De VEB heeft een belangrijke maatschappelijke rol. Als vertegenwoordiger van met name particuliere beleggers ijveren we voor transparantie, goede corporate governance en eerlijke financiële markten.
Door onze vragen op aandeelhoudersvergaderingen, uitspraken in de pers en door juridische procedures wordt het beursgenoteerde bedrijfsleven gedwongen scherp te blijven en verantwoording af te leggen.
Dat is natuurlijk mooi en daar zijn we trots op. Maar we verliezen nooit uit het oog dat wij primair een belangenbehartiger zijn – we doen het voor onze achterban, beleggers in het algemeen en meer in het bijzonder onze leden, de mensen die ons in staat stellen dit, soms dure, werk te doen.
Overigens ben ik ervan overtuigd dat we ook maatschappelijk van het meeste nut zijn als we ons vizier strak gericht houden op onze eerste verantwoordelijkheid.
In die dubbele focus zit een spanning. Dit bleek afgelopen week bij de uitspraak van de Ondernemingskamer in de KPNQwest-zaak.
De Ondernemingskamer had een onderzoek bevolen naar de gang van zaken rondom het faillissement van deze kabelonderneming in 2002. De rekening van een dergelijk onderzoek gaat normaal gesproken naar het betreffende bedrijf, maar in dit geval weigerden de curatoren – namens de boedel – te betalen. Zij hadden hun pijlen gericht op schadevergoedingsprocedures in de Verenigde Staten en zagen geen enkel heil in onze Nederlandse procedure.
Uiteindelijk stelde de Ondernemingskamer een ultimatum: als niemand zich vóór 31 oktober 2008 zou melden met een half miljoen euro plus btw in de binnenzak, zou de procedure worden gestaakt.
Toen de curatoren niet thuis gaven, hebben we verschillende overheidsinstanties benaderd: het was toch wel heel onbevredigend dat dit onderzoek om budgettaire redenen niet door zou kunnen gaan.
Was hier, gezien het maatschappelijk belang bij openheid van zaken, niet ergens een potje voor te vinden? Ook het Openbaar Ministerie, dat in de enquêteprocedure kan tussenkomen als het algemeen belang dat vraagt, zag geen reden voor actie.
Drie dagen voor de deadline hebben we als VEB diep adem gehaald en de jaarcontributie van ruim negenduizend leden ter beschikking gesteld. Het was de enige manier om de 3.500 VEB-leden die door het faillissement van KPNQwest werden geraakt, een kans te geven op genoegdoening.
Het is dan ook wel zeer wrang dat de Ondernemingskamer nu heeft geoordeeld dat het “maatschappelijk belang, hier in het bijzonder de belangen van het beleggend publiek” beëindiging van de enquête in de weg staat. Dat is een voorwaarde voor de schikking die wij met betrekking tot KPNQwest zijn aangegaan.
Los van het feit dat de VEB bij uitstek dat belang – dat van het beleggend publiek – heeft gediend met de schikking: welke rol speelde het maatschappelijk belang toen er geld op tafel moest komen? We lijken gekke Gerritje wel.
Meer columns van Jan Maarten Slagter