Aandelen kopen met geleend geld is op allerlei manieren onze beleggingswereld ingeslopen. Zonder dat we ons dat goed realiseren. Van private equity weten we het meestal wel: eerst een miljard aan kapitaal ophalen en er vervolgens 25 miljard bijlenen. Tuurlijk, net zo makkelijk… althans, vóór de kredietcrisis. Nu is het aandelenkapitaal veelal vervlogen en geeft geen bank meer thuis, tenminste, als ie zelf nog bestaat. En dan zijn de renteopslagen natuurlijk ook fors opgelopen. Veel lastiger is het om in te schatten of een beleggingsfonds leverage toepast. De laatste jaren hebben vele fondshuizen de richtlijnen in de prospecti fors verruimd. Het gaat daarbij vooral om twee soorten leverage: in de bèta en in de alfa. Met bèta-leverage wordt een grotere marktexposure bereikt: de toepassing van derivaten zoals futures, maar ook het gebruik van geleend geld leidt tot een hefboomwerking die in goede tijden de portefeuille extra glans geeft. Feitelijk is zo’n portefeuille tijdelijk voor 110 tot 120 procent belegd en denkt de klant dat de beheerder geweldig outperformt (alfa genereert). Niet dus, de klant loopt gewoon een hoger marktrisico. En dat kan ook tegen hem werken.
Bij alfa-leverage geeft de beheerder zijn keuzes nog eens extra accent: dat kan zijn via sterk marktgevoelige (cyclische) aandelen en via aandelen in bedrijven die zelf ook sterk met schuld zijn overladen. Ook is er sinds enige tijd de zogenaamde 130-30-structuur: hierbij is voor 130 procent aan aandelen gekocht en voor 30 procent aandelen short gegaan. Samen is er niet meer dan 100 procent marktexposure, maar inmiddels is er wel voor 60 procent meer positie ingenomen ten voordele of ten nadele van een reeks individuele aandelen. Heel veel beleggingsfondsen zijn de laatste jaren om gegaan en staan de 130-30-strategie toe.
Als reden wordt vaak opgegeven, dat de risico-rendementverhouding hierdoor zou verbeteren. Ja,vast wel, als je tenminste met de goede aandelen long en met de slechte aandelen short gaat. Anders zit je dubbel fout. Een andere, zelden vermelde reden schuilt in de performance-winstdeling die dikwijls met zo’n 130-30-structuur gepaard gaat. In de bullmarket keken steeds meer fondsmanagers verlekkerd naar de 2 procent beheerloon plus 20 procent winstdeling, die hedgefundmanagers schatrijk maakten. En ook de brokers trouwens, want het handelsvolume lag ook vaak flink hoger. Door een performance fee toe te passen op de meer hybride 130-30-structuur kreeg de beheerder een worst voorgehouden en voorkwam de directie dat hij wegliep en z’n eigen hedge fund zou oprichten.
Hoe kun je weten of een beleggingsfonds alfa- of bèta-leverage toepast? Want echt adverteren doen fondshuizen hier niet mee. Door de prospectus goed te lezen en de beheerder goed te volgen. Of ik dit alles ook mag in ons eigen High Income Equity Fund, zult u zich afvragen? Nee, dat had u al geraden. Ik lag categorisch dwars: gewoon beleggen biedt al genoeg risico’s, dat behoeft anno 2009 geen nadere toelichting.
Meer columns van Wouter Weijand