VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Stand van zaken
Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie betekent het einde van de procedure van de VEB tegen BP.

Achtergrond
De VEB heeft in 2015 oliemaatschappij BP voor de Nederlandse rechter gedaagd vanwege misleidende uitlatingen voor, tijdens en na de olieramp in de Golf van Mexico in april 2010. In deze rechtszaak treedt de VEB op voor BP-beleggers die hun aandelen hebben gekocht via een Nederlandse beleggingsrekening. Inmiddels hebben zowel de rechtbank als het Hof zich uitgesproken over deze zaak en ligt de behandeling bij de Hoge Raad. Op 17 december 2020 kwam de conclusie van de Advocaat-Generaal. De conclusie was negatief voor de VEB. Volgens de A-G is de Nederlandse rechter niet bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van de gedupeerde BP-beleggers. Het is nog de vraag of het Europees Hof deze conclusie overneemt. In het voorjaar zal het Europees Hof het antwoord geven op de vragen van de Hoge Raad. Daarna zal het definitieve oordeel van de Hoge Raad volgen.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft in het arrest van 12 mei 2021 duidelijkheid gegeven over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in de procedure tussen de VEB en BP. De Nederlandse rechter is niet bevoegd om kennis te nemen van de vorderingen van de gedupeerde BP beleggers.

VEB-directeur Paul Koster heeft teleurgesteld gereageerd op het arrest: “Het is voor Nederlandse en Europese beleggers van belang dat ze hun recht kunnen halen als ze gedupeerd worden door beursgenoteerde ondernemingen. De schade is door de beleggers op hun Nederlandse beleggingsrekening geleden en het Nederlandse rechtssysteem is bij uitstek geschikt daarover te oordelen. Voor de VEB waren er meer dan voldoende aanknopingspunten om in Nederland tegen BP en ook tegen Volkswagen te procederen. Door het arrest kan de VEB niet procederen in Nederland tegen buitenlandse beursvennootschappen die geen wettelijke openbaarmakingsverplichtingen in Nederland hebben. Als het op beleggersbescherming aankomt is dit een stap achteruit.”|

Het Hof hecht in het arrest een groot belang aan de voorzienbaarheid voor beursgenoteerde ondernemingen zodat zij weten waar zij in rechte kunnen worden aangesproken. De beleggingsrekening waarop de aandelen worden gehouden biedt daarvoor een onvoldoende aanknopingspunt, aldus het Hof.