VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Boekhouden is een kunst

Frans Faas opende als president-commissaris voor de eerste keer de bijzondere aandeelhoudersvergadering van Alanheri, fabrikant van diervoeders (Witte Molen) en tevens handelaar in granen, bonen en koffie. De vergadering werd noodzakelijk door het in de aandeelhoudersvergadering van 10 mei 2007 aanhouden van de vaststelling van de jaarrekening over het boekjaar 2006.

De nu voorliggende jaarrekening week op een aantal significante punten af van de eerste versie. Door het ontbreken van een deugdelijke onderbouwing was de herwaardering van het onroerend goed met 1.447.000 euro teruggedraaid ten laste van de herwaarderingsreserve en passieve belastinglatentie. Op vragen van de VEB antwoordde Rik Alkemade, algemeen directeur, dat de waardering nu de vervangingswaarde betreft en overeenkomt met een marktwaarde voor de grond, kantoren en een multifunctionele loods. De overige productiegebouwen zijn op nihil gewaardeerd. Het onroerend bezit in Hongarije was afgewaardeerd met 555.000 euro en is nu opgenomen voor de grondprijs minus de sloopkosten van de gebouwen. Dit bezit is een restant wat achterbleef na de verkoop van de activiteiten in Hongarije. Om BTW te omzeilen is het juridisch eigendom achtergebleven bij de overgenomen activiteit waarbij Alanheri een optie heeft om dit te verwerven voor 31 december 2009. Het management zegde toe er alles aan te zullen doen om deze bezittingen te verkopen. De VEB sprak zijn verwondering uit over deze vreemde constructie en refereerde aan het bestaan van een taxatierapport waarop de voormalige directie zich heeft gebaseerd. Faas gaf duidelijk aan dat in 2004 bij de verkoop veel te rooskleurige verwachtingen waren inzake de Hongaarse economie en dat tot nu toe slechts drie kijkers waren geweest. De jaarlijkse onderhoudskosten bedroegen in 2006 100.000 euro waarbij de gemiste rentederving nog niet is inbegrepen.

Vergeten kostenposten zoals een rekening van 113.000 euro aan accountantskosten en 65.000 euro aan pensioenlasten van de voormalig directeur completeerden het geheel. Met de mutaties in de belastinglatenties en kleinere posten deed dit het eerder gepubliceerde winstbedrag van 361.000 euro omslaan in een verlies van 636.000 euro.

De VEB sprak haar verwondering uit dat er geen aanpassingen waren in de posten ”handelsvorderingen” en “financiële vaste activa” met betrekking van het verkochte Zuidafrikaanse bedrijf Umgeni in 2006. Hierover was veel te doen geweest in de vergadering van 10 mei 2007, waarbij grote vraagtekens waren gezet door de certificaat-/aandeelhouders (Faas) omtrent de betaalcapaciteit van Umgeni. Ook de verkeerde voorlichting door de directie aan de vergadering inzake een achtergebleven lening aan Umgeni na de verkoop van het bedrijf speelde een rol. Faas verklaarde nu als president-commissaris dat Umgeni aan al zijn verplichtingen in 2007 heeft voldaan en er vooralsnog geen twijfel is dat dit ook in 2008 zal gebeuren.Het Administratiekantoor (Van Dijk) bediscussieerde met Faas het feit dat nu een niet van een accountantsverklaring voorziene jaarrekening ter vaststelling voorligt. Naar zijn mening was dit niet juist, waarop Faas aangaf dat er een technische onmogelijkheid is ontstaan om hier aan te voldoen. De nieuwe accountant had niet de mogelijkheid om in het boekjaar (2006) feitelijk te kunnen controleren. Beiden beriepen zich op adviseurs in deze.Met alleen het Administratiekantoor als tegenstemmer werden de jaarstukken vastgesteld.

Zoals toegezegd werd een update gegeven van de strategieontwikkelingen. Allereerst wordt gestreefd naar het huis op orde te brengen, een boekenonderzoek zou te slecht uitpakken voor Alanheri. In de afgelopen tijd is ook vastgesteld dat de twee activiteiten, handel en productie te weinig synergie met elkaar hebben om ze noodzakelijkerwijs in een ondernemingsstructuur te houden. Geïnteresseerden gaven aan dat de beursnotering van waarde was, waaraan Faas toevoegde dat het doorhalen van de notering al gauw 600.000 euro bedraagt. Ook het opheffen van de certificering kost gauw 100.000 euro, hetgeen een vast voornemen is om dit toch te effectueren indien de middelen die ruimte bieden. Het ligt ook in het voornemen om de vacature voor de Raad van Commissarissen voor de eerstkomende aandeelhoudersvergadering in te vullen.

Op vragen van de VEB gaf Faas nog aan dat door zowel Alanheri als Recalcico (beleggingsfonds met directeur Faas) Ernst & Young als voormalig accountant voor de tuchtraad gedaagd gaat worden. Alanheri zal de hoogte van de declaratie aanvechten in verhouding tot de geleverde kwaliteit. Recalcico zal zich richten op de fouten in de jaarrekening waardoor zij schade heeft ondervonden. Bij een positieve uitspraak zal een civiele procedure gestart worden door Recalcico. Andere certificaat-/aandeelhouders kunnen zich hierbij aansluiten mits zij ook meebetalen naar rato van het bezit.