Eens in de drie à vier jaar steekt ze weer de kop op – de discussie passief versus actief beleggen. Vorige week was het ook weer raak: op een event van verkoopadviseurs van beleggingsfondsen passeerde het onderwerp de revue. En hoewel ik de uitkomst van het debat al ken en dus eigenlijk rustig achterover kan leunen, blijft die discussie me verbazen.
Voor de goede orde: ik ben actief belegger. En daar heb ik goede redenen voor. Sommige passieve beleggers weten niet goed waarin ze moeten beleggen of welke bedrijven ondergewaardeerd zijn. En dus kopen ze dan maar de totale index. Met gegarandeerd gemiddelde rendementen als gevolg. Maar er zijn ook actieve beleggers die te weinig bewegingsvrijheid hebben en in een keurslijf zitten vanwege hun mandaat of prospectus.
Deze fondsbeheerders zijn gedwongen om een benchmark te volgen en om een maximale ‘tracking error’ aan te houden. Niet alleen wordt hun op de korte termijn de maat genomen, ook moeten ze een groot aantal ondernemingen in hun portefeuille hebben om te voorkomen dat die tracking error explodeert. Veel bedrijven spreiden en beheersen weliswaar de risico’s op effectieve wijze, ze beperken tegelijkertijd de mogelijke upside. De prestaties van de goede performers in een portefeuille worden immers tenietgedaan door een paar slechte
presteerders.
Wil je als fondsbeheerder met al die beperkingen en handicaps ook nog eens een goede performance neerzetten, dan moet je van goeden huize komen. Dit is volgens mij niet de bedoeling van beleggen. Je moet niet beleggen in aandelen, maar in ondernemingen.
Beleggen begint dus altijd bij een bedrijf, het management en een propositie. Door je af te vragen of je exposure wilt hebben op een onderneming en of er onderwaardering in zit. Het beantwoorden van die vragen impliceert dat je zowel het bedrijf als de business van A tot Z moet kennen. En dat je portefeuille maar een beperkt aantal bedrijven kan bevatten waar je een belang in neemt.
Het lukt niemand om 150 bedrijven door en door te kennen. Diepgaande kennis van een beperkt aantal namen is voor mij dan ook het belangrijkste risicomanagement dat er bestaat, niet tracking errors of spreiding over veel bedrijven. Om als actief belegger te laten zien wat je kunt en de waarde te kunnen toevoegen die je in je hebt, moet je echter wel de ruimte en het vertrouwen van je opdrachtgever krijgen. Wij zitten in de gelukkige positie dat we dat mandaat de afgelopen vijftien jaar kregen.
Je hebt niet geringe resultaten nodig als actief belegger. Een passief fonds kost in vergelijking met een actief fonds heel weinig. Je zou het zelfs met een computer kunnen doen. Het is dus belangrijk dat je de extra kosten van actief beleggen goedmaakt. En dat is nou het vreemde.
Vaak blijkt dat actief management betere returns oplevert dan passief management, maar zodra je minder presteert dan de benchmark – en ook dat gebeurt – dan barst de discussie weer los. Merkwaardig, maar eigenlijk heb ik daar weinig problemen mee. Want naarmate meer mensen passief beleggen en beleggen voorspelbaarder wordt omdat iedereen dezelfde methodiek hanteert, des te beter kun je als actieve belegger waarde toevoegen.
En dus liet ik de discussie maar weer over me heen komen.
Meer columns van Alex Otto