“Shell noteerde een vierde plaats (van de vijf sectorgenoten,
JMS) op het gebied van totaal aandeelhoudersrendement
(beurskoers plus dividend, JMS), maar het verschil met
nummer drie was marginaal. De remuneratiecommissie heeft gekeken
naar de resultaten van andere prestatiemaatstaven om een geïnformeerde
afweging te kunnen maken. Volgens de remuneratiecommissie weerspiegelt
de positie op de ranglijst voor totaal aandeelhoudersrendement
onvoldoende Shells relatieve prestatie. De commissie heeft besloten 50
procent van de langetermijnbonusaandelen uit te keren” (eigen vertaling
uit het Engels).
Soms moet je het met eigen ogen zien om het te geloven. Bovenstaande
passage komt uit het jaarverslag 2008 van Koninklijke Shell. Het is de
toelichting op het besluit om Jeroen van der Veer c.s. toch bonusaandelen
toe te kennen, terwijl aan de voorwaarde daarvoor niet is voldaan. Alleen als
Shell in de top drie van zijn kleine ‘peer group’ van vijf komt, hebben de
bestuurders recht op de aandelen. Maar ja, het is natuurlijk zuur als je daar
net buiten valt. Zoals het ook zuur is als je net één onvoldoende te veel hebt
om over te gaan. Of net één doelpunt te weinig hebt gemaakt om kampioen
te worden.
Such is life, is dan de normale reactie. Soms zit het mee, soms zit het tegen.
Behalve blijkbaar als je in het bestuur van Shell zit. Dan worden de harde
kantjes van het leven aan de top voor je afgevijld. Bestuursvoorzitter Jeroen
van der Veer (totale beloning over 2008 8,8 miljoen euro) heeft een
afscheidscadeautje verdiend in het jaar dat hij met pensioen gaat. Zijn
pakket bonusaandelen is bij de huidige koers 1,7 miljoen euro waard. Shell
kiest voor het beloningsbeleid van de grabbelton: ieder kind een prijs.
Even nog dan: de maatstaf van totaal aandeelhoudersrendement afgezet
tegen die van de sectorgenoten is misschien niet perfect, maar wel de meest
objectieve manier om te bepalen in hoeverre het een bedrijf vanuit
aandeelhoudersperspectief gelukt is de concurrentie voor te blijven. Daar op
basis van, verder niet gespecifi ceerde, andere indicatoren van afwijken,
betekent kiezen voor willekeur. Wat heeft het dan nog voor zin om een
gedetailleerd beloningsbeleid op te laten stellen door een duur adviesbureau
en daar vervolgens aandeelhoudersgoedkeuring voor te vragen? Overigens
is het natuurlijk ondenkbaar dat met dezelfde argumenten ten nadele van de
bestuurders van het beleid wordt afgeweken.
Helemaal grauw wordt het als je weet dat Shell vorig jaar precies hetzelfde
kunstje fl ikte. Ook toen werd een nipte vierde plaats opgewaardeerd voor de
hardwerkende Shell-bestuurders. Als de FIFA eenzelfde benadering had
gevolgd, was Nederland al twee keer wereldkampioen geweest.
Dat dit gebeurt in 2009 betekent dat de raad van commissarissen van
Koninklijke Shell, met daarin onder meer oud-premier Wim Kok, het gevoel
voor de maatschappelijke realiteit volstrekt kwijt is.
Meer columns van Jan Maarten Slagter