“Ik denk dat Fortis te weinig heeft gekregen voor de activiteiten in Nederland.” Opvallende uitspraak in een opvallend interview in Het Financieele Dagblad met Fortis-topman Karel de Boeck met de veelzeggende kop “Het is Hollandse zuinigheid”. “Als er aanleiding is, dan zullen we handelen voor onze aandeelhouders (terzijde: daar lijkt mij altijd aanleiding voor, JMS). Concreet kan dat betekenen: rechtszaken aanspannen.”
De Boeck zegt twee belangrijke dingen. In de eerste plaats kaart hij de redelijkheid van de transactie met de Nederlandse staat aan. De prijs van 16,8 miljard euro die minister Bos heeft betaald voor Fortis Bank Nederland, ABN Amro en de Nederlandse verzekeringsactiviteiten van Fortis gaat volgens hem uit van een waardering voor het verzekeringsbedrijf van 7 miljard euro. Dat betekent dat voor ABN Amro en Fortis Bank Nederland samen een kleine 10 miljard is betaald – en dat voor banken die normaal gesproken ruim 2 miljard euro winst per jaar maken. Een koopje. Als de door het Brusselse Hof van Beroep aangewezen onderzoekers deze analyse delen, overweegt De Boeck een gang naar de rechter om betere voorwaarden te bekomen.
Daarnaast doet De Boeck een toezegging over de opstelling van de raad van bestuur als de buitengewone aandeelhoudersvergadering in Brussel op 11 februari de transactie met BNP Paribas afstemt: “Dan zal de raad van bestuur de overeenkomsten niet closen.” Vervolgens voorziet de Fortis-ceo rechtszaken, onderhandelingen en/of het terugtrekken van BNP Paribas.
Het zijn nieuwe geluiden van de kant van Fortis, dat tot nog toe geen afstand heeft genomen van de voor het bedrijf en de aandeelhouders zeer nadelige ‘reddingsoperaties’. Mogelijk heeft de druk van de kant van de VEB en anderen, in Nederland en België, De Boeck tot zijn stoerdere standpunten gebracht. Als dat zo is, help ik hem graag met nog twee suggesties.
De Boeck hoeft niet te wachten op de conclusies van de Belgische experts voordat hij de Nederlandse staat kan aanspreken. Als ceo van Fortis heeft hij alle gegevens die hij nodig heeft onder handbereik. De dagvaarding kan er morgen uit. Als de experts het met hem eens zijn, is dat natuurlijk mooi meegenomen, maar het is geen voorwaarde.
Ten aanzien van BNP Paribas moet De Boeck bedenken dat hij eigenlijk voor zijn beurt spreekt. Na de komende bijzondere vergaderingen is er een nieuw bestuur. Hij kan niet nu namens dat bestuur spreken. Maar de komende weken kan hij nog wel van alles doen. Het vooruitzicht van een jarenlange juridische loopgravenoorlog moet ook voor de Franse bank een afschrikwekkend perspectief zijn. Dat biedt een reden om nu om de tafel te gaan om de transactie zo aan te passen dat die op 11 februari door de aandeelhouders kan worden goedgekeurd.
Vooruit Karel, je hebt goed geblaft, nu bijten!
Meer columns van Jan Maarten Slagter