeten aan de hand van de bewegelijkheid van de koers, de zogenaamde standaarddeviatie of volatiliteit, en het maximale verlies dat een belegger had kunnen realiseren. Beide risicomaatstaven worden gemeten over een periode van drie jaar. Een laag risico wordt gewaardeerd met één ster. De risicozoekende beleggers onder de fondsmanagers worden gestraft en krijgen geen ster.
Unieke methodiek
Door de sterren die zijn toegekend op basis van de factoren kosten, rendement en risico ontstaat een goed beeld van de kwaliteit van een beleggingsfonds. Een fonds met vijf sterren brengt de particuliere belegger niet alleen een redelijk tarief voor zijn werkzaamheden in rekening, maar biedt in ruil daarvoor ook zicht op een aantrekkelijk rendement bij een acceptabel risico.
Door een fondsenrating te ontwikkelen waarin niet alleen rendementen en risico’s worden meegewogen maar ook kosten een voorname rol spelen, komt de VEB met een uniek hulpmiddel voor beleggers. Ook deze rating is geen garantie voor absoluut succes. Die geeft echter wel een completere waardering van een beleggingsfonds dan bestaande ratings. De VEB verwacht dan ook dat deze nieuwe ratingmethodiek voor fondsen voor de Nederlandse belegger een nuttig hulpmiddel kan zijn bij de selectie van beleggingsfondsen die (ook) op de lange termijn naar tevredenheid presteren.