VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

30 januari 2001

Ingrijpende veranderingen

  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

De opkomst in de jaarvergadering was met 418 certificaathouders vrijwel even groot als vorig jaar. De aanwezigen zagen zich gesteld voor drie ingrijpende veranderingen. De acquisitie per 1 oktober 2000 van European Bakery Supplies Business vergroot de concernomzet met een derde en maakt CSM tot marktleider in Europa en wereldwijd van bakkerij-ingrediënten en -producten. Dit kwartaal wordt voorts de verkoop afgerond van de gehele levensmiddelendivisie, in het afgelopen boekjaar nog goed voor dertien procent van de omzet.

    

De derde opzienbarende verandering betrof het ingevoerde systeem van stemvolmacht voor certificaathouders, zodat deze voor het eerst zelf stemrecht mochten uitoefenen. Niet automatisch overigens, want voorwaarde is wel dat tijdig vóór de vergadering een verzoek daartoe wordt ingediend. Dit laatste was duidelijk aangegeven, zowel in de oproepadvertentie als in het jaarverslag. Maar het was kennelijk nog even wennen, want slechts een handjevol certificaathouders had om een stemvolmacht gevraagd. Stemming bleek overigens voor geen der agendapunten nodig, want geen van de bestuursvoorstellen stuitte op bezwaren.

Wel leidde het dividendvoorstel tot enige discussie. Een aandeelhouder vond het dividend te laag omdat het dividendrendement nu achterblijft bij de voortaan door de fiscus gehanteerde vier procent. President-commissaris Frits Fentener van Vlissingen wees erop dat de pay-out bezwaarlijk kan worden afgestemd op de hoogte van de beurskoers. Iets anders is het keuzedividend. Het is dit jaar gehandhaafd omdat gebleken (?) is dat velen het ook nu op prijs stellen. Een zwak argument. Het heeft immers zijn voornaamste functie – belastingbesparing – verloren, terwijl wel enige verwatering van de winst per aandeel optreedt. De VEB verzocht hoogte en vorm van het dividend voortaan afzonderlijk door de aandeelhouders te laten vaststellen.

Bestuursvoorzitter Vink – voortaan presenteert de directie zich als raad van bestuur – begon zijn inleiding met de opmerking dat de winst voor de 23e achtereenvolgende maal was gestegen. Aan deze stijging droegen alle drie activiteitengebieden bij. Deze drie zijn in volgorde van omzetbijdrage bakkerij-ingrediënten, consumentenmerkartikelen (levensmiddelen en zoetwaren) en proces-industriële activiteiten (suiker en melkzuur/Purac).

In de portfolio hebben zich de laatste vijf jaar sterke verschuivingen voorgedaan. Het relatieve aandeel van de snelst groeiende divisies (bakkerij-ingrediënten, zoetwaren en Purac) in de concernomzet verdubbelde, tot 76 procent vorig jaar, na de recente mutaties zelfs tot 91 procent, namelijk respectievelijk 64, 21 en 6 procent. De suikerdivisie – nu negen procent – groeit niet, maar is en blijft een aantrekkelijke ‘cash cow’ en is als zodanig mede nuttig voor de expansiefinanciering van de overige divisies.

Bakkerij-ingrediënten en zoetwaren expanderen mede door acquisities. Hiervoor bestaan ook bij de reeds sterke marktposities in Europa en wereldwijd nog ruime mogelijkheden. Alleen Purac met een mondiaal marktaandeel van zeventig procent, groeit vrijwel alleen autonoom, maar dan wel met tien à vijftien procent per jaar. De verkoop van de goed renderende levensmiddelendivisie – sinds 1978 de oudste diversificatie van CSM – was een moedige stap, maar goed verklaarbaar. Mede door toenemende concurrentie van grote multinationals op dit terrein was verdere versterking in Nederland nauwelijks mogelijk en expansie naar andere landen vrijwel uitgesloten.

Vink acht het inmiddels sterk veranderde concern goed in staat aan de financiële minimumdoelstellingen te blijven voldoen. Deze zijn: 15 procent rentabiliteit op het geïnvesteerde vermogen bij elke werkmaatschappij (vorig jaar voor het hele concern 23 procent), rentedekking vijf procent (vorig jaar 10,4), jaarlijkse groei nettowinst tien procent (vorig jaar 19,6 procent). Voor het lopende jaar verwacht hij een winstgroei ruimschoots daarboven (vóór amortisatie goodwill die dit jaar voor het eerst moet worden geactiveerd).

{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}