VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

U heeft 0 gratis premium item(s) over deze maand.

De keuze voor een passende bank of broker hangt af van verschillende kwalitatieve zaken en persoonlijke voorkeuren, maar natuurlijk ook van de kosten van de dienstverlening. De voorwaarden lopen tussen de partijen flink uiteen.

Transactietarieven springen vaak gelijk in het oog en hiermee schermen brokers ook vaak in hun reclame-uitingen. Deze kwamen uitgebreid aan bod in het vorige maand gepubliceerde brokeronderzoek. Maar er zijn meer kosten om rekening mee te houden. Denk aan de vaste servicekosten die verschillende aanbieders hanteren om een rekening aan te houden. Beleggers die de portefeuille mee willen nemen naar een andere partij krijgen vaak ook te maken met kosten bij het overboeken van een portefeuille. 

Vaste kosten 
De kosten voor het aanhouden van een rekening komen in verschillende vormen, zoals een service fee, platform fee of als aansluitingskosten voor de verschillende beurzen waarop wordt belegd. De hoogte is vaak mede afhankelijk van de (gemiddelde) portefeuillewaarde van de belegger. De vaste kosten van de negen partijen uit het VEB-brokeronderzoek 2021 treft u hieronder. 



Portefeuille overboeken 
Beleggers die op basis van het brokeronderzoek, of een vergelijking van hun persoonlijke situatie via een brokervergelijker, willen overstappen naar een andere partij doen er goed aan om rekening te houden met nog een kostenpost: overboekingskosten.  

Het overboeken van een effectenportefeuille naar een andere partij kan, afhankelijk van de bank of broker en het aantal over te boeken posities, flink in de papieren lopen. Het is dan ook verstandig om te informeren naar de kosten die de huidige dienstverlener rekent voor het uitboeken van de portefeuille, en of de nieuwe partij bereid is om (een deel van de) kosten te vergoeden. Enkele brokers brengen zelf ook nog eens kosten in rekening voor de inkomende portefeuilleregels.  

Daarnaast is er per beleggingscategorie een verschillende overboekingsperiode van toepassing waarbinnen niet kan worden gehandeld in de effecten die worden overgeboekt. Deze periode kan momenteel vanwege grote drukte bij sommige brokers nog eens flink langer zijn. 

Als alternatief is er de optie om uw effecten te verkopen en vervolgens bij de nieuwe bank of broker weer aan te kopen om overboekingskosten en -termijnen te voorkomen. Bij deze optie betaalt u wel transactiekosten en kunnen natuurlijk koersverschillen ontstaan (tussen de verkoop bij de ene en aankoop bij de andere partij). Zeker bij effecten waar een aanzienlijk verschil is tussen de bied- en laatkoers kunnen deze kosten (relatief) groot zijn. De biedkoers is de koers waartegen beleggers kunnen verkopen, de laatkoers waartegen zij kunnen kopen. Het verschil daartussen heet de ‘spread’. Deze spread is onder andere afhankelijk van de liquiditeit van het aandeel en de marktomstandigheden en kan, zeker onder ongunstige omstandigheden, significant zijn. 

Wij hebben in kaart gebracht welke kosten er worden gerekend bij het in- en uitboeken van een portefeuille door de partijen uit ons brokeronderzoek.  

Verschillende brokers zijn bij het overboeken van een portefeuille bereid om de kosten van de oude partij te vergoeden. Dat kan zijn in de vorm van cash of als transactietegoed. Deze vergoedingen hebben wij ook op een rij gezet. 




Inzicht in de transactiekosten bij verschillende ordergroottes 
In het brokeronderzoek hebben wij de kosten getoond van enkele geselecteerde transacties. Om een goed inzicht te krijgen in hoe de kosten zich ontwikkelen bij verschillende orderbedragen, zijn de transactiekosten voor Nederlandse beursgenoteerde aandelen per broker grafisch weergegeven bij een transactiegrootte van 250 tot 15.000 euro. 

Voor ING zijn twee lijnen weergegeven, aangezien de bank haar transactietarieven voor aandelen per 1 juni 2021 heeft gewijzigd. In het geel de oude transactiekosten, in het rood de nieuwe tarieven. De kosten waren 3,60 euro + 0,06% van het transactiebedrag, en zijn nu 1 euro + 0,10% van het transactiebedrag. Daardoor is de grootbank goedkoper geworden bij kleine transacties, maar duurder bij grotere orderbedragen. Het omslagpunt ligt bij 6.500 euro.  

Voor de kleinste transacties tot een bedrag van 1.430 euro is ING nu de goedkoopste partij, afgezien van BUX Zero dat een vast bedrag van 1 euro rekent voor alle reguliere orders in Europese aandelen. Voor een actieve handelaar met een kleinere portefeuille kan de grootbank daarmee zeer voordelig uitpakken. 


Aandachtspunten goedkope brokers 
Beleggers die op zoek zijn naar de goedkoopste partij komen nog steeds uit bij enkele online brokers, maar die partijen hebben vaak wel een beperkte dienstverlening of vereisen dat de belegger concessies doet op het gebied van aandeelhoudersrechten. De kwaliteit van de dienstverlening is natuurlijk subjectief. In de voorwaarden van de aanbieder kunt u terugvinden wat er wordt gefaciliteerd en voor welke diensten moet worden bijbetaald. 

Het is in ieder geval belangrijk om bij brokers met lage transactietarieven goed op te letten hoe de partij omgaat met de effecten die worden aangehouden en wat er mogelijk is bij de diverse situaties waarin een aandeelhouder een keuze heeft die zijn positie in een fonds beïnvloedt. De volgende twee onderwerpen zijn hiervan belangrijke voorbeelden. 

Ten eerste kunnen brokers de effecten van beleggers gebruiken om uit te lenen, het zogenaamde securities lending. De stukken die je in portefeuille hebt, kunnen dan door een andere belegger worden geleend, om daarin een shortpositie te kunnen aangaan. Hierover betalen die beleggers een vergoeding die ten bate komt van de broker. Per broker verschilt of (een deel van) deze vergoeding terugvloeit naar de belegger wiens aandelen zijn uitgeleend.  

Zijn de aandelen van een belegger uitgeleend, dan loopt deze een tegenpartijrisico. De kans bestaat namelijk dat de partij die de stukken inleent niet aan haar verplichtingen kan voldoen. Zoek goed uit hoe dit bij uw broker werkt en of hier voor u een vergoeding tegenover staat. Soms is het mogelijk om ervoor te kiezen dat de effecten niet worden uitgeleend, bijvoorbeeld door een speciaal type account te kiezen. 

Verder kunnen goedkope brokers een uitgeklede service bieden. Er is dan bijvoorbeeld geen ondersteuning bij het terugvragen van buitenlandse bronbelasting of mogelijkheid om je via de broker aan te melden voor aandeelhoudersvergaderingen (AVA’s). Het kan zelfs zo zijn dat de belegger bij een broker zijn rechten opgeeft om bij corporate actions (keuzedividend, claim­emissie, overnamebod) zelf te beslissen welke actie wordt ondernomen. Een aandeelhouder die de regie wil houden over zijn eigen portefeuille zal dus een hele goede afweging moeten maken tussen voorwaarden en kosten. 


{{scope.count}} Reacties

{{comment.userName}}

{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy'}}

{{comment.body}}

Gerelateerde artikelen