VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Een zeer kritische brief van de grootste aandeelhouder Teslin, concurrent Pon die een groot belang nam, problemen in de VS, een scherpe koersdaling. De eerste anderhalf jaar van Ton Anbeek bij Accell waren behoorlijk turbulent. De bestuursvoorzitter gebruikte de tijd desondanks om een nieuwe strategie te formuleren en in de stijgers te zetten. Die moet de fabrikant van onder meer Batavus, Sparta en Raleigh weer in het juiste spoor brengen.

Een belangrijk verwijt dat Accell vaak treft, is dat het zich heeft laten overrompelen door de opkomst van nieuwe concurrenten met nieuwe verdienmodellen. Het bedrijf is weliswaar groot in elektrische fietsen, maar doet relatief weinig als het gaat om modellen als verhuur en deelfietsen. Zeker in vergelijking met Pon, dat investeerder is in huurfietsconcept Swapfiets.

Desondanks streeft het bedrijf ernaar een dominante speler te blijven in de fietsenmarkt en door te groeien naar 1,4 tot 1,5 miljard euro omzet in 2022. De nieuwe strategie die op zes pijlers rust en verschillende initiatieven en ingrepen omvat, moet daarvoor zorgen. Bestuursvoorzitter Anbeek legt uit wat daarvan de achtergrond is en gaat daarbij ook uitgebreid in op de kritiek op het bedrijf.

1. De strategie bestaat uit een waslijst aan dingen die moeten verbeteren bij Accell. Kunt u het samenvatten?
“Er zijn enkele grote dingen die daarin gebeuren. Ten eerste is dat een structuuraanpassing waarbij we ervoor kiezen om een aantal dingen te centraliseren. We gaan weg van een situatie waarin we lokaal op meerdere plekken hetzelfde deden en met onszelf concurreerden. Daarnaast is de omnichannelstrategie belangrijk, waarbij we consumenten naar onze online platforms willen krijgen en uiteindelijk naar de winkels waar ze onze fietsen kunnen testen. Een derde aspect is een complexiteitsreductie. We streven naar een standaardisatie van platformen zoals in de auto-industrie waarbij we van elf fabrieken naar drie grote fabrieken gaan. Zo zorgen we dat we 60 tot 80 miljoen euro aan besparingen kunnen realiseren.”

2. Hoeveel gaat u de komende jaren investeren?
“We hebben gezegd dat dit tussen de 30 en 40 miljoen euro zal zijn. Het was 6 miljoen in 2017, vorig jaar was het 12 miljoen euro, over de komende twee jaar zal het nog eens 8 tot 12 miljoen euro zijn. We doen veel investeringen in digitale platformen en informatietechnologie en we moeten zorgen dat we de operatie die is gericht op complexiteitsreductie bekostigen.”

3. Een belangrijk kritiekpunt van Teslin was dat de transformatie zo groot is dat bij een mislukking de continuïteit van het bedrijf in gevaar komt. Is dat reëel?
“Het is natuurlijk zo dat er een aantal dingen moet gebeuren. Daardoor kan het absoluut overkomen alsof het veel is, maar we hebben onszelf ook de tijd gegeven en dingen goed op elkaar afgestemd. We knippen dingen in stukjes om ervoor te zorgen dat we geen grote risico’s nemen en dat de risico’s goed beheerst kunnen worden. We moeten bijvoorbeeld een nieuw it-systeem invoeren omdat we allemaal verschillende en wat oudere systemen hebben. We proberen niet om dat in een keer over de hele wereld in te voeren. Dat is niet de bedoeling.”

4. Een ander veelgehoord punt van kritiek is dat Accell de boot heeft gemist met nieuwe verdienmodellen. Is dat terecht?
“Nee. De e-bike is een internationaal sterk groeiend segment en drijft bij ons ook heel veel groei aan. Vorig jaar hebben we Velosophy gekocht, een bedrijf met elektrische bakfietsen in zowel het consumentensegment onder de naam Babboe, als in het zakelijk segment onder de naam Centaur. Dat groeit erg hard, meer dan 30 procent per jaar, met over het algemeen bovengemiddelde winstmarges. Tegelijkertijd zijn er modellen zoals verhuur. We hebben geen Swapbike-concept, maar dat betekent niet dat we niet verkennen wat er in de markt gebeurt en wat we het beste kunnen doen. Maar er is eigenlijk nog nergens een winnend model waar echt goed geld mee verdiend wordt.”

5. Het straatbeeld in Nederlandse steden wordt wel gedomineerd door fietsen met blauwe banden van Swapfiets. Dat zegt niet zoveel?
“Zoals de Consumentenbond onlangs schreef, de uitgaven van een huurfiets over twee jaar tellen bij elkaar op tot evenveel als de prijs van een nieuwe fiets. Voor sommige mensen is het heel veel waard om zorgeloos te kunnen fietsen. Dat betekent wel dat ze bij alles wat er gebeurt bellen. Dan is het belangrijk dat je er bent, want als je er niet bent, heb je een ontevreden klant. Er gaan natuurlijk wel heel veel kosten in zitten als mensen voor alles kunnen bellen en je overal een autootje voor moet sturen.”

6. U beëindigde vorig jaar de relatie met Fietsenwinkel.nl. Wordt met online fietsenwinkels wel geld verdiend?
“Ik kan alleen aangeven dat we de relatie hebben beëindigd en dat ze geen geld verdienen, dat is publiek bekend. Ik denk dat het voor pure online spelers die hun huis niet goed op orde hebben lastig is om geld te verdienen, maar dat geldt niet alleen in de fietsbranche, dat geldt in zijn algemeenheid. Er zijn niet zo heel veel ketens online waar echt geld verdiend wordt, vandaar ook onze omnichannelstrategie. Dat betekent dat je én goede platformen moet hebben én goede winkels. Voor het laatste hebben wij de dealer gekozen.”

7. Kunt u nog iets meer vertellen over deze aanpak?
“De dealer is overal de spin in het web. We hebben grote dealers die het hele assortiment hebben, kleinere dealers die een deel van het assortiment hebben en nog kleinere dealers die zich misschien meer op onderhoud en reparatie richten. Ook willen we flagshipstores waar al onze modellen staan. Mensen willen e-bikes altijd testen: rijden is geloven is kopen. We willen dan ook mogelijk maken dat mensen fietsen thuis kunnen uitproberen. Daarom is ook de mobiele fietsenservice belangrijk. Het wordt allemaal door onze dealers gedaan. De formule is van ons en die runnen we samen met de dealer, waarbij we in toenemende mate proberen te kijken of een steeds groter aandeel in omzet bij dealers door onze merken kan worden ingenomen.”

8. Komt u met de websites die u bouwt dichter bij de consument?
“Zowel de dealer als Accell gaat dichter op de consument zitten. Voor ons hield het vroeger op bij de dealer, maar het is ook belangrijk voor ons om te weten wat de consument wil en om goed te kijken met wat voor product we moeten komen. Wij kiezen er wel voor om een merkenfabrikant te zijn en niet een retailer, dat doen de dealers, maar we willen wel graag een soort winkelformat met ze runnen dat in alle landen min of meer hetzelfde is.”

9. U verkleint ook het aantal modellen. Waren er veel modellen waar weinig op werd verdiend?
“We hadden een heel complex assortiment. Als de 80-20 regel lang niet wordt toegepast, ontstaat de situatie dat een groot deel van het assortiment weinig omzet en weinig winst oplevert. We willen dat consumenten, onze eigen mensen en verkopers door de bomen het bos kunnen zien. Dat maakt ook onze fabrieken efficiënter, het is beter vanuit de verkrijgbaarheid, vanuit voorraadbeheer en vanuit werkkapitaal. Dit is voor mij eigenlijk niet anders dan vroeger toen ik bij Unilever met Calvé vlees- en vissauzen naar het hoofdkantoor van Albert Heijn ging met een nieuwe serie en zij zeiden dat ze ernaar wilden kijken, maar wel wilden weten wat er dan uit het schap zou gaan. Dat is niet hoe in deze branche werd gewerkt, maar is wel hoe wij willen werken.”

10. De verlieslatende Amerikaanse activiteiten zijn apart gezet. Wat is daarvan de achtergrond?
“We hebben daar altijd een dominante positie in het lage segment van de markt gehad, in tegenstelling tot Europa waar we in het midden en hoge segment zitten. In 2017 heeft een grote klant ons verlaten. Ik denk dat dit met prijsbeleid te maken had. Dat kan hersteld worden, maar het kost tijd. We onderzoeken nu alle strategische opties, maar als we kunnen verkopen dan doen we dat het liefst. Wat belangrijk is, is dat de verkoop niet betekent dat we weggaan uit Amerika. We willen met distributeurs blijven werken, omdat de groei van e-bikes de komende jaren nog heel groot zal zijn in Amerika. Een voordeel bij een nadeel is dat mensen hierdoor veel meer zicht krijgen op de onderliggende activiteiten van Accell. Die zien er relatief gezond uit en kunnen nog veel gezonder worden. Dat maakt ook dat er nu veel meer vertrouwen is.”

11. Bij aandeelhouders?
“Ja, het bedrijf communiceerde in het verleden niet zo transparant en open als wij nu doen. We krijgen daar goede reacties op van aandeelhouders. Mensen die ik spreek op roadshows en die in ons investeren, zijn ook positief.”

12. En de beurskoers loopt ook weer op.
“Ook de koers laat zien dat het vertrouwen geeft. Dat is alleen maar mooi en sterkt ons om wat we al deden nog beter te doen.”


Dit artikel is exclusief voor VEB-leden. Om verder te kunnen lezen, moet u 'inloggen' (knop rechtsboven in het scherm)
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot alle pagina's van deze website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen met uw VEB-account.
Ik ben lid en wil een account aanmaken
Ik word VEB-lid