De beurzen reageerden afgelopen week opgetogen op het bericht dat tien grote Amerikaanse banken van het staatsinfuus af kunnen. JP Morgan Chase, Goldman Sachs en acht concurrenten hebben toestemming gekregen van de Amerikaanse overheid om hun kapitaalinjectie onder het ‘troubled assets relief program’ (Tarp) terug te betalen. Binnenkort vloeit 68 miljard dollar terug naar de Amerikaanse schatkist.
“Dit betekent niet dat onze problemen voorbij zijn,” liet president Obama weten, “maar het is een positief signaal.” Dat is het ook. De Amerikaanse overheid heeft weer wat cash – dat komt in deze tijden goed van pas. De betreffende banken zijn volgens het ministerie van financiën inmiddels weer sterk genoeg om op eigen benen te staan. Dat is een belangrijk teken van vertrouwen. Het is misschien niet het begin van het einde van de kredietcrisis, maar we zijn toch in ieder geval voorbij het eind van het begin.
Toch knaagt er iets. En dan gaat het me niet eens primair om het feit dat de ‘tarploze’ banken nu af zijn van het gehate Dodd-amendement dat bonussen voor topbankiers beperkt tot een derde van de totale beloning. Verantwoord beloningsbeleid zou niet afhankelijk moeten zijn van staatssteun.
Jamie Dimon, bestuursvoorzitter van JP Morgan Chase en als een van de weinige Amerikaanse topbankiers relatief ongeschonden uit de strijd gekomen, vergeleek deelname aan Tarp met de rode letter A die de hoofdpersoon in de Amerikaanse klassieker ‘The Scarlet Letter’ van Nathaniel Hawthorne moet dragen als straf voor haar overspeligheid. In plaats van als gewenste steun in de rug beschouwt de markt een Tarp-injectie als een waarschuwingsbordje: “Kijk uit: wankele bank”.
Dat effect wordt nu aanzienlijk versterkt voor de negen achterblijvers in het programma, waarvan Bank of America en Citigroup de bekendste zijn. Tot nu toe werd de ‘schande’ van Tarp nog enigszins beperkt doordat zij werd gedeeld met vrijwel de volledige sector. Nu het kaf van het koren is gescheiden, wordt het voor de partijen die de steun nog wel nodig hebben extra lastig zich te financieren. Zo ontstaat een vicieuze cirkel: wie Tarp nodig heeft, blijft het nodig hebben.
Daarnaast is het de vraag of minister Geithner van Financiën zich niet te veel heeft laten meeslepen door de recente rally in bankaandelen: een verdubbeling in de afgelopen drie maanden. Ondanks de eerste zeer voorzichtige voortekenen van economisch herstel in de Verenigde Staten heeft de wereldeconomie nog een lange weg te gaan. De stroppenpotten van de banken zullen nog de nodige aanslagen te verwerken krijgen. Welke bank heeft nu een te grote broek aangetrokken en moet over een halfjaar weer terug naar Tarp?
Meer artikelen van Jan Maarten Slagter