VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

04 september 2013

Beleggen in oorlogstijd: onzekerheid zorgt voor echte dalingen

  • Pagina printen
  • 0 Reageer op dit artikel
  • Stuur dit artikel door

    Vul hieronder het emailadres in van degene naar wie u dit artikel wilt doorsturen, en uw eigen emailadres in.

Beleggers houden niet van politieke spanningen. Uit historische data blijkt dat aandelen dalen en olie stijgt bij oorlogsdreiging. Met militaire actie is beursherstel vaak aanstaande.

Het klinkt wrang, maar aandelenmarkten blijken op te veren als politieke spanningen daadwerkelijk omslaan in oorlog.

De dreigende aanval van de Verenigde Staten op Syrië zorgt al enige dagen voor, zij het licht, dalende aandelenkoersen en duurdere olie.

De Amerikaanse beurzen verloren vorige week 2 procent en de olieprijs liep met eenzelfde percentage tot de hoogste waarde in een halfjaar tijd.

Syrië zelf is geen grote olieproducent, maar beleggers vrezen escalatie van de problemen in het Midden-Oosten en zelfs daarbuiten. Het Midden-Oosten is als regio goed voor circa 35 procent van het mondiale olie-aanbod.

Rusland is de belangrijkste bondgenoot van Syrië buiten de regio en ook China staat niet te springen om een militaire aanval.

Toch laten eerdere conflicten in de olierijke Arabische wereld en omgeving zien dat een te grote schrikreactie onder beleggers onnodig is.

1991: Operatie ‘Dessert Storm'
In de twee weken voor het begin van de de verdrijving van Irak uit Koeweit, daalde de S&P 500 met bijna 5 procent en steeg de olieprijs met 12,5 procent.

Twee dagen na het verstrijken van het ultimatum begonnen de Amerikanen op 17 januari 1991 een luchtaanval, genaamd operatie Dessert Storm. Op die dag daalde de olieprijs op één dag met liefst 33 procent en steeg de S&P 500 met 3,7 procent.

2003: Irak-oorlog
In de drie maanden voor de feitelijke aanval op Irak op 19 maart 2003, als reactie op de mogelijke ontwikkeling van nucleaire wapens door Saddam Hoessein, was olie 40 procent duurder geworden. De S&P 500 liet een veer van 11 procent.

Toen President Bush het finale ultimatum aan Hoessein had gegeven begon de olieprijs de dalen en de aandelen te stijgen. In een week tijd werd olie bijna een kwart goedkoper en steeg de S&P 500 met 8 procent.

2011: Libië
In de maand voor de Amerikaanse interventie in de burgeroorlog in Libië daalden de aandelenkoersen met circa 5 procent en werd olie 12 procent duurder.

Toen de militaire acties eenmaal waren begonnen ging de aandelenmarkt gelijk 1,5 procent omhoog en won zelfs 4 procent de maand daaropvolgend.

In dit geval bleef de olieprijs wel doorstijgen, tot zelfs een maand na de start van de interventie. Ten vier maanden later Kadhafi overwonnen was noteerde olieprijs al weer een kwart lager.
.

{{scope.count}}Reacties

Geef als eerste een reactie op dit artikel |
{{comment.userName}}
{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy HH:mm'}}

{{comment.body}}