Alle grote literatuur gaat over streven en falen: de mens zwoegt, maar als het doel in zicht komt, struikelt hij over zijn eigen benen.
Sinds vorige week is er een nieuw opus magnum dat dit thema op meeslepende wijze verwoordt. ‘Verslag van het onderzoek naar Fortis NV bevolen door de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam bij beschikking van 24 november 2008’ is de prozaïsche titel die doet denken aan de even zakelijke ondertitel van Multatuli’s ‘Max Havelaar’: ‘De koffij-veilingen der Nederlandsche Handel-Maatschappij’.
(Voor de liefhebber, daarmee houden de overeenkomsten niet op: de Nederlandsche Handel-Maatschappij is de directe rechtsvoorganger van ABN Amro, de overnameprooi waar Fortis zich in heeft verslikt.)
Ik was zelf nogal nieuwsgierig naar de bevindingen over de periode waarin wij als VEB ons echt intensief met het dossier zijn gaan bemoeien (na de overnameperikelen rond ABN Amro van het jaar ervoor). Deze fase startte met de volkomen onverwachte aankondiging op 26 juni 2008 van een kapitaaluitbreiding met ruim 8 miljard euro, kort nadat de toenmalige Fortis-topman Votron nog had laten weten dat de balans van Fortis “op orde” was.
De onderzoekers concluderen wat wij al vermoedden, namelijk dat de Fortis-top al langer op de hoogte was van de solvabiliteitsproblemen: “Onderzoekers stellen vast dat zich in de maand mei 2008 een trend aftekent waar Fortis geruststellende uitspraken blijft doen aangaande solvabiliteit, terwijl interne informatie dienaangaande steeds nijpender wordt”.
Het bericht van 26 juni kwam domweg te laat: “Na eerdere geruststellende uitspraken over de solvabiliteit en dividendbeleid heeft Fortis informatie van substantieel belang achtergehouden, waarmee een verkeerde voorstelling van zaken is gegeven aan het publiek.”
Verbijsterender is wat er vanaf 26 juni tot de deconfiture eind september 2008 is gebeurd, of beter: wat niet. Terwijl bij de VEB de hele zomer alle hens aan dek waren om Fortis te bewegen meer openheid van zaken te geven, ging men bij Fortis met vakantie: “Onderzoekers concluderen dat Fortis in deze periode twee belangrijke bestuurders is kwijtgeraakt (…).
Onderzoekers menen dat het in deze omstandigheden verstandig zou zijn geweest indien de Raad van Bestuur haar eigen besturende en haar toezichthoudende taken zou hebben geïntensiveerd, hetzij door bijvoorbeeld zelf vaker te gaan vergaderen, hetzij door leden uit haar midden aan te wijzen die een actievere rol ter ondersteuning van Lippens en Verwilst zouden gaan spelen.
Noch het één, noch het ander is geschied en onderzoekers hebben ook niet kunnen vaststellen dat dergelijke opties ook maar zijn overwogen. In de gehele periode van 12 juli 2008 tot 26 september 2008 is er maar één vergadering van de Raad van Bestuur geweest en zelfs niet één conference call [mijn onderstreping, JMS].” Fortis is niet vechtend ten onder gegaan, maar in haar slaap.
Meer columns van Jan Maarten Slagter