VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Het is een oud Nederlands gebruik om een commissie in te stellen wanneer een misstand aan het licht komt.

Deze commissie doet vervolgens onderzoek totdat de gemoederen zijn bedaard en vindt steevast geen bewijs dat iemand iets verkeerd heeft gedaan, maar beveelt wel aan dat de zaken voortaan anders moeten.

De politiek-therapeutische werking van dit beproefde middel mag niet worden onderschat.

Daarnaast kennen we in Nederland commissarissen. Die houden – niet als commissie, maar als raad – toezicht op directies. De effectieve werking van dit honderd jaar geleden vormgegeven vennootschappelijk orgaan mag ook niet worden overschat.

Al is het geen pretje om commissaris te zijn bij een onderneming waar de Staat aandeelhouder is, toch vestigt de overheid steeds weer haar hoop op een raad van commissarissen. De minister van Justitie wil nu zelfs zo’n raad instellen bij advocatenkantoor Pels Rijcken, waar hij de grootste klant is, én hij wil bepalen wie daar in zit. Vanwaar deze wens aangaande de interne governancestructuur van door de overheid ingehuurde beëdigde vrije beroepsbeoefenaars?

Vanuit platgetreden gedachtepaden, zo vermoed ik. Eerder moesten grote accountantsfirma’s al een raad van commissarissen instellen. Dat werd een governancedilemma, want die commissarissen moeten toezien op werknemers die ook aandeelhouder zijn. De AFM, die extern toezicht houdt op deze beroepsgroep, onderzocht onlangs of die interne raden effectief waren. Dat verschilt nogal, zo luidde de eufemistische conclusie.

Commissarissen dienen het belang van de vennootschap, niet langer dat van de aandeelhouder – al benoemt die hen. Maar ze dienen zeker niet het belang van de overheid. Dat geldt zelfs voor overheidscommissarissen bij ondernemingen die staatssteun ontvangen. Toch hoopt de minister van Justitie dat een raad van commissarissen bij de landsadvocaat vruchten zal afwerpen. Nieuw is wel dat wettelijk het interne toezicht voor ten minste 30 procent door vrouwen én voor ten minste 30 procent door mannen moet worden uitgeoefend. Bij extern toezicht hoeft dat niet.

Dit is een column van Paul Frentrop, expert op het gebied van corporate governance