Al enige tijd lijkt de aandelenmarkt verdeeld in twee kampen. Het kamp der optimisten ziet veel groene grassprietjes ontspruiten na de kaalslag van eind 2008 en begin 2009. De koersen en het consumenten- en producentenvertrouwen stijgen. Hier en daar draaien economische indicatoren van krimp naar groei.
De vrees voor deflatie ebt weg. De geldmarkten beginnen langzaamaan te functioneren en de kapitaalmarkt is weer gezocht, getuige de recente stijging van emissies op zowel de aandelen- als de obligatiemarkten. De optimisten verwachten dat dit door zal trekken en de recessie nog dit jaar achter de rug zal zijn.
Het kamp der pessimisten ziet de grassprietjes ook wel, maar blijft voorzichtig en achterdochtig. Dit op grond van de gigantische overcapaciteit in de wereld na het wegvallen van de eindvraag van zowel consumenten als bedrijven en de ingestorte internationale handel. Sterk oplopende faillissementen en werkloosheid dragen ertoe bij dat die eindvraag niet snel zal herstellen, zo is de overtuiging.
Ook blijft de kredietverlening, onder druk van de noodzakelijke balansverkorting bij het internationale bankwezen, uitermate problematisch, getuige de geldmultipliers wereldwijd. De pessimisten denken dat slechts een depressiescenario is vermeden maar dat de recessie nog lang zal aanhouden.
De kampen houden elkaar de laatste weken min of meer in evenwicht. En zolang dat zo blijft, verkeren de markten in een patstelling, ook wel trading range genoemd. De vraag is dan ook wat een katalysator zou kunnen zijn om de pessimisten naar de optimisten te laten doorschuiven of juist de optimisten tot pessimisme te verleiden. Immers, als dat gebeurt, kiest de markt richting.
Het kan een schokkend of juist goed cijfer vanuit de huizen- of arbeidsmarkt zijn. Het kan een groot faillissement zijn of een mislukte emissie. Het kunnen slechte kwartaalresultaten (negatief) of juist tegelijkertijd de aankondiging van ontslagen (positief) zijn. Het kan de dollar zijn. En ga zo maar door. Het is haast niet mogelijk zo’n katalysator te voorspellen.
Beter is het je tijd als belegger te besteden aan wat je wél weet of kunt voorspellen. In de huidige patstelling weet je één ding zeker: allebei de kampen gaan niet meer uit van een depressiescenario. Dat impliceert dat te hoog geprijsde risico’s terug worden gedraaid: de risicobereidheid stijgt, immers de kans op faillissement daalt. Dat is al flink bezig binnen de aandelen- en obligatiemarkten.
Wat je ook kunt voorspellen is dat de winstgroei voor de komende jaren zeer beperkt zal zijn. Immers, de overcapaciteit in de wereld is zo groot dat prijsverlagingen noodzakelijk zijn, terwijl kostenreductie steeds moeilijker zal worden. Een dergelijke omgeving is gunstiger voor obligaties dan voor aandelen. Daarom prefereer ik ten aanzien van aandelen een strategie die neerkomt op ‘better safe than sorry’.
Ofwel, niet te veel risico alloceren aan deze beleggingscategorie. Dat risicobudget zet ik dan ook liever in op obligaties van bedrijven. Die profiteren immers ook van de toegenomen risicobereidheid, maar de rendementen zijn niet gevoelig voor de winstverwachtingen. En nu maar wachten of de grassprietjes een mooi grasveld gaan vormen.
Meer columns van Pieter Wind