VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

29 januari 2009

Te veel spreiden prikkelt te weinig

  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

De optimale portefeuille theorie van Nobelprijswinnaar Harry Markowitz wordt ook wel ´the only free lunch in finance theorie´ genoemd. Helaas is deze lunch niet zo gratis als de hoogleraar ons wil laten geloven.

Markowitz bewees in de jaren vijftig wiskundig dat diversificatie er voor kan zorgen dat het rendement op je portfolio kon stijgen bij het gelijk blijven van risico. Door het toevoegen van ongecorreleerde aandelen in een portfolio kan namelijk het specifieke (onsystematisch) risico van bedrijven “weggediversifieerd” worden. De theorie werd het mantra van voornamelijk institutionele beleggers (pensioenfondsen, verzekeraars en beleggingsfondsen). Zo heeft bijvoorbeeld de Algemene Pensioen Groep (het voormalige ABP) maar liefst 5000 aandelen in de portefeuille. Ook managers van beleggingsfondsen en verzekeraars krijgen vaak niet het mandaat om een paar posities in enkele ondernemingen te nemen.

Het probleem hiervan is dat er door het verspreide aandelenbezit nauwelijks een prikkel is om ondernemingen in de portefeuille actief te monitoren. Waarom zou een individuele belegger kosten maken om bijvoorbeeld actief gebruik te maken van stemrecht op een aandeelhoudersvergadering. Hij maakt de kosten en alle `luie` aandeelhouders profiteren gratis mee. Als het rendement van de fondsmanager met de wereldindex wordt vergeleken wordt hij zelfs gestraft voor de gemaakte kosten van actief aandeelhouderschap (en krijgt hij geen bonus!). Het bovenstaande ‘free-riderprobleem’ verklaart in de kern de passieve houding van de meeste institutionele beleggers. Het is niet rationeel voor sterk gediversifieerde beleggers om een ruim budget te hebben voor actief aandeelhouderschap (vaak nog geen duizendste van de waarde van de beleggingsportefeuille). Daarnaast hebben de meeste institutionele beleggers last van commerciële en/of politieke belangenproblemen. Zo zou bijvoorbeeld verzekeraar Aegon als aandeelhouder in Ing nooit op een ava twijfelen aan de waarde van gestructureerde producten op de balans. Aegon kan dan immers dezelfde vraag op de eigen ava van ING verwachten. De publieke pensioenfondsen hebben last van politieke belangenproblemen. Zo is bijvoorbeeld de politieke top van het APG betrekkelijk mild over de te goedkope verkoop van Fortis onderdelen aan Wouter Bos. Als gevolg van het feit dat het niet rationeel is voor institutionele beleggers om ‘controle rechten’ op aandelen uit te oefenen is er een groot machtsvacuüm tussen het bestuur en de aandeelhouder ontstaan. Dit heeft er onder andere toe geleid dat er veel aandeelhouderswaarde is vernietigd door te dure overnames die niet zijn tegengehouden door aandeelhouders in de laatste jaren (bijvoorbeeld van Tomtom, Heineken, Akzo).

Ook de kredietcrisis kan gezien worden als een gevolg van het gebrek aan prikkels van (institutionele) beleggers om bedrijven actief te monitoren. Als beleggers kritischere vragen hadden gesteld over de risicoaanmoedigende beloningstructuren en de waarderingsmethodiek van rommelportefeuilles hadden besturen niet de kans gekregen om op zulke groot schaal aandeelhouderswaarde te vernietigen. Dit is uiteindelijk de hoge prijs die je betaalt voor diversificatie…

{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}