VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

11 juli 2007

VEB vraagt OK om drie onafhankelijke commissarissen

  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

De VEB heeft gisteravond een verzoek ingediend bij de Ondernemingskamer (OK) van het Gerechtshof Amsterdam tot het treffen van verdere onmiddellijke voorzieningen in de door de VEB aangespannen procedure tegen ABN Amro.

Het verzoek van de VEB behelst de benoeming van drie onafhankelijke commissarissen die moeten zorgdragen voor een ordentelijk verloop van het biedproces en een open beoordeling van alternatieven. Aan deze commissarissen zouden belangrijke bevoegdheden in het kader van het biedproces (zie hieronder) dienen te worden toegekend. Vertrouwensbreuk met aandeelhouders De VEB constateert dat ABN Amro in de afgelopen maanden het vertrouwen van aandeelhouders heeft verloren. Dat blijkt uit: 1. de uitslagen van de stemmingen in de algemene vergadering van aandeelhouders (AVA) van 26 april, waarin de aandeelhouders in meerderheid hebben gestemd voor onderzoek naar waardemaximalisatie (71,8%), onderzoek naar opsplitsing (67,9%) en rapportage daarover binnen zes maanden (85,2%);
2. het feit dat er een enquêteprocedure gestart is die brede steun heeft;
3. de omstandigheid dat aandeelhouders thans niet de voorkeur hebben voor de door ABN Amro aanbevolen fusie met Barclays;
4. de omstandigheid dat ABN Amro alles in het werk stelt om te voorkomen dat de AVA van ABN Amro (zie beschikking OK 3 mei) zich uitspreekt over de voorgenomen verkoop van LaSalle.

Tekortschieten RvB en RvC De VEB is van mening dat Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen ernstig zijn tekortgeschoten in de uitoefening van hun taak. Zij hebben: - onvoldoende onderzoek verricht naar alternatieven;
- zich - door de overeenkomst van 22 april 2007 - vastgeklonken aan Barclays
- geen reëel overleg gevoerd met het Consortium van RBS, Fortis en Banco Santander;
- het besluit over de toekomst van ABN Amro genomen vóór de strategiediscussie in de AVA;
- nadien onvoldoende uitvoering gegeven aan aangenomen moties in de AVA; en
- onvoldoende transparantie betracht richting aandeelhouders.

Deze vooringenomen houding van Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen maakt dat thans geen uitzicht is op een open houding ten aanzien van alternatieven. Geconstateerd moet worden dat ABN Amro zich onverminderd blijft inzetten voor een samengaan met Barclays. De VEB acht deze houding onacceptabel. De VEB betreurt dat die houding sinds 3 mei jl. (beschikking OK) niet is verbeterd. Niet langer vertrouwen van werknemers Daar waar de VEB vaststelt dat Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen van ABN Amro niet of niet langer het vertrouwen genieten van aandeelhouders, is in de afgelopen weken ook duidelijk geworden dat beide raden ook niet (langer) het vertrouwen van werknemers en vakorganisaties genieten. Uit het verweerschrift dat de vakbonden (FNV Bondgenoten, CNV Dienstenbond, De Unie en de BBV) op 28 juni jl. hebben ingediend, blijkt dat zij zeer ontevreden zijn over de wijze waarop Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen zijn omgegaan met de belangen van werknemers. De grieven gaan niet alleen over de behandeling van werknemers, maar ook over het gehouden toezicht en het fusieproces. In hun verweerschrift geven de vakorganisaties aan dat ABN Amro de wettelijke rechten van werknemers en vakorganisaties met voeten hebben getreden. ABN Amro heeft geweigerd - conform artikel 4 lid 2 van de Fusieregels 2000 - de vakorganisaties inzicht te verschaffen in de te verwachten sociale gevolgen van de fusie. Ook aan het in de Wet op de Ondernemingsraden (artikel 25 lid 1) vastgelegde adviesrecht voor de OR heeft ABN Amro zich niet gehouden. De vakbonden oordelen dat ABN Amro het proces slecht heeft geregisseerd, dat de bliksemverkoop van LaSalle ‘roekeloos en onverantwoord’ is en dat het fusiebesluit met Barclays ‘onverantwoord en onzorgvuldig is’. Noodzaak voor onmiddellijke voorzieningen Gegeven de vooringenomen houding van bestuur en commissarissen en de huidige situatie waarin Raad van Bestuur en Raad van Commissarissen niet (langer) het vertrouwen genieten van de belangrijkste stakeholders, aandeelhouders en werknemers, acht de VEB het treffen van de gevraagde onmiddellijke voorziening noodzakelijk. Dit geldt temeer aangezien de verwachting bestaat dat na de uitspraak van de Hoge Raad op 13 juli a.s. het biedingsproces rond ABN Amro een nieuwe fase zal ingaan. Daarbij is de verwachting dat de strijd om ABN Amro - ongeacht de uitspraak van de Hoge Raad - ook na 13 juli a.s. niet zal zijn beëindigd. De VEB verzoekt de Ondernemingskamer om “drie door de Ondernemingskamer aan te wijzen personen te benoemen tot commissaris aan wie bij uitsluiting de bevoegdheid toekomt om beslissingen te nemen over en om ABN Amro te vertegenwoordigen in ieder overleg en bij iedere rechtshandeling met betrekking tot het biedingsproces, waaronder begrepen (uitvoering van) de overeenkomst van 22 april 2007 tussen ABN Amro Bank NV en Bank of America tot verkoop van LaSalle.” De VEB heeft de Ondernemingskamer verzocht de gevraagde onmiddellijke voorzieningen op de kortst mogelijke termijn te behandelen. Vereniging van Effectenbezitters

{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}