VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

22 mei 2001

Voorzichtig herstel

  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

Er bezochten 23 aandeelhouders en 10 gemachtigden de jaarvergadering, negen meer dan vorig jaar. In tegenstelling tot vorig jaar nu echter in een ontspannen sfeer. En dat terwijl het resultaat nog veel slechter was dan het vorige dat ook al fors gedaald was. De CEO en (enig) directielid Jan-Arie van Barneveld maakte in zijn inleiding duidelijk, dat 2000 voor de onderneming een jaar met twee gezichten was. Aan de minkant verder verlies van omzet en resultaat, een te grote omvang van de organisatie (niet in lijn met de omzet) en het vertrek van drie directieleden en twee commissarissen.

Daartegenover aan de pluskant een voorzichtig herstel in het tweede halfjaar, het zichtbaar worden van de eerste resultaten van de broodnodig gebleken reorganisatie, verhoogde investeringsbereidheid in de energiemarkt waar Brunel met engineering bij betrokken is en de uitstekende groei van de business consultancy in Duitsland. Van Barneveld had de pech dat de techniek het bij de beoogde projectie van sheets volledig liet afweten: het scherm bleef blanco.

Vergelijking van het eerste halfjaar met het tweede halfjaar toonde enkele opvallende verschillen: verbetering van omzet en brutomarge, lagere personeelskosten (voornamelijk in Nederland waar de pijn het grootst was), vooral daling van het aantal indirecte personeelsleden (kantoorpersoneel). Brunel is met hoogopgeleide specialisten uit diverse vakgebieden actief op het gebied van detachering, business en technology consulting en engineering. De onderneming concentreert zich op Nederland (58 procent van de omzet), Belgi en Duitsland (elk 8 procent), de Verenigde Arabische Emiraten en enkele landen in Zuidoost Azi (tezamen 20 procent), hoewel op het gebied van energy engineering ook nog wat activiteiten (6 procent) elders worden uitgeoefend.

In de discussie volgend op de inleiding was de VEB vrijwel de enige vragensteller. Over de personele mutaties bleef president-commissaris Jan Erik Jansen kort: geen mededelingen over hun aftreden (de slechte gang van zaken en de noodzakelijk gebleken herstructurering spreekt echter boekdelen!) en de huidige directie blijft zeker niet eenhoofdig. Van Barneveld vulde desgevraagd aan, dat ook op het tweede echelon managers zijn vertrokken. Versterking is in volle gang. De goede gang van zaken in Duitsland lijkt in tegenspraak met de wat moeizame economische ontwikkeling in dat land. Maar volgens van Barneveld ontwikkelt de veelbelovende engineering consultancy zich wel goed. Brunel ondervindt relatief weinig concurrentie en mikt op vergroting van het marktaandeel. Voorlopig echter niet zozeer via acquisities, want afronding van het reorganisatieproces in Nederland heeft nu prioriteit.

Op de vraag waarom het nog steeds relatief hoge debiteurencijfer (bijna drie maanden omzet) maar langzaam daalt zei van Barneveld dat aan verlaging wordt gewerkt, maar een deel van de klanten (vooral in de overheidssfeer, maar ook bijvoorbeeld de N.S. en KPN) zijn traditioneel traag met betalen.

De vraag of bij de verkoop van dochter Brandstaff (laagwaardige dienstverlening, geen kernactiviteit) aan een met de onlangs afgetreden commissaris en grootaandeelhouder Jan Brand gelieerd bedrijf (Brandfort) geen sprake was van belangenverstrengeling werd door Jansen beantwoord met nee. Hij zei dat de vraagprijs zorgvuldig met de accountant was opgesteld (buiten aanwezigheid van Brand) en dat het bedrijf aan diverse binnen- en buitenlandse gegadigden was aangeboden. Brandfort bleek de hoogste bieder.

Het weliswaar aanzienlijk verlaagde dividend bleef ver boven de winst per aandeel, omdat het slechte resultaat als incidenteel wordt beschouwd. De positieve trend van het vorige jaar zet zich tot nu toe door. Over het hele jaar werd echter geen andere prognose gegeven dan positieve omzet- en resultaatverwachtingen over de hele lijn. Gezien het gehanteerde normale pay-out beleid van 25  30 procent zou bij een onveranderd dividend de winst dan ten minste weer op dat van voorgaande jaren kunnen komen. Geen commentaar antwoordde Jansen op deze suggestie.

{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}