VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Op 6 september 2019 lanceerde toenmalig staatssecretaris van Financiën Menno Snel een nieuw voorstel voor de Vermogensrendementsheffing 2022. Zijn opvolger Hans Vijlbrief heeft in de Tweede Kamer aangegeven daadwerkelijk een wetsvoorstel in te gaan dienen. De spaarder moet worden ontzien. Vanwege het vereiste dat het voorstel ‘budget-neutraal’ moet zijn voor de schatkist gaan andere belastingplichtigen dat betalen. Terwijl mensen steeds meer zelf moeten financieren, zoals studie en pensioen, wordt investeren gestraft en sparen zonder rendement bevoordeeld. De VEB is uiterst kritisch over de gevolgen van de nieuwe vermogensrendementsheffing.

Ongewenste gedragseffecten
Het voorstel is bijzonder nadelig voor mensen met een ander vermogen dan spaargeld. Mensen die actief bezig zijn hun financiële oudedagsvoorziening te organiseren via een verantwoorde beleggingsmix zouden met het nieuwe voorstel een belasting van 33 procent over een forfaitair rendement van 5,33 procent moeten betalen. Historisch gezien moeten mensen zeer offensief en dus risicovol beleggen om langjarig dergelijke rendementen te maken. Zelfs defensief beleggen wordt minder aantrekkelijk omdat obligaties gelijk worden belast als aandelen en vastgoed. Zo zal iemand die 35.000 euro aan beleggingen heeft, volgens het voorstel bijna 500 euro aan belasting gaan betalen terwijl een spaarder tot 400.000 euro geen belasting hoeft te betalen. Dat is zeer onevenwichtig. Dit voorstel kan leiden tot een kapitaalverschuiving die schadelijk is voor de economie en verhoogt de belastingdruk voor meer dan 1,1 miljoen mensen, ongeveer een derde van het aantal belastingplichtigen onder box 3.

Mocht staatssecretaris Vijlbrief inderdaad werken aan een definitief wetsvoorstel, dan heeft de VEB vier suggesties voor een evenwichtiger voorstel tot het belasten van reële rendementen.

Rekenen met netto rendementen
Bij de calculaties die achter het voorstel liggen, maakt het ministerie gebruik van de MSCI Europe (1998-2019) als benchmark. In het voorstel wordt echter geen rekening gehouden met de kosten die iemand maakt om te beleggen. Daarom geven de bruto rendementen die in het voorstel worden gebruikt een vertekend beeld. Het is rechtvaardiger te werken met netto indices, dus zonder de kosten die daarin verwerkt zijn. Een recent onderzoek naar de beleggingskosten van verschillende vormen van vermogensopbouw in Nederland toont aan dat voor het reëel rendement op een neutraal beleggingsprofiel, 1,0 tot 1,5 procent aan kosten dient te worden afgetrokken. De VEB vindt dat deze kostenafslag ook verwerkt moet worden in het voorstel.

Drie aanpassingen
Het voorstel kan tevens op drie manieren worden verzacht. Ten eerste moeten risicomijdende beleggingen zoals obligaties op eenzelfde wijze worden belast als spaargeld. Een prudente wijze van beleggen moet niet worden gestraft.

De tweede aanpassing ziet op het omslagpunt waarboven over het gehele vermogen belasting moet worden betaald. In het voorstel ligt die grens op 30.846 euro. Maak hiervan een heffingsvrije som. Dit is een aanpassing die vooral de particuliere belegger tot 200.000 euro tegemoetkomt.

De derde aanpassing ziet op het aantal jaar dat gebruikt wordt bij het bepalen van het forfaitaire rendement, in het voorstel vijftien jaar. De VEB heeft modelmatig verschillende scenario’s doorgerekend, waaronder een beurscrash. Gebruikmaken van de voorgaande drie tot vijf jaren geeft intuïtief en economisch de evenwichtigste uitkomsten. Of deze drie aanpassingen ook voldoen aan het budget-neutraliteitsvereiste is mede afhankelijk van de ontwikkeling van de rente, huizenprijzen en de beurskoersen.


Maakt de Hoge Raad eerder een einde aan het wetsvoorstel?


Dit jaar buigt de Hoge Raad zich over de vraag of box 3-belasting mag worden geheven als beleggingsverlies is geleden. Volgens de belegger die deze procedure gestart is, is dat in strijd met (Europees) eigendomsrecht. De advocaat-generaal van de Hoge Raad gaf hem in diens conclusie eind februari gelijk. Als de Hoge Raad dit advies volgt, dan moet ook het voorstel voor de vermogensrendementsheffing 2022 terug naar de tekentafel. Daarin wordt immers ook geen rekening gehouden met verlieslatende beleggingen.


U heeft geen gratis artikelen meer over
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen.
Ik wil inloggen
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap

Wilt u reageren op bovenstaand artikel? Stuur dan een e-mail naar info@veb.net