VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

De schade die bij een eventuele schikking wordt vergoed, is onder andere afhankelijk van de periode waarover een beursfonds (of betrokken partij) onrechtmatig heeft gehandeld jegens de aandeelhouders van dat beursfonds. Deze periode wordt de 'Relevante Periode' genoemd.

In het overzicht hieronder ziet u de relevante periodes die gelden bij enkele nog lopende VEB-acties. 

Actie Relevante periode* Eventuele bijzonderheden
Fortis 

28 februari 2007 (sluiten van de handel) tot en met 14 oktober 2008 (sluiten van de handel)

De gunstigere Ledencompensatie is van toepassing op delen van de periode 21 september 2007 (sluiten van de handel) tot en met 14 oktober 2008 (sluiten van de handel). Beleggers die van 28 februari tot 21 september 2007 schade leden, komen in aanmerking voor een basisvergoeding. 
SNS Reaal  1 februari 2013 Gaat om houderschap tot de genoemde datum (onteigeningsdatum). Zowel aandelen als obligaties kunnen
worden opgegeven. 
Ahold-Deloitte 30 juli 1999 tot en met 23 februari 2003  
BP 16 januari 2007 tot en met 25 juni 2010  
Van der Moolen 1 januari 2005 tot en met 16 juli 2009  
LCI 1 januari 1993 tot en met (het faillissement op) 17 december 2001  
Landis 9 maart 2000 tot en met 10 april 2002  
Imtech 2

vanaf 4 februari 2013

 
Volkswagen

1 januari 2008 tot en met 22 september 2015

 
InnoConcepts 31 mei 2006 tot en met 16 december 2010 Beleggers dienen een absoluut koersverlies te hebben geleden in de periodes 31 mei 2006 tot en met 29 april 2009 (Periode A) en/of in de periode 30 april 2009 tot en met 16 december 2010 (Periode B). Lees meer op de website www.ICschikking.nl

 

*Toelichting relevante periode
Op voorhand kan de VEB nooit met zekerheid zeggen welke Relevante Periode zal gelden bij een eventuele schadevergoeding voor gedupeerde beleggers.

De hoogte van een eventuele compensatie is tevens afhankelijk van een aantal factoren, zoals de door aandeelhouders geleden schade. De schade is afhankelijk van het aantal aandelen dat de aandeelhouder in bezit had en de tijd dat deze aandelen in zijn bezit zijn geweest gedurende de Relevante Periode. Ook is de compensatie afhankelijk van hetzij de schikkingsvoorwaarden, hetzij een eventuele uitspraak van een rechter.

Als voorbeeld wordt de schikking in de KPN-Qwest zaak hieronder toegelicht. Aanvankelijk werd in de enquêteprocedure bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof te Amsterdam (“OK”) gestreefd naar een Relevante Periode van circa één tot anderhalf jaar. De OK oordeelde dat de periode waarover het onderzoek zich moest uitstrekken slechts zag op een periode van vijf maanden. Vervolgens werd nog tijdens het enquêteonderzoek, door de VEB en de grootaandeelhouders KPN en Qwest een schikking bereikt. Op basis van deze schikking kwam de VEB een grote vrijheid toe waar het de verdeling van de compensatie betrof. Zulks gaf de VEB de mogelijkheid de Relevante Periode te doen bepalen over het gehele tijdvak vanaf datum emissie tot aan surseance, en dus langer dan de periode van vijf maanden.

Het bovenstaande voorbeeld dient enkel ter adstructie van het feit dat de bepaling van Relevante Periode zeer afhankelijk is van de uitkomst van juridische procedures (of deelbeslissingen daarin) en mogelijke tussentijdse schikkingen tussen partijen. De ervaring leert dat een en ander makkelijk door elkaar kan lopen.

De genoemde data zijn indicatief, zolang acties lopen kunnen de relevante periodes gewijzigd worden.