Het kost moeite iemand te verzinnen wiens reputatie in kortere tijd ernstiger is beschadigd dan die van Alan Greenspan. Tiger Woods misschien? Klein bier. Oké, Judas verslaat hem. Greenspan werd bij zijn aftreden als voorzitter van de Federal Reserve in 2006 beschouwd als de beste centrale bankier in de geschiedenis van de wereld.
De man die de puzzel van inflatieloze groei had opgelost. Zijn biografie heette ‘Maestro’ – en iedereen wist wie daarmee werd bedoeld. Greenspan had nauwelijks zijn pasje bij de Fed ingeleverd of de door hem gecreëerde wereld stortte in: de langdurig laag gehouden Amerikaanse rente had een mondiaal kaartenhuis veroorzaakt, opgetrokken uit in hapklare brokken verpakte hypotheekschulden van armlastige Amerikanen.
Het stokken van de Amerikaanse huizenmarkt zorgde voor het zuchtje wind waardoor de zaak werd omgeblazen. Natuurlijk hadden vele bankiers, kredietbeoordelaars en toezichthouders schuld aan wat er gebeurde, maar niemand zo veel als de voormalige Fed-president. Hij was de wisselwachter die in slaap was gevallen.
Maar wat vindt Greenspan er zelf van? Wie dat wil weten moet zijn recente opstel ‘The Crisis’ downloaden van de website van het Brookings Institution. Het is kort, 48 bladzijden, en opvallend goed leesbaar – zeker voor Greenspan, die zijn vrouw vier keer ten huwelijk vroeg voor ze begreep wat hij van haar wilde.
En Greenspan is nog steeds een zeer intelligente waarnemer van macro-economische fenomenen – ook al heeft hij natuurlijk een eigen agenda. Die agenda blijkt bijvoorbeeld bij zijn analyse van de oorzaken van de Amerikaanse huizenbubbel. Volgens Greenspan was het niet de door de Fed gestuurde korte rente die de stijging van de huizenprijzen aanwakkerde, maar de dertigjaars hypotheekrente.
De correlatie van deze lange rente met de huizenmarkt was volgens de berekeningen van Greenspan in de eerste jaren van deze eeuw veel sterker dan die van de Fed-rente. En hoewel de korte en de lange rente historisch sterk met elkaar zijn verbonden, was die koppeling juist in die tijd losgelaten. Met andere woorden, Greenspans Fed stond niet aan de basis van de bubbel.
Maar had hij, toen de bubbel er eenmaal was, hem niet met agressieve renteverhogingen kunnen laten leeglopen? Natuurlijk, als de korte rente maar hoog genoeg wordt opgeschroefd – zeg naar 50 procent – krijg je iedere bubbel lek. Maar ten koste van zware economische neergang. En de ervaringen met de internetbubbel en eerdere hausses hadden Greenspan geleerd dat die prijs veel hoger was dan de opbrengst.
Dat bleek een dure inschattingsfout. Greenspans toekomstperspectief is ontnuchterend. “Behalve als we de maatschappelijke keuze maken dynamische markten en kredietverlening te vervangen door een vorm van centrale planning, vrees ik dat bubbels niet te voorkomen zijn.”
Alan Greenspan was niet de wisselwachter, maar ook gewoon maar een passagier in de trein die hij niet kon stoppen. Dat is misschien nog wel een enger beeld.
Meer columns van Jan Maarten Slagter