VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Het komt niet vaak voor dat er binnen het bestuur van een centrale bank een flinke muiterij ontstaat. Natuurlijk, een eenzame monetaire zalm die tegen de rest in zwemt, is er vaak. Bij de Federal Reserve stemde bijvoorbeeld Esther George heel vaak tegen de besluiten van de meerderheid om de rente te verlagen en quantitative easing (kwantitatieve verruiming, QE). Een collega van haar week regelmatig af van de rest van het bestuur in de zin dat hij voor méér QE pleitte of tegen renteverhogingen.

In de eurozone is de saamhorigheid in het bestuur van de ECB nog groter. De Duitsers Jürgen Stark en Axel Weber konden zich in het verleden niet vinden in de koers van de bank. In plaats van tegen te blijven stemmen, stapten ze echter gewoon op.

De saamhorigheid van het ECB-bestuur is niet uit de lucht komen vallen, maar is het product van inspanningen. Vanaf dag één heeft de bank hard gewerkt aan collegialiteit, om zichzelf zo als een echte pan-Europese instelling neer te zetten. Onder presidenten Wim Duisenberg en Jean-Claude Trichet was de bank dat ook. De nalatenschap van Mario Draghi – hij verlaat de bank per 31 oktober – is dat hij daar een einde aan heeft gemaakt.

Door zijn leidinggevende stijl is de collegialiteit binnen het ECB-bestuur te grabbel gegooid. Onder zijn leiding is het bestuur verdeeld geraakt. Naar verluidt waren zeven bestuursleden, dat is iets minder dan een derde, tegen het ECB-besluit de rente verder te verlagen en vanaf november opnieuw staats- en bedrijfsobligaties te gaan opkopen. Die zeven leden kwamen onder meer uit Frankrijk, Duitsland, Nederland en Oostenrijk, ofwel landen die samen goed zijn voor de helft van het bruto binnenlands product van de eurozone. Dan mag je met recht spreken van een forse muiterij. Volgens andere berichten ging het zelfs om 12 bestuursleden, wat bijna de helft is. Het ECB-bestuur telt 25 leden. Klaas Knot, president van De Nederlandsche Bank, publiceerde een dag later een persbericht waarin hij afstand nam van de besluiten van de ECB, een zeer ongewone stap die met recht als een motie van wantrouwen te zien is.

Sluimerende ontevredenheid
Die muiterij en de open brief van Knot komen echter niet uit de lucht vallen. Beide zijn de uitkomst van een langer durende, sluimerende ontevredenheid over de leidingsstijl van Draghi onder een behoorlijk aantal ECB-bestuurders. Zijn beroemde ‘whatever it takes’-toespraak bijvoorbeeld, verraste niet alleen de financiële markten maar ook zijn collega’s uit het bestuur. Niemand van hen wist namelijk dat Draghi dat zou zeggen, de ‘whatever it takes’-belofte was niet van tevoren afgestemd in het bestuur. Draghi zette zijn medebestuurders, en zeker diegenen die het niet met hem eens waren, voor een voldongen feit. Die woorden terugnemen kon namelijk niet. Als Draghi dat zelf zou doen, zou de markt voortaan niets meer geloven van wat hij zou zeggen. En als het bestuur hem terug zou fluiten, zou dat een afgang voor Draghi én de bank zijn. Dat wist de Italiaan heel goed, vandaar dat hij deed wat hij deed. Het leidde wel tot wantrouwen onder een aantal collega’s. Draghi’s leidingsstijl komt er volgens meerdere bronnen op neer dat hij belangrijke voorstellen en besluiten bekokstooft met zijn inner circle. Serieuze debatten en uitwisseling van argumenten vinden binnen het bestuur eigenlijk niet meer plaats, beklaagden sommige bestuurders zich. Neem het recente besluit van de bank.

‘Geen discussie’
Op een vraag over welke andere beleidsopties het bestuur had gediscussieerd, zei Draghi dat er geen discussie was omdat er maar één optie op tafel was. Draghi’s vertrouweling, de hoofdeconoom van de ECB Philip Lane, stelde voor de rente te verlagen en te starten met quantitative easing, andere mogelijkheden waren er niet.

Hoewel dus minstens een derde en mogelijk zelfs bijna de helft van het bestuur zich niet kon vinden in de genoemde besluiten van de bank in september, beweerde Draghi in de persconferentie na afloop gewoon dat de besluiten breed werden gedragen.

Veel bestuursleden hebben hun ongenoegen heel lang voor zich gehouden en het beleid gedoogd, precies omwille van de uitstraling van de bank naar buiten toe, de eerder genoemde collegialiteit. Maar dat werd steeds lastiger omdat Draghi maar doorging met zijn bijna regenteske gedrag. In september was voor de muiters de maat vol.

Die nalatenschap van Draghi kan verregaande gevolgen hebben voor de toekomst. Wat Draghi namelijk heeft gedaan, is het normaal maken dat je als aanvoerder van de ECB-ploeg besluiten kunt doordrukken als je een meerderheid, hoe flinterdun dan ook blijkbaar, achter je krijgt én dat je als president de rest van het bestuur best voor voldongen feiten kunt plaatsen. Dit komt als een boemerang terug om de bank te kwellen in de toekomst, vrees ik.

Enerzijds omdat het te verwachten is dat leden van het bestuur het ook normaal zullen vinden tegen besluiten van de bank te zijn én dat naar buiten te brengen. Dat kan het beleid van de ECB onvoorspelbaar – en daarmee minder effectief – maken. De financiële markten konden tot nu toe erop vertrouwen dat als ze maar naar de president luisterden, ze wel wisten hoe de bank denkt en waar die staat. Die tijden kunnen zomaar achter ons liggen, dankzij Draghi.

Politisering
Het maakt het ook lastiger voor leden van het bestuur bij de beraadslagingen te kijken naar wat de eurozone nodig heeft aan monetaire maatregelen, maar zich te laten leiden door wat hun land nodig heeft. Dit omdat ze ervan kunnen uitgaan dat andere bestuursleden er ook zo over denken. Dat betekent dat de focus ver weg van het eurozonebelang kan komen te liggen, iets wat de steun voor de ECB en zelfs de euro kan beschadigen.

Het opent ook de deur voor verdere politisering van het ECB-beleid. De ECB is in loop der tijd met haar beleid steeds verder komen te liggen van de bank waarop ze gemodelleerd was, de Bundesbank. Het ziet er sterk naar uit dat ze ook steeds verder van de Bundesbank komt te liggen op een ander belangrijk terrein, namelijk als een onafhankelijke instelling waar bestuursleden op elkaar kunnen vertrouwen en waar het principe ‘één voor allen, allen voor één’ de standaard was. De ECB is verpolitiseerd en lijkt verder te politiseren. Iedereen met basiskennis van monetaire theorie en geschiedenis weet dat dat geen goede zaak is. Het goede nieuws is: over enkele weken neemt Christine Lagarde de voorzittershamer over van Draghi. Als zij zich niet zo regentesk opstelt als Draghi, kan de schade nog gerepareerd worden. Omwille van de toekomst van de eurozone is het te hopen dat ze dat doet.

Edin Mujagić is macro-econoom gespecialiseerd in het beleid van de centrale banken en hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer.

 


Dit artikel is exclusief voor VEB-leden. Om verder te kunnen lezen, moet u 'inloggen' (knop rechtsboven in het scherm)
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot alle pagina's van deze website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen met uw VEB-account.
Ik ben lid en wil een account aanmaken
Ik word VEB-lid