Focus op IT-beheersing, commissarissen en beloning
Beleggers willen meer openheid bedrijven over IT-plannen
17 december 2009
U heeft waarschijnlijk niet de juiste FlashPlugin geinstalleerd.
De laatste versie kun u
hier verkrijgen.
U wordt dan naar een andere pagina doorverwezen waar u de juiste plugin kunt downloaden en installeren.
Het zou ook kunnen dat javascript uit staat in uw browser. Deze dient u aan te zetten.
Beursgenoteerde ondernemingen moeten aandeelhouders meer informatie geven over de risico's die zij lopen ten aanzien van hun IT-systemen. Het recente verleden leert dat bedrijven regelmatig problemen ondervinden door ambitieuze IT-plannen. Informatie hierover is van essentieel belang voor aandeelhouders.
De risicobeheersing van automatisering is een van de speerpunten die de VEB komend jaar gaat hanteren om bedrijven te beoordelen. Daarnaast besteedt de VEB extra aandacht aan taken en verantwoordelijkheden van de commissarissen en de beloning van bestuurders.
IT-plannen
Veel bedrijven struikelen over ambitieuze IT-plannen. Zo begon de lijdensweg van Samas op het moment dat een nieuw systeem niet functioneerde. Van Lanschot Bankiers maakte onlangs bekend al 55 miljoen euro te hebben afgeschreven op automatiseringsproject Drive (totale kosten 100 miljoen euro) dat uiteindelijk niet eens geschikt bleek voor implementatie.
Speerpuntenbrief
Ieder jaar stuurt de VEB alle beursgenoteerde bedrijven in Nederland een brief met haar speerpunten. In de speerpuntenbrief heeft de VEB dit jaar de volgende onderwerpen onder de aandacht van bestuurders en commissarissen gebracht.
De VEB Speerpuntenbrief 2010 (pdf)
Afgelopen jaar liet de VEB bedrijven weten vooral te kijken naar kredietafspraken, strategie en beloning. Dat blijkt achteraf geen overbodige luxe. Een fors aantal bedrijven kwam afgelopen jaar in conflict met de banken door (bijna) schending van de voorwaarden die aan verkregen kredieten verbonden waren. Dit heeft geleid tot een fors aantal nieuwe kredieten en aandelenemissies.
Speerpunten 2010 op een rij
Commissarissen: scherper toezicht, betere verantwoording
De raad van commissarissen (rvc) houdt toezicht op het bestuur en staat deze met raad en daad bij. Zowel in het jaarverslag als in de aandeelhoudersvergadering constateert de VEB echter dat de verantwoording over hun taakuitoefening in het algemeen onvoldoende is.
Vooral op discussies over de strategie (waaronder overnames en desinvesteringen), doelstellingen en risico’s van de onderneming wordt in het jaarverslag nauwelijks ingegaan.
De VEB dringt aan op een inhoudelijke uiteenzetting en heldere motivering van (voor)genomen strategische beslissingen.
Slecht toezicht openbaart zich meestal pas als het al te laat is. Afgaand op recente gebeurtenissen bij bijvoorbeeld Heijmans (falend risicobeleid), Wessanen (commissarissen kenden arbeidscontract van voormalig ceo Ad Veenhof niet), InnoConcepts (belangenverstrengeling en discutabele boekhoudpraktijken) is de vraag gerechtvaardigd of commissarissen wel voldoende betrokken zijn bij de bedrijfsvoering. Ook bij de financials ING, Aegon en SNS Reaal en bij de faillissementen van Van der Moolen en Nedfield is het de vraag of commissarissen wel kritisch optreden en beschikken over voldoende (bedrijfsspecifieke) kennis om adequaat toezicht te houden.
Risicomanagement: risicoprofiel en IT systemen
Risico- en controlesystemen van vele ondernemingen hebben onvoldoende gefunctioneerd. Dit terwijl de meeste ondernemingen in 2008 nog wel een “in control statement” hadden afgegeven. Voor beleggers is inzicht in de risico’s van een onderneming essentieel.
Ook een heldere beschrijving van de omgevingsfactoren waar de onderneming mee in aanraking komt, is van groot belang. De VEB dringt er op aan om ten minste de vijf grootste risico’s aan te geven alsmede de potentiële impact van een risicofactor. Ook moet duidelijk zijn welke contingency plannen de onderneming als tegenwicht te bieden heeft.
De werking van IT systemen binnen de risico- en controlesystemen verdient speciale aandacht. Ondanks de grote afhankelijkheid van informatietechnologie constateert de VEB dat ondernemingen nauwelijks informatie verschaffen over de risico’s die bestaan ten aanzien van de IT-infrastructuur. De VEB vraagt bedrijven deze risico’s in het jaarverslag concreet in kaart te brengen.
Ook is van belang hoeveel verschillende IT systemen in gebruik zijn (software portfolio) en uit welk jaar deze dateren. Het aangeven welke kosten verbonden zijn aan het beheer en onderhoud van deze systemen, alsmede welke investeringen voor de middellange termijn worden voorzien geeft additioneel inzicht in de IT infrastructuur.
Beloningsbeleid
Openheid over beloningen blijft voor veel ondernemingen een nauwelijks te nemen horde. Komend jaar is het voor vele “nieuwe ronde, nieuwe kansen”. Snel zal blijken of geleerd is van de druk vanuit aandeelhouders om beloningen te matigen, duidelijke prestatiecriteria te hanteren en transparant te zijn over de targets. In ieder geval zullen Randstad, Heineken en DSM tijdens de komende aandeelhoudersvergadering met een nieuw voorstel komen.
Alles over beloningen op bestuursvoorzitter.nl
De VEB zal erop blijven letten dat het variabele deel van de beloning afhankelijk is van vooraf bepaalde, kwantificeerbare, duidelijk meetbare en beïnvloedbare doelstellingen. Na afloop van het boekjaar waarover de variabele beloning is toegekend moet exact worden aangegeven hoe deze tot stand is gekomen.
mijn idee,
20-12-2009 17:12:17
Beloningsbeleid, i.c. Bonussen
Van: André Bongaards
Topbestuurders verdienen vaak veel geld, daarvoor zijn ze dan ook topbestuurders. Salarissen van soms wel enkele miljoenen per jaar zijn geen uitzondering. Daartegenover staat uiteraard een grote verantwoordelijkheid: de continuïteit van de onderneming.
In een organisatie heeft elke medewerker of medewerkster zijn of haar eigen functie, die goed moet worden uitgevoerd om het beoogde bedrijfsresultaat te kunnen realiseren. Daarbij speelt het geen rol, wat het afbreukrisico van de betrokkene is: een gering afbreukrisico heeft immers al zijn weerslag gevonden in een relatief matige beloning en omgekeerd. Wordt het planresultaat van de onderneming (precies) gehaald, dan zou je kunnen zeggen, dat ieder individueel lid van de organisatie daaraan zijn of haar bijdrage heeft geleverd. Dat geldt dan ook voor de bestuurder(s). Aangezien geen bovenplanmatig resultaat werd gescoord en er derhalve geen extra prestatie werd geleverd, zou een bonus voor alle medewerkers, inclusief de top, achterwege kunnen of zelfs moeten blijven. Echter, indien die extra prestatie meetbaar is geleverd, dan is het niet ongebruikelijk, dat de medewerkers daarvan profiteren in de vorm van een (vaak inkomensafhankelijke) bonus.
De laatste jaren is er een merkbare maatschappelijke irritatie ontstaan, doordat met name aan topmanagers uitgekeerde bonussen een zodanig niveau hebben bereikt, dat die niet meer in verhouding kunnen worden gebracht met de omvang van hun verantwoordelijkheid, de loonontwikkeling in het algemeen en/of de financiële ontwikkeling van de onderneming in kwestie. Erger nog wordt het, als hoge bedragen worden uitgekeerd aan ontslagen topmensen, omdat ze de hun toevertrouwde verantwoordelijkheid niet hebben kunnen waarmaken, terwijl ze toch gedurende hun aanwezigheid een beloning hebben ontvangen, alsof ze uitstekend zouden functioneren!
Maar ook de prestatiegerichte beloningen zijn doelwit van maatschappelijke kritiek en terecht. Het gaat daar, althans wat mij betreft niet eens zo zeer over de hoogte van die uitkeringen maar over de grenzenloze naïviteit, dat de betrokken bestuurder op zijn dooie eentje het extra succes zou hebben weten te bewerkstelligen. Wat een onzin! Het is in zeer veel gevallen zelfs zo, dat niet de kwaliteit van het topmanagement maar juist die van het middelmanagement bepalend is voor het succes van de onderneming. Daar worden veelal de ideeën geboren, uitgewerkt en onder de leiding van de leden van deze hiërarchische groep uitgevoerd. Natuurlijk, ook zij zullen veelal voor een extra betaling in aanmerking komen maar daar gaat het niet om: ter discussie staat de volledig afwezige relatie tussen de hoogte van de bonusbetalingen aan de top en die aan de overige medewerkers en medewerksters.
Er gaan stemmen op om een extra belastingtarief in het leven te roepen om de hoge uitkeringen af te romen. Er zijn ook mensen, die denken, dat zelfregulering via de Raad van Commissarissen de oplossing kan brengen. Ik heb in beide opties weinig vertrouwen: een repressief beleid in de vorm van meer fiscale afdracht zal mogelijk aanleiding zijn voor hogere bruto uitkeringen ter compensatie van het geleden “verlies”. Bovendien is het in het leven roepen van een extra IB tarief voor een relatief zeer kleine groep administratief en bestuurlijk ongewenst en in concreet financieel opzicht nagenoeg betekenisloos. Zelfregulering in de bestuurskamers van de grotere ondernemingen is een fictie, kijk maar naar het aantal ondernemingen, dat vrijwillig en geheel “Tabaksblatt” heeft geadopteerd!
Ik denk dat er een meer voor de hand liggende oplossing mogelijk is, die het maatschappelijk draagvlak van hoge extra beloningen sterk kan verbeteren, namelijk
participatie op basis van het relatieve afbreukrisico.
Ik ga er daarbij vanuit, dat de onderneming haar medewerkers en medewerksters betaalt conform de invloed, die zij op de uitvoering van de bedrijfsstrategie hebben, dat althans zou idealiter de beloningssituatie in de onderneming moeten zijn. Diezelfde verhouding zou dan ook moeten worden toegepast op de extra beloning.
Verdient een imaginaire topmanager bijvoorbeeld € 1.000.000 per jaar en het hoofd van zijn ICT-afdeling pakweg € 200.000, dan mag, in mijn optiek, de bonus van de topmanager vijf maal zo hoog zijn als die van het bedoelde afdelingshoofd. En veertig maal zo hoog als die van de postjongen, die een aangenomen€ 25.000 per jaar aan loon ontvangt.
Iets eenvoudiger voor te stellen is het, als de topmanager drie maanden extra salaris krijgt, want dan krijgt iedere medewerker of medewerkster die drie maanden van het eigen salaris natuurlijk ook maar het komt uiteraard op hetzelfde neer.
Als een dergelijke systematiek wordt toegepast, dan zal de discussie omtrent de extreem hoge extra beloningen zeker verstommen, omdat recht wordt gedaan aan het uitgangsprincipe, dat letterlijk iedere medewerker en medewerkster binnen zijn of haar mogelijkheden en verantwoordelijkheden mede het resultaat heeft bepaald.
Er bestaat voor mij geen twijfel over, dat het het beste zou zijn als een dergelijke maatregel wettelijk zou worden vastgelegd. Ter voorkoming van misverstanden: de wet zal niet moeten bepalen, dat productiviteitswinst sowieso moet worden uitgekeerd maar wel hoe dat dient te gebeuren als dat wel wordt gedaan. Indien de bedrijfstop extra wordt beloond, dan komt automatisch ook een beloning volgens de aangegeven methode voor alle anderen in de organisatie beschikbaar. Een dergelijk systeem doet niet alleen volledig recht aan de inbreng van alle collega’s maar heeft vrijwel altijd ook tot gevolg, dat daardoor de extreem hoge uitkeringen voor de top belangrijk lager zullen uitvallen. Men mag er immers van uitgaan, dat voor alle extra betalingen tezamen een bepaald maximumbedrag beschikbaar zal zijn.
Dezelfde wet zou ook een paragraaf moeten bevatten die voorkomt, dat slecht presterende managers bij vertrek met gouden handdrukken worden beloond en dat bij fusies en overnames uit te betalen premies volgens de bedoelde methode voor iedereen van toepassing zijn.
Noot: een hoger dan gepland bedrijfsresultaat komt –ceteris paribus- normaliter voort uit een verhoging van de productiviteit (meer waardeschepping tegen gelijke kosten, zelfde waardeschepping tegen lagere kosten en alle tussenvormen). Door automatisering en mechanisatie kan de bedrijfsleiding productieverbetering forceren. De kosten van de investering zullen overigens moeten worden goedgemaakt door lagere (loon-)kosten.
Een betere dan verwachte arbeidsinzet van het personeel zal echter ook productiviteitswinst opleveren. In het eerste geval zal het initiatief vooral bij de bedrijfsleiding hebben gelegen maar de uitwerking blijft vaak een kwestie van de gehele organisatie. In het tweede geval beperkt de rol van het topmanagement zich tot goed beheer (denk aan terugdringen arbeidsverzuim) en motivatie. Kortom, een hogere productiviteit kan alleen door de gehele organisatie worden bereikt.
Fondsen selecteren en zien

U heeft waarschijnlijk niet de juiste FlashPlugin geinstalleerd.
De laatste versie kun u
hier verkrijgen. U wordt dan naar een andere pagina doorverwezen waar u de juiste plugin kunt downloaden en installeren.
Het zou ook kunnen dat javascript uit staat in uw browser. Deze dient u aan te zetten.
Uitgelicht

Actie Shell
De afwikkeling van de Shell schikking is van start gegaan. Gedupeerde aandeelhouders kunnen nu hun claims indienen. Shell stelt totaal ruim 389 miljoen dollar ter beschikking aan de gezamenlijke gedupeerde beleggers buiten de Verenigde Staten.
lees verder »

Actie VDM
Aandeelhouders Van der Moolen zijn stelselmatig verkeerd ingelicht over de situatie bij het inmiddels failliete handelshuis. Een onderzoek moet duidelijkheid scheppen.
lees verder »

Actie Fortis
'De balans is in orde,' zei Fortis-ceo Votron. Een half jaar later waren aandeelhouders hun geld zo goed als kwijt. Een miljardendrama
lees verder »

Verliespolis
Miljarden euro's hebben verzekeraars verdiend aan beleggingsproducten. Door torenhoge, vaak verborgen kosten te berekenen. De VEB sloot allianties en kwam in actie.
lees verder »

Actie KPNQwest
Acht jaar na het faillisement van KPNQwest is de VEB op weg financiële compensatie voor gedupeerde beleggers te krijgen.
lees verder »

Actie World Online
World Online en de banken hebben bij de beursgang van World Online onrechtmatig gehandeld tegenover de beleggers.
lees verder »

Actie Landis
Landis heeft het beleggend publiek en de aandeelhouders onjuist, onzorgvuldig en niet tijdig geïnformeerd. De VEB heeft - ondanks het faillissement - een enquêteprocedure gestart.
lees verder »

Actie LCI
De Ondernemingskamer heeft geen wanbeleid kunnen vaststellen bij het failliete technologiebedrijf LCI.
Daarvoor was het onderzoek waarop de OK zich moest baseren te beperkt.
lees verder »