Als aandelenbelegger heb ik wel een beetje met mijn obligatie-collega’s te doen. Normaal zijn aandelen van de wilde koersbewegingen en zijn obligaties de saaie hoekstenen in de portefeuille.
Dit jaar is dat wel even anders geweest. Zo hebben we net een echte crisis op de euro-obligatiemarkt achter de rug. Op zich natuurlijk bijzonder. Immers, de eurozone heeft in totaal minder overheidstekort en minder schuld dan de Verenigde Staten.
Maar omdat hier zestien premiers, zestien ministers van Financiën en zestien voorzitters van centrale banken allemaal hun zegje willen doen, is het net een kippenhok. Veel gekakel, weinig beslissingen.
In de Verenigde Staten wordt er tenminste een beleid gevoerd. Je kunt je afvragen of het een goed beleid is, maar beter een slecht beleid dan geen beleid. Bovendien zijn wij als landen niet bereid om andere landen met problemen te helpen. Wat ik me overigens uitstekend kan voorstellen.
Waarom zouden wij moeten opdraaien voor de feestjes in Griekenland, Portugal en Ierland? Het hoort allemaal bij de kinderziektes van de euro. Nu men weet hoe het uit de hand kan lopen, is iedereen ervan overtuigd dat er strengere regels voor de deelnemende landen moeten komen.
Door deze eurocrisis is er een hevige spanning in de euro-obligatiemarkten ontstaan. De koersen gingen daar flink op en neer. Een paar weken geleden gaf de Nederlandsche Bank aan dat Nederlandse particuliere beleggers voor 100 miljoen euro aan Ierse obligaties hebben gekocht en nog eens voor 50 miljoen euro aan Zuid-Europese obligaties.
Waarschijnlijk waren dat beleggers die net iets meer rendement wilden behalen, maar niet in die enge aandelen durfden. Nou, deze beleggers zijn van een koude kermis teruggekomen. Ze kregen juist veel risico en geen rendement.
Als u deze zomer een simpele tienjarige obligatie van de Ierse staat had gekocht, was uw belegging een paar maanden later alweer een kwart (jawel, een kwart) minder waard. En dat voor een staatsobligatie in euro’s.
Maar ook de koersen in ultieme veiligehavenbeleggingen als Nederlandse en Duitse staatsobligaties gingen heftig op en neer. Bijvoorbeeld de 4% NED 2037. De koers van deze staatslening heeft in 2010 tussen de 97 en de 125 procent gefluctueerd.
Dat zijn koersbewegingen waar u niet aan dacht toen u deze veilige belegging in de portefeuille opnam. De fluctuaties in de AEX waren nog niet half zo groot.
Dus eigenlijk waren de aandelen in 2010 de saaie en stabiele hoeksteen van uw portefeuille. Met een mooi en veilig dividendrendement van een dikke 3,5 procent. Voor 2011 verwacht ik dat obligaties hun functie als het saaie fundament onder een portefeuille weer gaan innemen.
Maar een wijze (en voor sommige ook dure) les die we eruit kunnen trekken is dat niets zonder risico is. Of zoals Lucebert eens zei ‘Alles van waarde is weerloos’.
Meer columns van Corné van Zeijl