“Ons economisch bestel berust onder meer op een aantal regels om de samenwerking van kapitaalverschaffer, onderneming en overheid te bevorderen, regels uitgedrukt in wetten, reglementen, statuten, contracten, die behoren te berusten op begrippen van redelijkheid en zakenfatsoen.
Wij zien echter herhaaldelijk dat de gestelde regels telkens worden overtreden. Soms geschiedt dit onbewust uit onwetendheid, sleur of onvoldoende begrip voor belangen van aandeelhouders. Maar ook bewuste overtredingen komen voor, begaan uit eigenbelang of op grond van andere drijfveren, ten nadele van de aandeelhouders en ook van de onderneming. Er bestaat helaas bij een aantal besturen van NV’s de onmiskenbare neiging om de kapitaalverschaffers (aandeelhouders) later als onbelangrijke bijlopers te beschouwen. De zo noodzakelijke band tussen bestuur en aandeelhouders, die door de voortgaande integratie van ondernemingen toch al losser wordt, dreigt bij dergelijke NV’s vrijwel geheel verbroken te worden.
Het bestuur dient recht te doen wedervaren aan het onmiddellijke belang, dat de aandeelhouders bij het wel en wee der onderneming hebben. Het is onjuist en strijdig met rechtsopvattingen om deze medezeggenschap te ondergraven door statutaire bepalingen, of haar te ontnemen door creatie van niet-royeerbare certificaten of te bemoeilijken door onvolledige verslaggeving.
De Vereniging stelt zich op het standpunt dat het scheppen en handhaven van een gezonde toestand en van juiste verhoudingen in het Nederlandse financieel economisch bestel op de voorgrond moeten staan. In geval van geschillen tussen het bestuur ener vennootschap en haar aandeelhouders, wil de Vereniging haar doel nastreven, allereerst door overleg met het betreffende bestuur en mocht dit niet tot opheldering en/of resultaten leiden, door op de aandeelhoudersvergadering de haar toevertrouwde belangen te verdedigen, zich voorbehoudende om andere gepaste en doeltreffende middelen te gebruiken, die verder nog voor haar openstaan.
De Vereniging zal zich met kracht voor de belangen harer leden inzetten als zij meent, dat de voorgebrachte verlangens redelijk zijn en als binnen de perken van haar vermogen kans op resultaten aanwezig geacht wordt.
Gehoopt wordt dat de voortdurende aandrang door de Vereniging uitgeoefend op onwillige NV-besturen, deze zal doen besluiten redelijke en zakelijke verantwoorde eisen op het gebied van inlichting en het geven van rekenschap te aanvaarden.
Zeer groot gewicht hecht de Vereniging aan de juiste waardering van het maatschappelijk belang der onderneming voor onze nationale samenleving en van de onmisbare taak van de kapitaalverschaffer in ons economisch bestel.”
Dit zijn passages uit de brochure ‘Iets over het wezen der vereniging, het doel dat zij nastreeft en de wijze waarop zij haar doel tracht te bereiken’ dat de Vereniging Effectenbescherming in 1964 uitgaf. Dat is vóór de Wet op de structuurvennootschap, de Wet op de ondernemingsraden, de commissie-Peeters en de code-Tabaksblat. Maar sommige dingen veranderen nooit.
Meer columns van Jan Maarten Slagter