Ruim twee jaar na de ondergang van Lehman Brothers zijn de westerse beurzen weer op de niveaus van die beruchte septembermaand. Opkomende landen herstelden beduidend sneller.
Het heeft de ontwikkelde landen ruim twee jaar gekost om het grootste echec van de kredietcrisis, de ondergang van zakenbank Lehman Brothers, te boven te komen.
De MCSI World Index, een doorsnee van 1.660 ondernemingen uit 24 ontwikkelde landen als de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Japan, bereikte vlak voor het jaareinde een niveau dat sinds het Lehman faillissement op 15 september 2008 niet meer te zien was. Datzelfde geldt voor de brede Amerikaanse S&P 500.
Opkomende landen zijn niet alleen minder hard geraakt door de financiële crisis, zij zijn ook veel sterker hersteld. Waar zowel de MSCI World Index als de S&P 500 de beursklap van het faillissement van Lehman Brothers pas recent te boven zijn gekomen, zijn aandelen uit opkomende landen al weer ruim 30 procent gestegen.
De 21 opkomende landen opgenomen in de MSCI Emerging Market Index overwonnen deze klap al binnen een jaar en hebben sindsdien nog eens 31 procent koerswinst bijgeboekt.
Van de ontwikkelde markten heeft de beurs van Israël sinds Lehman de grootste koerswinst geboekt. Sinds september 2008 is de Israëlische beurs met 41 procent gestegen. De Zweedse beurs staat op de tweede plaats met een koerswinst van 37 procent. De Zweedse economie profiteert van haar exportsector en het relatief kleine Europese overheidstekort.
Het zal niet verbazen dat de beurzen van schuldenlanden Griekenland en Ierland de hekkensluiters zijn met koersverliezen van respectievelijk 54 procenten 34 procent sinds de val van Lehman.
Ook niet verrassend is dat vooral banken en verzekeraars het zwaar te verduren hebben gehad. Sinds Lehman staat deze sector nog altijd op een koersverlies van 20 procent. De AEX staat sedert de memorabele 15 september 2008 op een koersverlies van 10 procent. Het grote gewicht van de financials speelt daarin een belangrijke rol.
| HERSTEL NA LEHMAN FIASCO |
 |
Economisch leiderschap
Marktpartijen zien in het veel snellere herstel van de beurzen van opkomende economieën als Brazilië en Turkije een bewijs dat het economisch leiderschap aan het verschuiven is. De economische activiteit in deze landen is bij lange na niet zo diep teruggevallen, terwijl het herstel ook veel sneller en heviger is geweest.
Door het voeren van een goedkoop geldpolitiek en fiscale stimuli hebben Westerse centrale banken en overheden de aandelenbeurzen weer van het nodige optimisme voorzien. In percentages is het herstel fenomenaal.
De MSCI World Index heeft sinds het dieptepunt van maart 2009 een rally van 86 procent achter de rug. Uiteraard hebben ook de aanhoudende goede ontwikkelingen in de opkomende economieën de beurzen van de ontwikkelde landen het nodige vertrouwen gegeven.
Ondanks deze stevige rally noteert de MSCI World Index nog altijd ruim 30 procent onder de ‘all time high' die in oktober 2007 werd neergezet. De S&P 500 ligt 20 procent onder de hoogste stand ooit. De AEX moet nog bijna verdubbelen om tot de top van 5 september 2000 (698 punten) te geraken.
Bubble?
Niet iedereen is zo positief over het herstel van de Westerse aandelenmarkten. Kritiekpunt is dat veel te weinig van het geld dat door de centrale banken in de economie is gepompt wordt aangewend voor daadwerkelijke investeringen in de reële economie. In plaats daarvan wordt het ‘geparkeerd' in allerlei financiële activa.
Dat zou op een nieuwe bubbel kunnen duiden.