VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

28 oktober 2016

Mario Draghi en de Buffett-indicator

Mario Draghi en de Buffett-indicator
  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

De afgelopen beleggingsweek stond eigenlijk in het teken van de vergadering van de Europese Centrale Bank (ECB). Er gingen namelijk geruchten dat de ECB het obligatie-opkoopprogramma zou willen afbouwen, waardoor de rente opliep. Het liep met een sisser af.

De rente bleef ongewijzigd en ook het maandelijkse opkoopprogramma van 80 miljard euro werd gehandhaafd. ECB-president Mario Draghi kon niet aangeven of - en zo ja wanneer - het programma, dat formeel nog tot maart volgend jaar loopt, eerder wordt stopgezet.

Draghi pareerde de kritiek op zijn beleid, die vooral uit Duitsland lijkt te komen, met de mededeling dat de Duitse huishoudens weinig last hebben van de lage rente, en zelfs per saldo een toename van hun welvaart hebben gezien sinds de ECB het huidige beleid startte.

Draghi is dus nog niet tevreden met de economische ontwikkeling en blijft (in de termen van critici) geld bijdrukken. Dit zou moeten leiden tot stijgende prijzen van beleggingen en dat kan dan weer doorwerken in de economie. Hoe dat mechanisme werkt werd in Effect 10 uitgelegd door VEB-econoom Robert Rosenau, in het artikel over de ‘Buffett-indicator.’

Hieronder een fragment uit dat artikel:

Als er één indicator is waar superbelegger Warren Buffett naar kijkt, is het de verhouding tussen de totale waarde van een aandelenmarkt en de economie van een land. Hij gebruikte deze ratio in 1999 om aan te tonen dat de beurs overgewaardeerd was. Aandelenkoersen konden niet sneller blijven stijgen dan de economie als geheel. Hij werd destijds niet serieus genomen maar kreeg al snel gelijk. Bedrijven moeten de mooie verhalen en verwachtingen wel waarmaken, zo was de les.

Ook voor economen is de Buffett-indicator, de verhouding tussen de aandelenbeurs en de economie, relevant. Na een kortstondige val tijdens de financieel-economische crisis zijn de koersen van Amerikaanse aandelen snel hersteld. Sneller dan de economie groeide, waardoor ook de verhouding tussen beurswaarde en economie weer hoog is. Die opgeblazen beurswaarde kan zich vertalen in economische groei.

Er is een wisselwerking tussen economie en beurs, het ‘welvaartseffect’, en verschillende economen en beleidsmakers zien hierdoor mogelijkheden om de economie te stimuleren. Er is een positieve relatie tussen consumptie en welvaart: het gevoel dat je rijker bent, stimuleert de consumptie. Dat het om papieren rijkdom gaat, door gestegen aandelen of huizenprijzen, maakt niet uit. Dit welvaartseffect zet een keten in werking met economische groei en lagere werkloosheid als uitkomst.  

Op de Amerikaanse huizenmarkt is dit proces goed merkbaar. Tot ongeveer een decennium geleden zorgden stijgende Amerikaanse vastgoedprijzen voor een toeloop naar de winkels. Naast een impuls aan de vertrouwenscijfers, zorgden stijgende prijzen er ook voor dat banken extra leningen verstrekten op ongerealiseerde overwaardes. 

 

 

In Effect 10, die vrijdag 21 oktober verscheen, leest u het volledige artikel door Robert Rosenau. Heeft u geen abonnement op Effect? Word lid van de VEB, u ontvangt Effect dan iedere maand gratis.

 

Voordelen van het lidmaatschap

 

 

 

 

 


{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}