Het aantal beursgenoteerde bedrijven aan het Damrak neemt sinds de jaren tachtig gestaag af.
Aanstaande zaterdag brengen onderzoekers Jansen en Kraus van de VEB in beleggingsblad Effect daarvan een gedetailleerd overzicht. Met de lopende overnamestrijd rond Crucell en Roto Smeets komt aan de leegloop nog geen eind.
Waren het de laatste jaren vooral Europese bedrijven die in Amsterdam overnames deden (Danone-Numico, Rexel-Hagemeijer, Fortis-ABN Amro), het bod van Johnson & Johnson op Crucell zou wel eens een voorbode kunnen zijn van meer.
Dat komt omdat grote Amerikaanse bedrijven de laatste jaren veel geld hebben verdiend in Europa en dat dit geld niet zomaar naar huis kan worden gehaald.
Want Amerika mag dan ‘the land of the free’ zijn, een belastingparadijs voor internationaal opererende ondernemingen is het niet. Winsten die een Amerikaanse multinational ‘overseas’ behaalt, worden belast met een vennootschapsbelasting van 35 procent.
Dat is op dat van Japan na het hoogste ter wereld. Vandaar dat Amerikaanse bedrijven het geld dat zij in het buitenland verdienen graag daar houden. Dat kan door er overnames mee te doen, zoals Johnson & Johnson nu probeert het Nederlandse Crucell te kopen.
Rare constructies
Van de omzet van de bedrijven in de S&P 500 kwam tien jaar geleden nog 30 procent uit het buitenland, inmiddels is dat 40 procent. In 2005 werd om de economie te stimuleren het tarief tijdelijk verlaagd naar 5 procent.
Er vloeide toen maar liefst 430 miljard dollar terug naar de VS, die overigens grotendeels werden gebruikt om aandelen terug te kopen en dividend uit te keren. Het is dus maar de vraag in hoeverre de economie gestimuleerd is, maar beleggers waren er blij mee.
Er is kritiek op de regels, die soms leiden tot rare constructies. Zo leent het steenrijke Microsoft in VS geld in de vorm van obligaties, terwijl er in het buitenland geld genoeg is. Gelukkig voor Microsoft is de rente laag.
Het rijtje Amerikaanse bedrijven met meerdere miljarden in het buitenland zit vooral in de sectoren energie, technologie en farmacie. Behalve de hiervoor genoemde zijn dat bijvoorbeeld: Oracle, Apple, Google, Amgen, Bristol-Myers en General Electric. Zoek er de Nederlandse overnamekandidaten maar bij.
Philips
Zelfs een gigant als Philips is niet veilig. Voor General Electric (74 miljard dollar cash) is Philips een hapklare brok. Bovendien staan er van de 74 miljard dollar zo’n 12 miljard in het buitenland, al bijna de helft van de beurswaarde van Philips. Dat maakt het fiscaal ook nog eens interessant. Crucell zal niet het laatste doelwit zijn van een Amerikaanse multinational.
Fusies en overnames horen erbij en zijn vaak een gunstige exit voor de aandeelhouder, omdat kopende bedrijven vaak een (te) hoge premie op tafel willen leggen. Daar is dus niks op tegen, hoewel over de prijs van Crucell de meningen sterk verdeeld zijn.
Wat wel een probleem is, is het feit dat er zo weinig aanwas is op de beurs van Amsterdam. In New York en Parijs gaat het prima, maar het Damrak begint steeds meer op de koopjeskelder van NYSE Euronext te lijken.
Meer columns van Patrick Beijersbergen