VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

01 januari 2013

Diversificatie

  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

In tijden van crisis is risico voor veel beleggers belangrijker dan rendement. Spreiding is dan het recept om het risico binnen een beleggingsportefeuille te verminderen. Toch gebeurt het nog veel te weinig. Klinken de critici van spreiden zo overtuigend?

De laatste crisis heeft veel economische, ook Nobelprijswinnende theorieën richting vuilnisbelt verwezen. Maar de spreidingstheorie van Harry Markowitz uit de jaren vijftig, hij kreeg er pas in 1990 de Nobelprijs voor, lijkt nog springlevend.

Stootkussens
Shell of BP? Stijgt of daalt de rente? Hoe hard gaat China de komende jaren groeien? Een belegger die deze vragen kan beantwoorden, heeft een idee of hij aandelen, obligaties of grondstoffen moet kopen.

De realiteit is dat analisten en economen een slechter dan beroerde reputatie hebben als het gaat om voorspellen. En ook voor beleggers is het onmogelijk om te weten hoe de koersenborden op de beurs er morgen
uitzien. Voor hen bestaat een oplossing: spreiden of iets deftiger gezegd: diversifiëren.

Spreiden is niets anders dan beleggingsvermogen verdelen over verschillende soorten beleggingen. Hierdoor kunnen meevallers tegenvallers compenseren met als gevolg een stabieler rendement.

Aandelen, obligaties en grondstoffen gedragen zich allemaal iets anders in verschillende fases van de economische cyclus, waardoor voordelen behaald kunnen worden.

Neem bijvoorbeeld de aandelen van Unilever, AkzoNobel en Heineken. Deze kregen vorig jaar een optater omdat het moeilijk was om de hogere kosten voor grondstoffen door te berekenen aan klanten.

Een belegger die tegelijkertijd in een mandje grondstoffen had belegd, had zich hier (gedeeltelijk) tegen kunnen beschermen. Hoe twee soorten beleggingen ten opzichte van elkaar bewegen wordt aangegeven door de zogeheten correlatiecoëfficiënt. De coëfficiënt ligt ergens tussen de één (geen risicoreductie mogelijk) en de min één (al het risico kan geëlimineerd worden).

Het werk van Markowitz laat zien dat de correlatie niet min één hoeft te zijn om voordeel van spreiding te hebben. Zolang deze kleiner is dan één, zit een belegger goed.

Aandelen en grondstoffen hebben een lage onderlinge relatie. Dit maakt dat, waar grondstoffen op zichzelf een riskante belegging zijn, de toevoeging van grondstoffen voor een belegger met een grote aandelenportefeuille als een airbag kunnen fungeren. Vrij vertaald: minder risico voor hetzelfde rendement. Het is de reden dat spreiding de enige “gratis lunch” in de beleggingswereld wordt genoemd.


Andere tijden
De formule van Markowitz is al meer dan zestig jaar oud; de wereld ziet er nu anders uit. De economieën en financiële systemen van landen zijn door toenemende globalisering sterk verweven. Het heeft ertoe geleid dat verschillende soorten beleggingen steeds meer op elkaar zijn gaan lijken.

Iets technischer: de correlatie tussen verscheidene activaklassen gaat steeds meer richting een waarde van één. Dat blijkt bijvoorbeeld op de grondstofmarkten. De correlatie tussen Europese aandelen (MSCI Europe) en grondstoffen
(Goldman Sachs Commodity index) schommelde in 1995 nog rond de nul. Maar in de laatste jaren is de correlatie opgelopen tot boven de 0,5.

 
De correlatie tussen Europese aandelen en opkomende en Amerikaanse aandelen is ook stevig opgelopen. De voordelen van spreiden worden hierdoor kleiner en kleiner. Misschien wel het grootste manco van de bescherming die spreiding heet, is dat deze niet werkt bij een frontale botsing. In 2007 ontvlamde de kredietcrisis in de Verenigde Staten.

Alle soorten beleggingen werden toen overal naar beneden gesleurd, van aandelen tot (de meeste) grondstoffen en van vastgoed tot hedgefondsen. Niet vreemd dat cynici sterk begonnen te twijfelen aan de toegevoegde waarde van diversificatie.

Toch blijven voorstanders van diversificatie erop wijzen dat spreiding weliswaar minder goed, maar nog steeds werkt. In het horrorjaar 2008 onttrokken bijvoorbeeld obligaties van degelijke landen zich aan de ellende.

Beleggers zagen deze obligaties als veilige haven, waardoor de koersen omhooggingen. Ook goud en enkele andere edelmetalen stegen in waarde.

Toch waarde
Kritiek op spreiding komt vooral van beleggers die speuren naar dat ene pareltje. Het zijn stock pickers die komen met uitspraken als: “Een belegger die aan de ultieme vorm van spreiding doet en de index koopt, weet in ieder geval zeker dat hij de index niet zal verslaan” en “je kunt prima al je eieren in één mandje stoppen, als je het mandje maar goed in de gaten houdt.”

Het zijn mooie kreten, maar de praktijk laat zien dat het lastig is de potentie en risico’s van een belegging te doorgronden. Vraag maar aan de werknemers van het failliete Enron.

De werknemers van de energiegigant verloren niet alleen hun baan, maar ook hun pensioen dat grotendeels in Enron was belegd. Het is evident dat een goed gespreide belegger ook zeperds in zijn portefeuille heeft. Maar zeperds zullen de belegger nooit uit het veld slaan omdat hij ook in de goede beleggingen zit.

{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}