VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

U heeft 2 gratis premium item(s) over deze maand.

Aandeelhouders roepen steeds luidruchtiger om actie van ondernemingen op klimaatgebied. Ze willen meer informatie, duidelijke doelen en willen regelmatig de kans krijgen om mee te praten over de voortgang in verduurzaming. Niet iedereen is hier even enthousiast over. En partijen die dat wel zeggen te zijn, handelen er niet altijd naar.

Velen dachten dat de gevolgen van de coronapandemie dit jaar het belangrijkste onderwerp van gesprek zou worden tussen aandeelhouders en bestuurders van ondernemingen. Zij dachten verkeerd. Het is duurzaamheid wat de klok slaat in de gesprekken tussen beleggers en ondernemingen. Ze zijn met steeds meer en ze zijn steeds luidruchtiger, de beleggers die druk zetten op bestuurders vanwege duurzaamheid.  

De daadkracht van beleggers is zeker niet alleen ingegeven door zorgen dat de aarde minder leefbaar wordt door opwarming. Niet of onvoldoende werk maken van klimaatverandering kan grote nadelige gevolgen hebben voor het succesvol opereren van ondernemingen op langere termijn.  

Allereerst dreigt overheidsingrijpen, onder meer door belasting van uitstoot van broeikasgassen. Dat zal direct effect hebben op de winstgevendheid.  

Dan is er nog de vrees dat ondernemingen zonder geloofwaardige plannen over uitstootvermindering te maken krijgen met hogere kosten van kapitaal. In de steenkoolindustrie is deze situatie al realiteit. Banken rekenen nu circa 40 procent hogere opslagen op leningen aan steenkoolproducenten dan tien jaar geleden. De risicopremie op leningen aan de olie- en gasindustrie steeg in die periode bescheiden, terwijl producenten van zon- en windenergie tot een derde minder aan opslag betalen. 

Beleggers rekenen mee 
Niet alleen banken nemen broeikasuitstoot mee in hun risicobeoordeling, ook beleggers doen dat. Obligatiebeleggers nemen nu al genoegen met (nog) minder rentevergoeding op schuldpapier waarvan het geld een duurzame besteding kent. De grote populariteit van dergelijke obligaties maakt dat ondernemingen goedkoper financiering kunnen veiligstellen. Kredietbeoordelaars doen daarbij een duit in het zakje; zij nemen steeds nadrukkelijker transitierisico’s mee in hun modellen.  

Aandelenbeleggers blijken bereid om meer te betalen voor belangen in ondernemingen die al verder zijn in de transitie richting lagere uitstoot, zo blijkt uit een analyse van zakenbank Goldman Sachs naar de verschillen in multiples, zoals de koers-winstverhouding.  

Wat beleggers willen 
De eisen van beleggers zijn tweeledig. Allereerst vinden ze dat ondernemingen veel meer en beter moeten rapporteren over hun klimaatplannen en de voortgang in uitvoering. Het gaat dan niet alleen om plannen die voorzien in een (netto) bedrijfsvoering zonder broeikasuitstoot in 2050, zoals vastgesteld in het klimaatverdrag van Parijs. Ook moeten ondernemingen doelstellingen voor de korte en middellange termijn bekendmaken.  

De roep om meer en eenduidige informatie komt van een indrukwekkende groep beleggers die samen 18 miljoen miljoen (18*1012) dollar vertegenwoordigen, pakweg 32 keer de omvang van het ABP Pensioenfonds, het op een na grootste pensioenfonds ter wereld. 

Een van de meest luidruchtige boegbeelden is de als schuw bekend staande Britse belegger Chris Hohn. De activist heeft een zekere reputatie verworven als de man die met 1 procent van de aandelen en een scherp getimede brief in 2008 de ontmanteling van ABN Amro in gang zette. Hohn is uitgesproken over de noodzaak van klimaatdoelen voor de komende jaren: “met alleen vage beloftes voor de lange termijn komen we nergens.” 

Hohn wil ook dat aandeelhouders jaarlijks kunnen stemmen over de voortgang in transitie. Dat is niet om het beleid direct te kunnen veranderen – het zou om een zogenoemde adviserende stem gaan – maar om bestuurders duidelijk te maken wat beleggers van hun vorderingen vinden. Volgens Hohn moet dat disciplinerend werken voor bestuurders. Het zet hen aan om geloofwaardige plannen voor verduurzaming te maken en die ook echt uit te voeren.  

Die ‘Say on Climate’ is onder beleggers omstreden. Critici zijn beducht dat aandeelhouders te veel op de stoel van de bestuurder gaan zitten. Ook is er de vrees dat aandeelhouders plannen gaan goedkeuren die niet aansluiten bij de klimaatneutrale doelstelling in 2050, puur omdat ze de geboden informatie niet voldoende kunnen doorgronden.  

Twijfel is er ook of zo’n Say on Climate effect heeft. Vaak wordt dan gewezen naar de ‘Say on Pay’, die aandeelhouders een stem geeft over beloning van het management. Die zeggenschap heeft niet geleid tot lagere beloningen.  

De parallel gaat niet helemaal op. Aan beloningen worden geen grenzen gesteld. Het mag dan zo zijn dat topmannen steeds meer zijn gaan verdienen – met de zegen van aandeelhouders – toch worden bestuurders meer afgerekend op prestaties. Zijn de bedrijfsresultaten slecht, dan wordt er meer tegen beloningen gestemd.  

Bij enkele vooraanstaande ondernemingen is Say on Climate inmiddels ingevoerd. Voorstellen hieromtrent van de besturen van (onder meer) Nestlé, Unilever, Shell, Total en HSBC werden met ruime meerderheid gesteund door beleggers.  

Opvallend is het verschil tussen Europa en de VS waar het klimaatgerelateerde voorstellen van beleggers betreft. Volgens gegevens van adviseur Georgeson krijgen duurzame aandeelhoudersvoorstellen in Europa steeds meer aanhang onder beleggers, maar een meerderheid steunt ze niet. In de VS krijgen activistische aandeelhouders hun voorstellen wel aangenomen. Meest spraakmakend zijn de ontwikkelingen bij Exxon, waar een activistische belegger drie bestuurders benoemd kreeg die het bedrijf richting duurzaam moeten sturen.  

Cruciale drie 
De roep om meer informatie wordt met gemengde gevoelens beantwoord door een aantal grote ondernemingen. Microsoft en Googles moederbedrijf Alphabet bijvoorbeeld lopen te hoop tegen Amerikaanse plannen om over niet-financiële (duurzame) informatie op dezelfde wijze te rapporteren als over de bedrijfscijfers. Omdat niet-financiële informatie met meer onzekerheid omgeven is, vrezen ze door beleggers en andere stakeholders voor de rechter te worden gesleept als de gegeven doelen en informatie achteraf geen werkelijkheid blijken.  

Ironisch genoeg zijn het juist de koersen van ondernemingen als Microsoft en Alphabet die enorm hebben geprofiteerd van de immense populariteit van duurzaam beleggen. In een jaar is dubbel zoveel kapitaal geïnvesteerd in fondsen die zich richten op bedrijven met relatief weinig uitstoot, zoals technologiebedrijven. Van iedere vier dollar extra ingelegd beleggingsgeld in de VS gingen er drie naar duurzame fondsen. 

Centrale rol in de ontwikkeling is de positie van de grote drie uit de vermogensbeheer-wereld, Blackrock, State Street en Vanguard. Bij de meeste grote ondernemingen wereldwijd behoort minimaal één van deze beleggers tot de belangrijkste aandeelhouders. Hen wordt verweten klimaatdoelstellingen met de mond te belijden, maar dit uiteindelijk niet in daden om te zetten. Als het erop aankomt, stemmen ze vaak voor de plannen van het management, ook al voldoen die volgens critici niet.  

Of de doortastendheid van beleggers op klimaatgebied groot effect zal hebben op de transitie, is voor een groot deel in handen van Vanguard, State Street en Blackrock. Zij hebben de slagkracht om ondernemingen tot actie te bewegen. Want nu nog hebben verreweg de meeste ondernemingen geen voldragen actieplan richting zero emissions in 2050 en ontbreekt het hen aan geloofwaardige doelen.  


{{scope.count}} Reacties

{{comment.userName}}

{{comment.createdOn | date:'dd-MM-yyyy'}}

{{comment.body}}

Gerelateerde artikelen