VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

31 augustus 2009

AEX: ‘buy and forget' doet het beter dan index

  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

De AEX is een duiventil. Wat zou een belegger hebben overgehouden als hij in 1985 de AEX kocht maar nooit zou hebben meegedaan met alle wijzigingen?

De Amerikaanse professor doet in zijn boek The future for investors uitgebreid onderzoek naar de geschiedenis van de S&P500.

Zo onderzocht hij onder andere wat een belegger zou hebben overgehouden als hij in 1957 een portefeuille samenstelde precies conform de S&P500 en hier vervolgens niets meer mee deed tot 2003.

Hierbij nam Siegel aan dat het dividend steeds werd herbelegd in het aandeel dat het uitkeerde en zag hij af van kosten. Na een overname in contanten werd de opbrengst herbelegd conform de index.

Wat bleek? Deze ‘buy and forget'-portefeuille zou 26 procent meer waard zijn geweest dan een portefeuille die al die jaren was aangepast aan de veranderingen in de S&P500.

Toepassen op AEX
Om na te gaan wat de volstrekt passieve ‘buy and forget'-strategie voor de AEX zou hebben opgeleverd, gaan we terug tot januari 1985, het moment dat de AEX voor het eerst een mandje van aandelen is.

De AEX bestaat sinds 1983 maar werd in de eerste twee jaar eenvoudigweg uitgerekend door de gemiddelde procentuele verandering van de aandelen in de index op te tellen bij de vorige stand van de index. Sinds begin 1985 is de AEX een mandje van aandelen met een vast aantal aandelen per fonds. Het voordeel hiervan is dat beleggers de index kunnen kopiëren.

Na 24 jaar...
Wie de vijftien aandelen in de AEX van 3 januari 1985 aankocht, was daar op de beurs 18.888 gulden voor kwijt
(8.571 euro), precies de onderliggende waarde van één indexoptie. Meedoen met alle wijzigingen die sindsdien in de AEX zijn opgetreden, zou 24 jaar later (eind 2008) hebben geresulteerd in een eindsom van 55.573 euro. Daarbij zijn alle ontvangen dividenden herbelegd en is afgezien van alle kosten en eventuele belastingen.

De Total Shareholder Return (TSR) - het totale rendement dat de aandeelhouder geniet uit koersresultaat en dividend - komt daarmee op 7,9 procent per jaar. Dat is het resultaat (voor kosten) voor een belegger die passief de index volgt, bijvoorbeeld door aankoop van een tracker.

Passanten maken het verschil
Wat zou er echter met de portefeuille zijn gebeurd als de belegger vanaf 1985 helemaal niets had gedaan? Hij had dan in elk geval de nodige transactiekosten bespaard, maar wat was er met het mandje gebeurd?

Dan blijkt dat tien van de vijftien aangehouden aandelenposities beter rendeerden dan de AEX die jaarlijks werd aangepast en waarin allerlei passanten voorbijkwamen. Die passanten maakten het verschil. Sommige werden overgenomen, andere deden het goed. Maar er zijn heel wat passanten geweest die het predicaat ‘hoofdfonds' achteraf niet hebben kunnen waarmaken. Met bijvoorbeeld Fokker, Daf, Baan, Getronics en UPC liep het niet goed af.
ABN Amro valt op
Van die tien steekt de overgenomen fusiebank ABN Amro erbovenuit, maar het valt ook op dat de gemiddelde rendementen van de succesvolste bedrijven in de AEX relatief weinig van elkaar afwijken. Shell, Unilever, Ahold en Heineken hebben over de periode van 24 jaar tussen 1985 en 2008 een gemiddelde TSR tussen de 10,0 en 11,3 procent.

Wie het originele mandje van 3 januari 1985 vasthield en helemaal niets deed behalve het dividend herbeleggen, zou eind 2008 een portefeuille bezitten ter waarde van 79.299 euro, maar liefst 25.622 euro meer dan wie de AEX had gevolgd.

Uitkomst geflatteerd?
Dankzij de verschillende overnames is er een grote portie cash van 37.882 euro in de fictieve portefeuille. ABN Amro vormt de hoofdmoot van het contante gedeelte en men zou kunnen stellen dat de uitkomst geflatteerd wordt door de extreem hoge opbrengst van deze bank op een piek in de markt.

Als echter de contante opbrengsten van ABN Amro en ook die van Gist-Brocades, Corus en P&O Nedlloyd waren herbelegd in een passief indexmandje van dat moment, was het eindresultaat lager uitgekomen. De opbrengsten van ABN Amro en Corus zouden zijn gehalveerd, die van Gist-Brocades en P&O Nedlloyd zouden met ruim een derde zijn teruggevallen. Er zou dan met 61.300 euro ook nog altijd beduidend meer zijn overgebleven dan met een belegging in de ‘actieve' AEX.

Problematische nieuwkomers
In de loop der jaren zagen heel wat bedrijven hun aandeel (tijdelijk) opgenomen in de AEX. In totaal hebben tussen 1983 en 2008 maar liefst 64 verschillende aandelen deel uitgemaakt van de AEX.

Laten wij de nieuwkomers door fusie van bestaande indexleden, zoals ABN Amro, KNP BT, Unibail-Rodamco, buiten beschouwing, dan kwamen er 45 nieuwelingen binnen, gemiddeld bijna twee per jaar. Van deze nieuwkomers kwam een tamelijk groot deel op enig moment in ernstige financiële moeilijkheden.

Zes ervan gingen enkele jaren na opname in de AEX volledig ten onder: Daf, Fokker, Baan, UPC, Versatel en KPNQwest. Andere nieuwkomers kwamen binnen enkele jaren zozeer in problemen dat steun van buitenaf noodzakelijk was, zoals onlangs nog voor TomTom.

Alleen Ahold in levensgevaar
Minimaal een kwart van de nieuwkomers in de AEX ging door een diep dal en kwam daar zwaar gehavend uit, of helemaal niet. Van de vijftien aandelen uit het eerste AEX-mandje kwam eigenlijk alleen Ahold even in levensgevaar door het boekhoudschandaal in 2003.

Aegon en ING werden serieus geraakt door de kredietcrisis van 2008 en moesten worden gesteund door de staat. Over de hele periode genomen is het rendement op deze drie aandelen echter ruimschoots positief. Ahold is anno 2009 weer kerngezond en Aegon en ING lijken de storm te kunnen doorstaan.

Toelating beursnotering
Het enige criterium om in de AEX te worden opgenomen is de omzet in een aandeel op de beurs. De AEX-index werd dan ook oorspronkelijk in het leven geroepen als onderliggende waarde voor optiecontracten, liquiditeit was essentieel.

Anno 2009 worden aandelenindices in toenemende mate gebruikt om in te beleggen, bijvoorbeeld door middel van trackers. De verhouding tussen rendement en risico van de AEX als beleggingsinstrument zou verbeterd kunnen worden als er naast de verhandelbaarheid ook eisen zouden komen voor bijvoorbeeld balansverhoudingen of winstgevendheid.

Risico AEX verlagen
Het weren van ondernemingen die nog nooit winst hebben gemaakt zou een goede zaak zijn. Het is aannemelijk dat dit het risico van de AEX zal verlagen en het rendement zal verhogen.

Ieder land krijgt de aandelenindex die het verdient. Nederland heeft de AEX. Deze is zoals de Nederlanders: niet te moeilijk, maar zo veranderlijk als het Hollandse weer. Misschien wel iets te veranderlijk.

{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}