Je moet boeven met boeven vangen. Philip Augar was een topbankier in de Londense City voordat hij boeken gingen schrijven met titels als ‘De dood van het herenkapitalisme’ en, zijn meest recente, ‘Alpha jagen: hoe roekeloze groei en grenzeloze ambitie het gouden decennium van de City vernietigden’. Als correspondent in Londen interviewde ik Augar een aantal jaren geleden naar aanleiding van zijn boek ‘Handelaren in hebzucht’ (2004).
Augar schreef over het pak slaag dat de grote zakenbanken na de millenniumwisseling hadden gekregen. Goldman Sachs, Merrill Lynch, Morgan Stanley en hun concurrenten hadden een dubieuze rol gespeeld bij het opblazen van de internetzeepbel, die in 2000/01 uit elkaar spatte. Dezelfde banken die hippe jonge internetbedrijven en telecom-startups naar de beurs brachten, lieten die bedrijven door hun analisten de hemel in prijzen. Bedrijven die in interne e-mails werden omschreven als “rotzooi” werden in analistenrapporten opeens “strong buys”. Ondertussen waren de ‘Masters of the Universe’ op zijn minst behulpzaam bij boekhoudschandalen zoals die rond Enron en WorldCom.
Wall Street en de City kropen door het stof. De twaalf meest vooraanstaande zakenbanken kochten vervolging af voor een totaalbedrag van 1,5 miljard dollar en beloofden de begeleiding van emissies en beleggingsadvies los te koppelen. De Amerikaanse Sarbanes-Oxley-wet stelde in 2002 nieuwe regels aan de omgang met belangenconflicten. In Nederland kregen we onze portie met de affaires rond onder meer World Online, Ahold, Shell en KPNQwest.
Schrijvend in 2004 constateerde Augar dat er veel ten goede was veranderd in de regelgeving en in de praktijken van de zakenbanken. Maar hij sluit zijn boek toch af met het hoofdstuk ‘Here’s to the next time’ – ‘Op de volgende keer’. Zolang het model van de fullservicezakenbank blijft bestaan, waarin de functies worden gecombineerd van commissionair, beleggingsadviseur, bedrijvenadviseur bij overnames en beursgangen en handelaar voor eigen risico, is de marktmacht van de topspelers domweg te groot. Dat tast de werking van de vrije markt aan, waar uiteindelijk burgers – belastingbetalers, klanten, aandeelhouders – de rekening voor betalen.
Is er dan geen hoop? Jawel, Augar wijst op de crash van 1929 die leidde tot de verplichte scheiding tussen algemene banken en investment banks. Deze scheiding bleef tot eind vorige eeuw in stand. Een dergelijke systeemschok kan de politieke impuls bieden voor de noodzakelijke systeemhervormingen.
Het zijn gedachten die opkomen bij de 1,8 miljard dollar winst die Goldman Sachs over het eerste kwartaal presenteerde. Met de handel van vastrentende waarden, grondstoffen en valuta’s wist Goldman recordwinsten te boeken in de uit het lood getrokken markten. De bank wil met het geld zo snel mogelijk een begin maken met de terugbetaling van de 10 miljard dollar die zij van de Amerikaanse overheid heeft ontvangen. Dat zou een hoop lastige politieke aandacht schelen. Here’s to the next time?
Meer columns van Jan Maarten Slagter