VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Duurzame technologie en een lonkend perspectief van explosieve groei. Het is een combinatie waar veel beleggers op dit moment warm voor lopen. De koerssprong van ruim een derde die het aandeel Alfen vanaf de beursgang dit voorjaar heeft gemaakt, is dan ook niet echt een verrassing. Toch is Alfen met een geschiedenis die tachtig jaar teruggaat wel anders dan de meeste technologiebedrijven.

In 1937 begon het bedrijf als J. van Alfen’s fabriek met de productie van apparatuur voor elektriciteitsnetwerken. Dit is nog steeds een belangrijke activiteit, ondergebracht in de divisie smart grid solutions. Deze tak verkoopt transformatorstations en levert oplossingen die het elektriciteitsnet ‘slimmer’ maken. De klanten zijn netbeheerders, grote stroomconsumenten zoals glastuinbouwers en duurzame energieproducenten.

Smart grid solutions was in 2017 goed voor meer dan driekwart van de ruim 73 miljoen euro aan jaaromzet van Alfen. Het is dan ook pas tien jaar geleden dat Alfen zich op de duurzame oplossingen ging richten die nu zorgen voor het lonkende groeiperspectief. De huidige bestuursvoorzitter Marco Roeleveld nam toen het voortouw voor de ontwikkeling van laadpalen voor elektrische auto’s. In 2013 leverde Alfen het eerste energie-opslagsysteem, de andere duurzame technologie waar het nu veel van verwacht.

Het zijn de twee activiteiten die het hardst groeien en die het bedrijf in staat stellen om uit te breiden over de grens. Bestuursvoorzitter Roeleveld schetst in een interview hoe het moet leiden tot de 40 procent omzetgroei per jaar die het bedrijf beleggers voorspiegelt. Hij gaat ook in op de vraag hoe de markt voor elektrische auto’s zich zal ontwikkelen en blikt terug op de beursgang.

1. Kunt u schetsen hoe de energietransitie Alfen in de kaart speelt?
“De energietransitie betekent dat er steeds meer alternatieve energiebronnen komen die steeds meer decentraal staan. Daar komt de introductie van de elektrische auto bovenop. Die drie dingen bij elkaar leiden tot verstoringen in het elektriciteitsnet die moeten worden opgevangen. Dat gebeurt door het net te verzwaren en door het slimmer te maken. Het verzwaren betekent dat er bijvoorbeeld meer transformatorstations nodig zijn. Het slimmer maken  kan door opslag te plaatsen in het net en met slimme laadpunten. Het speelveld is enorm in beweging en daar zitten wij midden in.”

2. Waarom is het bedrijf goed in dat soort technologie?
“Alfen is een ontwikkel- en productiebedrijf. Wij ontwikkelen producten met de intentie om ze zelf te maken. Ons concept is gebaseerd op gestandaardiseerde bouwblokken. Op basis van die blokken proberen wij op de klant toegespitste toepassingen te maken. Alfen komt uit de markt voor transformatorstations. Daar hebben we een hele sterke positie in opgebouwd met een marktaandeel van ongeveer twee derde in Nederland. De opkomst van nieuwe marktgebieden zoals de laadpunten voor elektrische auto’s maakt het makkelijker voor ons om ook Europees een rol te gaan spelen, en we zijn nu heel druk bezig om onze aanwezigheid in andere Europese landen fors op te voeren.”

3. De omzet komt nu nog grotendeels uit de Nederlandse activiteiten. Betekent dit dat hier een grote verschuiving in gaat komen?
“We zijn in de eerste helft van 2018 met meer dan 50 procent gegroeid met laadpunten en met meer dan 100 procent met energieopslag. Ik heb niet precies in mijn hoofd wanneer de ene de andere inhaalt, maar de groeipercentages op opslag en laadpunten zijn fors hoger dan op smart grid solutions. Dat betekent inderdaad dat we niet alleen een verschuiving gaan krijgen in omzetsamenstelling maar ook een verschuiving naar export. Waar we in de eerste helft van 2017 nog 12 procent van de omzet buiten Nederland genereerden, was dat in de eerste helft van dit jaar al gegroeid naar 21 procent.”

4. Wat zijn de ambities bij de internationale uitbreiding?
“Wij claimen dat we leidende posities hebben. In het ene land zal het uitkomen op 25 procent marktaandeel, in het andere op 40 procent, dat is afhankelijk van de lokale omstandigheden. Wij proberen het bedrijf zo te organiseren dat we die leidende posities kunnen krijgen. Dat betekent dat wij producten moeten hebben die in die markten passen en dat wij een ondersteuningsapparaat moeten hebben dat ook bij de markt past.”

5. De ontwikkeling van de markt voor laadpalen is een-op-een afhankelijk van die voor elektrische auto’s. Waar staat die markt over tien jaar?
“Ik vind dat een hele moeilijke discussie. Wij zien jaar op jaar een stijging, maar als ik de getallen van vijf jaar geleden neem, is de groei iets gematigder gebleken dan die toen werd ingeschat. Aan de andere kant zien we wel dat alle serieuze merken nu volledig elektrische auto’s op de markt brengen. Met de introductie van de Audi E-tron, de Mercedes EQC en de BMW iX3 zal de markt in meerdere landen een duidelijke impuls krijgen. Als er kleinere modellen beschikbaar komen, komt een volgende stap. Of het nou over twee of vier jaar is dat een grote elektrische auto concurrerend kan zijn, is een wetenschappelijke discussie. Wij hebben er als bedrijf ook belang bij dat de ontwikkeling geleidelijk gaat omdat er dan veel meer continuïteit in onze omzetplanning kan zitten.”

6. De energietransitie is in grote mate afhankelijk van regelgeving en subsidies. Hoe kwetsbaar bent u voor beleidswijzigingen?
“Wij hebben een strategie geformuleerd op basis van onze ervaringen in voorgaande jaren en de ontwikkelingen die nu plaatsvinden. We hebben er alle vertrouwen in dat we de groeidoelen gaan waarmaken. Door de verbreding van onze activiteiten wordt ook onze kwetsbaarheid minder. Als bijvoorbeeld de ontwikkeling van de markt voor laadpalen in Duitsland iets tegenvalt, kan het zijn dat we dat opvangen met Frankrijk. Het is tegelijkertijd niet zo dat we een discussie hebben over de onderliggende trend. Uiteindelijk is die trend dat er meer alternatieve energiebronnen en meer laadpunten komen. Er is geen reden om aan te nemen dat daar iets fundamenteels gaat veranderen. We denken eerder dat die ontwikkelingen zouden kunnen versnellen dan vertragen.”

7. Er loopt een kredietfaciliteit bij de Rabobank. Zij moeten ook goedkeuring geven aan een dividenduitkering. Wat is daarvan de achtergrond?
“Wij gebruiken onze vrije kasstroom om onze groei te financieren. Daarnaast hebben we een faciliteit bij de Rabobank die voor een deel meegroeit met onze activiteiten. Een overname die we onlangs hebben gedaan in Finland hebben we ook gefinancierd met een aparte overeenkomst met de Rabobank. Er komt ergens een keer een draaipunt, maar op de middellange termijn hebben we geen dividendbeleid.”

8. Voorlopig komt er toch geen dividenduitkering, dus het maakt niet uit of Rabobank wel of niet goedkeuring moet geven?
“Nee.”

9. Alfen heeft een beurswaarde van 270 miljoen euro. Zou het niet goedkoper zijn om overnames zoals die in Finland te financieren met een aandelenuitgifte?
“Ik kan het niet uitsluiten, maar groei door overnames is niet onze basisstrategie. Onze strategie is om actief ons distributienetwerk uit te breiden. Mochten we ergens tegenaan lopen dan zal dat eerder kleinschalig zijn dan enorm groot, en dan financieren we het vanuit een lening of de bestaande faciliteit. Het gaat daarbij ook om de wisselwerking met bestaande aandeelhouders. We hebben van tevoren een bepaalde richting aangegeven. Als we een extra uitgifte gaan doen, betekent dit een verwatering van hun belang. Het is een fundamenteel andere insteek en dan moeten we wel heel helder kunnen uitleggen waarom dat op dat moment de juiste insteek is.”

10. Hoe kwam het besluit om naar de beurs te gaan tot stand?
“Wij hadden één aandeelhouder die alle aandelen had, Infestos. Dat is een familiefonds waarvan wij een groot deel van de portefeuille uitmaakten. Er ontstond een discussie dat het een relatief groot belang was en dat ze wat van de hand wilden doen. Op dat moment hebben wij vanuit het management aangegeven dat de onafhankelijke positie van Alfen voor ons extreem belangrijk was. Op het moment dat het bedrijf namelijk verbonden wordt met een grote partij in de energiesector is de kans heel groot dat andere partijen in hetzelfde speelveld niet meer met ons willen werken. Daarom hebben wij de stap om een beursgang te doen ondersteund.”

11. Hoe is de beursnotering tot nu toe bevallen?
“De beursgang geeft een kwaliteitskeurmerk. Mensen weten dat als een bedrijf beursgenoteerd is, het zijn financiële processen beter op orde moet hebben en dat er bepaalde controles en waarborgen zijn ingebouwd. Dat helpt ons op een hele positieve manier in gesprekken met klanten, nog meer dan ik van tevoren had gedacht. We merken het ook bij het werven van mensen.”

12. En hoe was de reactie van investeerders?
“Er is best veel belangstelling voor de energietransitie omdat het een gebied is waar veel beweging is, dus wij worden regelmatig gebeld. Tegelijkertijd is het ook zo dat wij halfjaarlijks een rondje maken langs investeerders en proberen aansluiting te vinden bij partijen die nog geen aandeelhouder zijn, maar die dat zouden kunnen worden. Dat wij drie productlijnen hebben waar een onderlinge interactie tussen is, wordt door sommige mensen wel ervaren als een lastig verhaal. Er is niet één simpele drijver, dat maakt dat iemand er even tijd voor moet nemen.”


U heeft geen gratis artikelen meer over
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen.
Ik wil inloggen
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap

Wilt u reageren op bovenstaand artikel? Stuur dan een e-mail naar info@veb.net