Zoek

Pieter Wind, directeur marketingcommunicatie ING Investment Management

Over kammen en scheren

11-12-10

Over kammen en scheren

Er lijkt een nieuw buzzword in de beleggingsindustrie te ontstaan: ‘active share’. Als we recente perspublicaties mogen geloven, is dit de maatstaf die in beleggingsland de jongens onderscheidt van de mannen . Belangrijk nieuws dus voor beleggers in beleggingfondsen.

Active share is simpel de weging van de individuele titels in een portefeuille minus de weging van individuele titels van de desbetreffende benchmark. Uit onderzoek van Cremers en Petajisto blijkt dat fondsen met een hoge active share het beter doen dan fondsen met een lage active share. Koren op de molen van de toezichthouder die onder verwijzing naar dit onderzoek aangeeft dat fondesen met een lage active share, ofwel zogenaamde ‘index huggers’, beter vervangen kunnen worden door trackers.

Immers: dezelfde waar voor minder geld. De toezichthouder legt hier een heel ander verband, namelijk dat tussen de mate van activiteit en het kostenniveau.

Ik word altijd achterdochtig als een gouden kalf wordt aanbeden. Voor mij aanleiding om me eens te verdiepen in de aangehaalde studie. Wie de publicatie van Cremers en Petajisto doorneemt, ziet toch wel dat meer genuanceerde conclusies noodzakelijk zijn.

Gemakshalve wordt vergeten dat het wetenschappelijke onderzoek niet alleen active share meeneemt, maar gebaseerd is op de combinatie van active share met de ‘tracking error’.
Wel lijkt het active share gemiddeld genomen een belangrijke aanwijzing te zijn voor gemiddeld genomen relatief goede beleggingsresultaten.

Maar let wel, de studie heeft betrekking op Amerikaanse aandelenbeleggingsfondsen. Amerika kent een zeer brede markt met dito brede benchmarks. Aldus kunnen makkelijk hoge active shares worden bereikt, terwijl voldoende spreiding gehandhaafd kan worden; dit in tegenstelling tot de beperkte Nederlandse aandelenmarkt.

Het toepassen van conclusies op minder grote of zelfs kleine markten dient dus met enige omzichtigheid te gebeuren. Vergeten wordt verder dat de studie aangeeft dat de omvang van een fonds van invloed is op de hoogte van het active share.

Logisch, maar hierdoor lopen de op de Nederlandse aandelenmarkt georiënteerde grote beleggingsfondsen dus een dubbele achterstand op. Je zult maar meer dan een miljard moeten beleggen in Nederland zonder 5%-belangen te willen nemen!

Daarnaast is active share niet de enige maatstaf van activiteit binnen een portefeuille. Laten we niet vergeten dat het niet gaat om gemiddelden, maar om de verhouding tussen prijs en prestatie van individuele beleggingsfondsen.

Als een Nederlands aandelenfonds met een laag active share het qua performance na kosten net iets beter doet dan een Nederlandse tracker na kosten, is dat dan fout? Natuurlijk niet! Kortom, de berichtgeving is oppervlakkig en scheert veel over één kam.

Ik denk dat het active share een interessante aanwijzing is voor de mate van actief beheer van portefeuilles, mits dit gerelateerd wordt aan zowel de omvang van de markt waarin wordt belegd, als aan de omvang van de te vergelijken fondsen. Ik zie het onderzoek als aansporing dergelijke informatie met onze klanten te gaan delen.

Gewaakt moet worden voor generalisaties, voor een heiligverklaring en/of heksenjacht. Er is zoals gezegd alle reden tot meer nuancering. Meer diepgaande berichtgeving, oog voor de context en minder snel ‘jumping to conclusions’ is noodzakelijk.

Tenslotte is active share niet de doelstelling van een beleggingsfonds, maar hooguit een middel om beter te presteren, gegeven alle restricties. 

Meer columns van Pieter Wind


Reageer op dit artikel


Om te kunnen reageren dient u in te loggen.
Uw reactie verschijnt op deze website. Wees voorzichtig met persoonlijke gegevens op internet.

Heeft u nog geen gebruikersnaam, klik hier

Ik ben mijn wachtwoord vergeten

Fondsen selecteren en zien

Uitgelicht

Columns Jan Maarten Slagter
Columns Jan Maarten Slagter

Een advocaat die journalist werd en nu de belangen verdedigt van beleggers. Het beste van drie werelden. En nog een zwierige pen ook.

lees verder »

Columns Wouter Weijand
Columns Wouter Weijand

Zijn eerste investering was een setje postzegels, zijn eerste belegging: zes stuks Pakhoed. Nu beheert hij meer dan 1700 miljoen euro bij het Fortis High Income Equity Fund. Was getekend, Wouter Weijand.

lees verder »

Columns Errol Keyner
Columns Errol Keyner

Het gaat te ver om te stellen dat adjunct-directeur Errol Keyner van zijn hobby zijn beroep heeft gemaakt. Maar dat hij die twee handig combineert is duidelijk. In zijn columns weet hij menig beursfonds in een paar honderd woorden te typeren. Objectief, maar genadeloos en met kennis van zaken.  

lees verder »

Columns Beijersbergen
Columns Beijersbergen

Patrick Beijersbergen (1968) is geregistreerd beleggingsanalist (RBA). Hij is sinds 1996 werkzaam in de financiële sector. Als hoofdeconoom, beleggingsadviseur, vermogensbeheerder en analist bij verschillende banken en vermogensbeheerders maakte hij alle aspecten van de beleggingspraktijk in Nederland van nabij mee. Dat belooft veel goeds voor zijn komende column.  

lees verder »

Columns Pieter Wind
Columns Pieter Wind

Toen Pieter Wind de statistieken van het CBS inruilde voor NMB Bank, was zijn vader, ook bankier, opgelucht. Inmiddels is Wind al jaren een vooraanstaand strateeg bij ING. Dat maakt zijn analyses tot kopij om naar uit te kijken.

lees verder »

Columns Willem Burgers
Columns Willem Burgers

Maar weinig Nederlandse beleggers hebben het geluk een bijnaam te hebben. Willem Burgers wel. Hij is Mister Small Cap. Maar in zijn columns kijkt hij gerust een stuk verder.

lees verder »

Columns Corné van Zeijl
Columns Corné van Zeijl

Corné van Zeijl is één van de meest gevraagde commentatoren uit de Nederlandse beleggingsindustrie. Dat kan aan zijn karakteristieke uiterlijk liggen. Maar met een fikse snor en een olijke blik ben je nog geen goed columnist. Corné heeft dus duidelijk meer in huis. Lees maar.

lees verder »

80dB