De grote drie kredietbeoordelaars Moody's, Standard & Poor's en Fitch zijn volledig terecht door het slijk gehaald, nadat ze jarenlang hadden liggen slapen. Zo bleek in de kredietcrisis dat zakenbank Lehman Brothers onterecht een hoge waardering kreeg.
Beleggers werden collectief op het verkeerde been gezet en kochten vol vertrouwen schuldpapieren en complexe gestructureerde producten, die na de kredietcrisis vrijwel waardeloos bleken.
Dit resulteerde in een ongekende kettingreactie, waarbij ternauwernood het financiële systeem dankzij creatieve kunstgrepen van centrale banken en overheden op poten werd gehouden.
IJverig
De kredietbeoordelaars lijken hun lesje wel te hebben geleerd en hebben in de tussentijd ijverig de kredietwaardigheid van Griekenland, Ierland en Portugal fors gereduceerd. De overheden van deze landen moesten veel meer rente betalen over uit te geven staatsleningen, aangezien beleggers begrijpelijkerwijs meer rendement eisten voor het hogere risico.
Oude staatsleningen (met een lagere rente) van deze landen daalden stevig in waarde, waar beleggers - waaronder banken en pensioenfondsen - onder lijden. Normaal gesproken. Banken kunnen echter deze obligaties als lange termijn belegging kwalificeren, waarmee ze voorlopig een afwaardering vermijden. Het is natuurlijk de ogen sluiten voor de werkelijkheid, maar boekhoudkundig komen de banken ermee weg.
Inmiddels staat Griekenland aan de rand van het faillissement. Omdat een faillissement wederom een kettingreactie in het fragiele wereldwijde financiële systeem kan veroorzaken, doen de Europese Centrale bank (ECB) en de Brusselse bureaucraten met steun van het IMF er alles aan om dit te vermijden.
De trukendoos gaat helemaal open. Zo accepteert de ECB tot nu toe Griekse staatsobligaties als onderpand bij het verstrekken van liquiditeiten aan (Griekse) banken, maar mag dit niet meer doen zodra Griekenland een nog lagere kredietwaardering krijgt.
Hardliners
Complicerende factor is dat hardliners als de Duitsers en Nederlanders eisen dat verdere hulp aan Griekenland ook moet komen van beleggers. De beleggers zouden bijvoorbeeld "gedwongen vrijwillig" akkoord moeten gaan met het doorrollen van aflopende leningen tegen lage rentes. Dit soort ideeën valt natuurlijk niet te rijmen met een redelijke kredietwaardigheid van een debiteur.
Het komt dus voor de hardliners, ECB en Brussel heel slecht uit dat de gevestigde kredietbeoordelaars na de kredietcrisis hun werk ineens serieus zijn gaan nemen. Dat was nu ook weer niet de bedoeling. Het financiële systeem is namelijk gestoeld op vertrouwen en de waarheid komt even ongelegen.
Opgeluchte beleggers opgelicht
Creativiteit kan de ECB en Brussel niet worden ontzegd en het is niet uitgesloten dat een procedurele uitweg gevonden wordt om Griekenland te blijven steunen. Het is te laat om even snel een nieuwe, soepele kredietbeoordelaar uit de grond te laten stampen, maar wellicht kan elders op de wereld een willige partij worden gevonden, zoals bijvoorbeeld de vrijwel onbekende Canadese kredietbeoordelaar DBRS.
Indien de magische truc wordt gevonden, kunnen beleggers waarschijnlijk profiteren van een opluchtingsrally. Op de achtergrond hopen de insiders dat er genoeg tijd is gekocht om reserves in het financiële systeem op te bouwen, waarmee een onvermijdelijke klap op middellange termijn net kan worden opgevangen. Wellicht voelen de aanvankelijk opgeluchte beleggers zich dan bekocht, maar wie dan leeft, dan zorgt.
Mochten er toch grenzen aan de creativiteit van ECB en Brussel zijn, kan het ook voor de korte termijn geen kwaad de reddingsvesten binnen handbereik te houden. In ieder geval laat een verstandige belegger zich niet verblinden door een eventuele opleving van de koersen en zorgt voor een spaarbuffer.
Meer columns van Errol Keyner