De AEX bestaat sinds deze week weer tijdelijk uit 26 fondsen doordat roestvrijstaalmaker Aperam werd losgekoppeld van ArcelorMittal. Daarmee zijn nu vier AEX-bedrijven formeel niet Nederlands: behalve het Luxemburgse Aperam en Arcelor zijn dat de formeel Franse bedrijven Air France-KLM en Unibail-Rodamco.
Als je dan bedenkt dat Shell, Unilever en ReedElsevier half Brits zijn, kun je vaststellen dat geen nationale index in Europa zo Europees is als onze AEX. Het gebeurde overigens al eerder dat de AEX uit meer dan 25 namen bestond. In 1998 zaten er zelfs even 27 fondsen in, doordat Vedior zich afsplitste van Vendex en de (toen nog) TNT Post Groep loskwam van KPN. Niets nieuws onder de zon dus, en overnames trekken het doorgaans snel recht.
In 1998 werd het van Philips afgesplitste Polygram nog voor het eind van het jaar overgenomen. Vedior verdween na de herweging, om later terug te keren en in Randstad op te gaan. Dynamiek genoeg dus op de Amsterdamse beurs, en dat is goed.
Voor aandeelhouders ArcelorMittal betekende de afsplitsing van Arcelor dat zij op 25 januari voor elke 20 aandelen Arcelor er één aandeel Aperam bij konden boeken. Normaalgesproken daalt dan de waarde van het aandeel met de waarde van de uitkering, zoals dat bij ex-dividend gaan gaat.
Dat gebeurde nu ook, maar Arcelor liep de koersdaling binnen twee dagen weer ruimschoots in. Dat kan twee dingen betekenen: beleggers vinden dat het uit elkaar halen van deze bedrijven veel waarde creëert, of beleggers vinden de aandelen Aperam zo goed als waardeloos. Dat laatste lijkt niet waarschijnlijk, want ook Aperam steeg in de dagen na de introductie flink.
Waar men minder blij zal zijn, is bij BAM Groep. De aandelen van deze oer-Hollandse bouwer bungelt samen met Wereldhave onderaan in de AEX, en met de komst van het grotere Aperam zal één van deze twee bij de volgende herweging waarschijnlijk moeten degraderen naar de Midkap index.
En dat voor een nieuwkomer waarvan niemand nog met zekerheid kan zeggen hoe je de naam uitspreekt. Om de AperamBAM van te krijgen.
Meer columns van Patrick Beijersbergen