VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Krijgen beleggers dit jaar een herhaling van wat in 2018 gebeurde, toen de Federal Reserve er in de herfst over vergaderde of ze de federal funds rate in 2019 nu drie of vier keer moest verhogen? Het is niet te hopen, want toen tuimelden de koersen omlaag uit vrees voor een krapper monetair beleid, voor het eerst in een decennium. Anno 2021 is het moeilijk een soortgelijke omgeving níét te zien.

Eerder dit jaar gaf Jerome Powell, voorzitter van de Federal Reserve, aan dat de bank twee voorwaarden had geformuleerd waaraan voldaan moest worden wilde ze beginnen met taperen, het afbouwen van het opkopen van de Amerikaanse staatsobligaties en andere schuldbewijzen.

Ten eerste moest de Fed duidelijke vooruitgang zien op het gebied van inflatie, ten tweede moest de werkgelegenheid met ferme stappen klimmen naar volledige werkgelegenheid. Daarvan zou sprake zijn als de werkloosheid ergens tussen 3,5 en 4 procent zou liggen.

Toen de inflatie in de VS begon te stijgen deze zomer, was er volgens de bank nog niets aan de hand. De stijging zou van tijdelijke aard zijn, dacht de Fed. Naarmate de inflatiestijging hoger uitpakte en aanwijzingen zich opstapelden dat die stijging niet tijdelijk is, begonnen de twijfels bij de Fed toe te nemen.

Toen het rentecomité eind september bij elkaar kwam, was de situatie aan het inflatiefront zodanig gewijzigd dat Powell aangaf dat aan het inflatiecriterium inmiddels was voldaan. Die lag toen boven de 5 procent en dat is sindsdien niet veranderd.

Verschillende indicatoren voor toekomstige inflatie waar de Fed op let, zoals de 5 year 5 year forwards, wijzen er ook op dat de hoge inflatie niet (snel) zal wegebben. De genoemde maatstaf die inflatieverwachtingen van de markt voor de periode van vijf jaar die begint over vijf jaar weergeeft (dus in 2021 geeft de 5 year 5 year forward de inflatieverwachting voor de periode 2026-2031) is onlangs opgelopen naar 3 procent.

Langdurig te hoog
Toen Powell enige weken later zei dat de kans inmiddels duidelijk groot is dat de inflatie langdurig te hoog zal blijven, tot diep in het volgend jaar, was dat niet verbazingwekkend. Tussen de regels door zei hij daarmee niet alleen dat de Fed er faliekant naast zat, maar óók dat een minder ruim monetair beleid nodig zal zijn. En dat kan weleens méér dan alleen stoppen met het opkopen van staatsobligaties zijn.

Eerst het taperen zelf. Zoals gezegd waren er twee voorwaarden voordat de Fed ermee zou beginnen. Aan de inflatievoorwaarde was in september voldaan, maar hoe zit het met de werkgelegenheidsvoorwaarde? Daaraan is volgens Powell zo goed als voldaan. Vandaar dat de bank luid en duidelijk aangaf zeer waarschijnlijk vanaf november te starten met taperen. ‘Zeer waarschijnlijk’ omdat tussen de Fed-vergadering in september en november nóg een banenmarktrapport zat, over het aantal nieuwe banen in september. Als dat een redelijk rapport – dit zijn Powells woorden – zou worden, dan zou niets meer in de weg van taperen staan. Het Amerikaanse bureau voor de statistiek meldde op 8 oktober dat de Amerikaanse bedrijven in september 194.000 nieuwe banen hadden gecreëerd. Dé vraag is dan ook: is dat redelijk te noemen of niet?

Meer dan redelijk
In mijn ogen is het banenrapport voor de maand september zeker redelijk te noemen en zal de Fed dus in november beginnen met taperen. Het rapport is redelijk omdat we het aantal nieuwe banen moeten leggen naast de 100.000 à 150.000 banen die per maand nodig zijn om de aanwas van de beroepsbevolking op te vangen. Het aantal nieuwe banen in september lag daarboven, wat het een in alle opzichten meer dan redelijk rapport maakt. Onder de oppervlakte vinden we nog een sterke aanwijzing voor die conclusie. Het bleek namelijk dat de private sector ruim 300.000 nieuwe banen had gecreëerd. Met andere woorden, het was de publieke sector die het beeld ongunstig vertekende.

Een blik op de ontwikkeling van de lonen zorgde voor nog meer bevestiging van die lezing. Ten opzichte van een maand eerder steeg het gemiddelde uurloon met 0,6 procent. Vergeleken met een jaar eerder bedroeg de toename 4,6 procent, wat een behoorlijke stijging genoemd mag worden. In het afgelopen decennium stegen de lonen met zo’n 2,5 procent per jaar. Arbeid is schaars in de VS en werkgevers bieden tegen elkaar op om mensen te verleiden bij hen te komen werken.

De werkloosheid zakte van 5,2 naar 4,8 procent. Daarmee is de volledige werkgelegenheid nog niet bereikt, maar de arbeidsmarkt zet wel ferme stappen in die richting. Bovendien: niet het bereiken ervan maar een significante beweging in die richting was de voorwaarde van de Fed. Taperen gaat beginnen.

Sterker nog, er zit misschien nog meer in het monetaire vat voor de komende kwartalen!

De volledige werkgelegenheid mag dan nu niet bereikt zijn, het zou niet verbazen als dat in de loop van 2022 wel gebeurt. Powells woorden dat de aanmerkelijk hogere inflatie dan wat de Fed nastreeft tot ver in 2022 kan aanhouden, het feit dat steeds meer Fed-bestuurders zich zorgen maken over inflatieontwikkelingen en verschillende indicatoren die erop wijzen dat de inflatieverwachtingen behoorlijk opgelopen zijn: veel wijst erop dat in de loop van volgend jaar aan de criteria voor een eerste renteverhoging in de VS voldaan wordt.

De komende maanden zullen dan ook de inflatieontwikkelingen en commentaren van Powell daarover zeer belangrijk zijn voor de inschatting over de kans op renteverhogingen in de VS in 2022.

Herhaling?
Eind 2018 werden de markten daar nerveus van en gingen de koersen fors onderuit, iets wat de Fed ertoe aanzette de plannen voor renteverhogingen van tafel te vegen en zelfs de reeds doorgevoerde ongedaan te maken. Is drie jaar later een herhaling aanstaande? Ik acht die kans klein.

Inflatie zal in mijn ogen in de loop van volgend jaar deels wegebben (maar niet terugvallen naar het pre-corona niveau!) wat de verwachtingen over renteverhogingen zal temperen. De hoge economische groei compenseert ook veel, en dan is er natuurlijk nog het feit dat aandelenbeleggers weinig aantrekkelijke alternatieven hebben. Last but not least: in 2018 betekenden de renteplannen van de Fed dat de officiële rente naar 2 procent zou gaan. Zelfs als de Fed de rente zou gaan verhogen vanaf medio 2022, zou die rente nog heel lang onder de 1 procent blijven. De monetaire mammoettanker zal zijn koers deze keer wel wijzigen.

Edin Mujagicis macro-econoom, gespecialiseerd in het beleid van de centrale banken, en hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer.


U heeft geen gratis artikelen meer over
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen.
Ik wil inloggen
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap

Wilt u reageren op bovenstaand artikel? Stuur dan een e-mail naar info@veb.net