“Maar Fortis bestaat toch niet meer. Wat heeft het dan nog voor zin om wanbeleid te laten vaststellen?” De vraag van de radiopresentator – om half zeven ’s ochtends afgelopen dinsdag – verwoordde waarschijnlijk het gevoel (en de onwetendheid) van veel mensen.
Fortis is geschiedenis geworden. Het vlaggetje met die naam erop en het bijbehorende blokkendooslogo op mijn werkkamer – souvenir van een veelbewogen aandeelhoudersvergadering – is net zo gedateerd als de beurstikker die ernaast staat (mijn kamer begint steeds meer op een beursmuseum te lijken).
De naam Fortis is inderdaad uit het straatbeeld verdwenen. Op de voormalige bankkantoren staat in Nederland het logo van ABN Amro, in België dat van BNP Paribas. Op de shirts van Feyenoord prijken de letters ASR – de naam van de Nederlandse verzekeraar.
En dan is er nog Ageas, het rompbedrijf dat van het beursfonds overbleef na de opknip- en nationalisatieacties in begin oktober 2008: een Belgische verzekeraar met een aantal internationale, vooral Aziatische activiteiten en een doos met problematische hypotheekproducten.
Ageas troffen we afgelopen week dan ook aan de andere zijde van de Amsterdamse Ondernemingskamer bij de zitting in de wanbeleidsprocedure die we over het Fortis-debacle voeren.
De naamswisseling doet er in juridisch opzicht natuurlijk niet toe – en dat is dan ook de letterlijke tegenwerping tegen de veronderstelling die aan de vraag van de BNR-presentator voorafging.
Maar los van het lot van het bedrijf Fortis, voor de VEB is ‘de zaak Fortis’ springlevend. De wanbeleidsprocedure, die we al begin oktober 2008 startten, is de basis van onze inspanningen om beleggers genoegdoening te bezorgen.
Het enquêterapport dat de onderzoekers in deze procedure hebben opgeleverd, biedt een schat aan informatie over de ondergang van de bank-verzekeraar.
Dat is belangrijke grondstof voor de twee schadevergoedingsprocedures die we voeren: tegen de Nederlandse staat vanwege misbruik van de noodtoestand waarin Fortis zich bevond en tegen Fortis/Ageas, voormalige bestuurders en de banken die de aandelenemissie in september 2007 begeleidden vanwege misleiding van beleggers.
Het oordeel wanbeleid is een ernstige (dis)kwalificatie van de situatie bij Fortis in 2007 en 2008, die we in de laatstgenoemde misleidingsprocedure goed kunnen gebruiken.
Met deze drie procedures heeft de VEB haar batterijen nu in stelling – de ruim 33.000 Fortis-beleggers die zich bij onze actie hebben aangesloten kunnen erop vertrouwen dat we kosten noch moeite hebben gespaard om de meest kansrijke uitgangspositie te creëren.
Maar afronding van de wanbeleidsprocedure is ook van maatschappelijk belang: een van de grootste financiële debacles uit de Nederlandse geschiedenis verdient een gedegen juridische beoordeling.
Ter lering, vermaning en – met een Amerikaans therapiewoord – ‘closure’. Daar dragen we als maatschappelijke organisatie graag aan bij.
Meer columns van Jan Maarten Slagter