VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Net zoals we bij de temperatuur buiten over de werkelijke en gevoelstemperatuur praten, voelt de economische werkelijkheid soms guurder aan dan die is. Dat is anno 2019 in China ook het geval, vermoed ik.

In 1978 besloot China zijn zelfisolement te beëindigen en weer mee te gaan doen met de wereldeconomie. De economische groei in dat land lag sindsdien zeer hoog. Sinds 1990 bijvoorbeeld groeide de Chinese economie elk jaar tussen 7,5 en 15 procent. Tot vorig jaar, toen dikte de economie met 6,6 procent aan. Dit jaar lijkt het groeitempo verder te vertragen.

Zulke groeicijfers voeren mij terug naar de Poolse stad Warschau. Ik nam daar ooit deel aan een wetenschappelijke conferentie van de denktank CEPR. Tussen de bedrijven door ging ik een kopje koffie drinken met een Chinese deelnemer. We hadden het, hoe kan het anders, over de Chinese economie. Die groeide dat jaar met bijna 15 procent, maar de groei leek in 2008 te zakken naar 9 à 10 procent. Zorgwekkend, vonden velen.

Mijn Chinese collega was er juist behoorlijk gelaten onder. Pas als de groei tussen 6 en 6,5 procent uitkomt, beginnen beleidsmakers in Peking zich zorgen te maken. Dat percentage, legde hij me uit, was nodig om de jaarlijkse aanwas van de beroepsbevolking op te vangen. In een gigantisch land dat communistisch is en waar tegenstellingen tussen rijk en arm dus niet zouden mogen bestaan – maar in de praktijk niet alleen bestonden maar ook steeds groter werden, is die toename van de beroepsbevolking opvangen zeer belangrijk. In dat geval stijgt de werkloosheid namelijk niet. Komen er minder banen bij dan mensen die kunnen werken, dan zou de werkloosheid oplopen, iets wat voor onvrede en sociale onrust zou kunnen zorgen. Sociale onrust is de ergste nachtmerrie van de Communistische Partij.

Meer krediet
Net als in het Westen, reageert ook de Chinese overheid op een groeivertraging met stimulerend beleid. Dat geldt zeker nu dat gevaarlijke groeipercentage van 6 à 6,5 geen sciencefiction meer is, maar werkelijkheid. De centrale bank heeft veel maatregelen genomen die de commerciële banken ertoe aanzetten meer kredieten te verstrekken. Het zijn zelfs zoveel maatregelen dat men spreekt van een de facto quantitative easing in China.

De overheid heeft de belastingen verlaagd en een enorm aantal grootschalige investeringen aangekondigd. Tussen december 2018 en januari 2019 alleen al kregen 16 grote infrastructurele projecten à 164 miljard dollar, het groene licht. Ter vergelijking: in dezelfde periode een jaar eerder keurde de overheid 7 projecten goed die samen ongeveer 15 miljard dollar kostten.

De regering en de centrale bank samen hebben bovendien de commerciële banken opgedragen vaker ‘ja’ te zeggen als er een kredietaanvraag binnenkomt. De topman van de centrale bank in Peking riep onlangs de bazen van de grote commerciële banken bij elkaar op zijn kantoor. Het ging niet om een borrel ter gelegenheid van het Chinese nieuwjaar. De hoogste monetaire mandarijn had een oekaze voor zijn gasten: leen meer geld uit.

Al die maatregelen beginnen vruchten af te werpen. Kredietgroei is in januari met 10,6 procent gestegen, op jaarbasis. Groei van de kredietverlening is cruciaal voor het reilen en zeilen van de Chinese economie. In een recent rapport concluderen twee economen van de Europese Centrale Bank (ECB) dat de Chinese economische groei vooral op kredietverlening drijft. De recente stijging van de groei van de kredietverlening kan erop wijzen dat de economische groei een bodem heeft neergezet. Als dat inderdaad het geval blijkt te zijn, zou dat betekenen dat de economische groei in China weer gaat toenemen.

Antibiotica
Aangezien het enige tijd vergt voordat al die monetaire en fiscale antibiotica effect begint te krijgen op de zieke economie, zou het niet verbazen als in de loop van het jaar uit China berichten komen dat allerlei macro-economische indicatoren verbeteren en de economische groei positief verrast. Zeker als die andere factor die de economische groei vorig jaar danig frustreerde dit jaar wegvalt, namelijk de handelsoorlog tussen China en de VS. Recent zijn er hoopgevende berichten van dat front en de kans dat de leiders van de twee landen een akkoord bekend zullen maken, is groter dan ooit. Vergeet ook niet dat China volop ruimte heeft nog meer stimuli toe te dienen, mocht dat nodig zijn.

Daarnaast zou ik niet verbaasd zijn als de economieën elders het beter doen dan nu wordt verwacht. In de eurozone lijken allerlei sentimentsindicatoren uitgebodemd te zijn. De Economic Surprise Index van Citibank bijvoorbeeld is terug op het niveau van herfst 2018. Die index geeft aan in hoeverre allerlei economische indicatoren gunstig of ongunstig uitpakken vergeleken met de verwachtingen. Als de index stijgt, wat afgelopen weken en maanden het geval was, dan geeft dat aan dat de werkelijke economische ontwikkeling beter is dan wat werd verwacht. Dat de ECB, de Fed en andere centrale banken de geldkraan weer wijd opendraaien, zoals ik hier vorige maand schreef, zal de economie ook goed doen.

Dat alles betekent niet dat de groei in 2019 die van 2018 zal overtreffen. Het is zo goed als zeker dat de groei merkbaar lager zal zijn. Maar de kans dat de groei de recent flink gekortwiekte verwachtingen zal overtreffen, is niet te verwaarlozen. Het zou zeker geen wereldwonder zijn als een combinatie van ruimer monetair beleid, een handelsakkoord tussen China en de VS en stimulerend begrotingsbeleid tot hogere groei leidt.

Laten we het scenario waarin de economie positief verrast dit jaar daarom niet meteen afschrijven. De laatste twee kwartalen van dit jaar zouden zomaar de prestaties in de eerste twee kunnen overtreffen. Ik heb alle hoop dat dit mede door mijn Chinese vriend zomaar kan gebeuren. Wie mijn Chinese koffiegenoot was? Yi Gang, sinds vorig jaar president van de Chinese centrale bank. De man die heel goed weet dat falen geen optie is voor China nu de groei naar 6,5 procent is gezakt én, belangrijker, de man die bepaalt wanneer en hoeveel antibiotica toe te dienen aan de Chinese economie.

Edin Mujagic is macro-econoom gespecialiseerd in het beleid van de centrale banken en hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer.


Dit artikel is exclusief voor VEB-leden. Om verder te kunnen lezen, moet u 'inloggen' (knop rechtsboven in het scherm)
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot alle pagina's van deze website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen met uw VEB-account.
Ik ben lid en wil een account aanmaken
Ik word VEB-lid