VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

De verkiezing van de Franse president Macron lijkt de weg te hebben geopend voor een versterking van de Europese Unie. Een minister van Financiën voor de eurozone en een eurobegroting zijn waarschijnlijk een brug te ver. Maar de voorstellen die op de plank liggen zijn voor de financiële markten al behoorlijk vergaand.

Meteen na de verkiezingen in Frankrijk kwam het onderwerp van versterking van de eurozone op de agenda. Een al oud Frans voorstel voor euro-obligaties werd in Duitsland meteen al naar de prullenbak verwezen.

Als de voorstellen die de Europese Commissie heeft neergelegd op een rij worden gezet dan is echter vrij duidelijk dat het uiteindelijke doel wel degelijk is om te komen tot veel verdergaande Europese integratie.

Zo is een van de Brusselse voorstellen om obligaties op de markt te brengen die gedekt worden door een mandje obligaties van verschillende eurolanden, zogenaamde ‘sovereign bond-backed securities’. 

De ontwikkeling hiervan wordt nadrukkelijk bij commerciële partijen gelegd en de commissie benadrukt dat hierbij geen sprake is van samen uitgeven van schuld. Tegelijkertijd is duidelijk dat dit soort effecten veel weg hebben van eurobonds. Als er een markt ontstaat voor dit soort effecten, wordt daarmee in feite ook al een markt gecreëerd voor soortgelijk schuldpapier uitgegeven door eurolanden gezamenlijk.

Een andere stap is de ontwikkeling van een Europese ‘safe asset’, effecten die de referentie zijn als het gaat om een risicovrije belegging. Daarbij wordt de vergelijking met Amerikaanse staatsobligaties gemaakt.

Dit kunnen eigenlijk alleen maar euro-obligaties zijn die op een of andere manier gedekt worden door garanties van eurolanden. De vraag is ook voor welk probleem dit een oplossing zou zijn? Het referentiepunt voor Europese risicovrije beleggingen bestaat immers al in de vorm van Duitse staatsobligaties.

Een ander idee is om de lagere risicoweging voor staatsobligaties af te schaffen. De commissie plaatst dit idee in het perspectief van risicospreiding omdat het dan minder aantrekkelijk zou worden voor banken om te beleggen in staatspapier van hun eigen overheid. Bijvangst is echter dat de nog te ontwikkelen gebundelde staatsobligaties interessanter zouden worden als belegging. 

Zo zijn er verschillende kleine stappen die de introductie van euro-obligaties veel makkelijker maken als de tijd er rijp voor is. Maar Brussel heeft ook plannen in de sfeer van garanties. Het gaat allereerst om een Europees depositogarantiestelsel. De onderhandelingen daarover waren in 2015 bevroren, maar het is dus nog niet van de agenda verdwenen. Het voorstel is dat spaartegoeden van banken die omvallen op termijn niet meer worden gegarandeerd op nationaal niveau, maar op Europees niveau. Om de vergoeding te kunnen doen moet een fonds van naar schatting 43 miljard euro worden opgebouwd met bijdragen van banken uit de eurozone.

Een ander voorstel is om het Europese resolutiefonds voor failliete banken te verstevigen met een Europese garantie. Het resolutiefonds is nu nog afhankelijk van bijdragen van de sector zelf, maar is daardoor in een crisis mogelijk niet sterk genoeg. Er is in principe al afgesproken om hier een overheidsgarantie achter te hangen. Dat zou nu zo snel mogelijk moeten gebeuren, vindt Brussel.

Deze garantie zou het best kunnen worden gegeven door het Europese noodfonds ESM. Dat financiert zichzelf nu al met garanties van de eurolanden. Door de reddingsmechanismen voor de financiële sector ook naar het Europese niveau te tillen, gaat het proces van over en weer schulden garanderen nog een stap verder.

Kleine stappen die op zichzelf politiek niet controversieel zijn, maar wel een manier waarop de eurozone kan worden versterkt. Het resultaat is hetzelfde: meer Europese integratie.