VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Het bedrijf uit de AScX-index, voluit Amsterdam Commodities N.V., gaat weer dividend uitkeren nadat het hier vorig jaar niet van kwam door een grote overname. De nieuwe ceo Kathy Fortmann ziet de grote kracht in de gezonde producten en het vermogen om ook in uitdagende omstandigheden te kunnen voldoen aan de vraag van de klant. Het bedrijf is de laatste jaren steeds groter geworden, wat de vraag oproept of er voldoende focus is.

Acomo deed in 2010 enkele grote overnames, waarmee het zich volledig richtte op de handel in voedingsmiddelen als noten, zaden en thee. Hierdoor groeide het van een omzet onder de 200 miljoen euro in 2009 naar ongeveer 1,25 miljard euro vorig jaar. Vanaf 2016 bleven de resultaten echter hangen en zat er ook weinig muziek in het aandeel. Met de overname en integratie van Tradin Organic vorig jaar lijkt daar verandering in te zijn gekomen.

Het al brede productenpalet is daarmee nog verder uitgebreid. Acomo is nu actief in meer dan zeshonderd verschillende producten, van noten, zaden en kruiden, tot thee en een notenvrij alternatief voor pindakaas. Het heeft twaalf zelfstandige dochterondernemingen. Deze handelen in de producten en bewerken en verpakken ze. De grote merkenproducenten van levensmiddelen behoren tot het klantenbestand, evenals retailers.

Vorig jaar boekte Acomo 62 miljoen euro nettowinst op bijna 1,3 miljard euro omzet. Daarmee ging het voor het eerst door de grens van 1 miljard euro. Tegelijk kreeg het bedrijf met de van oorsprong Amerikaanse Kathy Fortmann ook weer een ceo. Na het vertrek van Erik Rietkerk in 2017 werd die functie erbij gedaan door cfo Allard Goldschmeding.

Fortmann vertelt in een interview hoe zij als nieuwkomer naar Acomo kijkt, hoe het bedrijf het in de coronacrisis heeft gedaan en gaat in op de kansen die zij ziet na de overname van Tradin Organic.



1. Acomo is heel breed. Wat is volgens u de kern als het gaat om het verdienmodel?
“Wij zijn heel goed in het verbinden van de producenten van plantaardige producten met onze klanten en hun consumenten die deze producten willen hebben. Onze teams zorgen ervoor dat die producten beschikbaar zijn als onze klanten ze nodig hebben. Dat draait niet alleen om wachten tot de klant om ons product vraagt, maar ook om vooruitkijken en anticiperen op de ontwikkeling van de vraag.”

2. Is dat in de coronacrisis gelukt?
“Het afgelopen jaar waren er veel problemen met het aanbod van de producten en in het transport. Wij zijn in staat geweest om aan de vraag te voldoen, waar andere leveranciers daarmee worstelden. We hebben er nieuwe klanten bij gekregen, waaronder ook partijen die dachten dat ze het zelf konden doen, en nu terug zijn gekomen. Bedrijven die in goede tijden dachten dat ze de inkoop zelf konden doen, zijn erachter gekomen dat dit toch niet zo makkelijk is. Ze liepen tegen problemen aan en kwamen daarom weer naar ons toe.”

3. U kon aan de vraag tegemoetkomen omdat u producten op voorraad had liggen?
“In vrijwel alle omstandigheden hebben wij verschillende leveranciers op verschillende plekken in de wereld. Of we hadden het product inderdaad in opslag, of op het water in schepen. Wij halen de grondstoffen ook nooit van een enkele plek. Afgelopen jaar hadden we bijvoorbeeld ook te maken met de gevolgen van stormen bij de aanvoer van kokos op de Filippijnen. We moeten er dan voor zorgen dat we andere leveranciers elders in de wereld hebben.”

4. Wat is volgens u het grootste risico voor het verdienmodel van Acomo?
“Dat is als we maar één leverancier zouden hebben op één plek in de wereld. En dat er dan in zo’n oorsprongsland waar onze producten vandaan komen flinke onrust is. Daar hebben we geen controle over en dat kunnen we niet voorzien. De manier om daarmee om te gaan, is ook weer om meerdere aanbieders te hebben. We moeten niet te veel afhankelijk zijn van een enkele producent. Daarnaast gaat het om zaken als klimaatverandering.”

5. Wat voor klimaatrisico’s loopt het bedrijf en hoe gaat u daarmee om?
“Wat we zeker weten, is dat de voedselproductie sterk afhankelijk is van klimaatverandering. En dat bepaalt welke gewassen ergens wel of niet worden verbouwd. Het is voor ons vooral belangrijk om goed op de hoogte te zijn van die mogelijke veranderingen en ik denk dat onze handelaren precies weten wat er speelt.”

6. De overname van Tradin Organic is door het bedrijf beschreven als een transformationele overname, een stap die zorgt voor een soort gedaanteverandering. Wat betekent dat precies?
“Het heeft de omvang van de onderneming aanzienlijk vergroot. Ik denk dat dit op zich al transformationeel is. Een kleine overname zou ik nooit zo noemen. Daarnaast brengt het ons dichter bij een belangrijke trend in het consumentengedrag, de beweging richting natuurlijke en biologische producten.”

7. De bedrijven binnen Acomo opereren onafhankelijk van elkaar. Wordt dat anders met de activiteiten van Tradin Organic?
“We willen ervoor zorgen dat we de kennis van Tradin Organic goed gebruiken. Als een van onze bedrijven een verzoek krijgt voor een biologisch product dat Tradin Organic kan leveren, dan is het het beste om te kijken of zij dat kunnen doen. Ik denk daarnaast dat er wel meer gebieden zijn waar we kunnen onderzoeken of onze bedrijven samen willen werken. Bijvoorbeeld als het gaat om talentontwikkeling denk ik dat het interessant kan zijn. Iemand die in een van de grotere bedrijven een commerciële rol heeft, zou bijvoorbeeld directeur kunnen worden bij een van de kleinere bedrijven.”

8. Ziet u meer kansen voor samenwerking?
“Het gaat daarbij vooral om de vraag op welke terreinen we vergelijkbare behoeftes hebben. HR is daar een voorbeeld van, maar het kan ook op het gebied van IT zijn. Dat betekent niet dat elk bedrijf in onze groep alles op dezelfde manier moet doen en het is ook niet het idee om zaken naar de holding toe te trekken, het gaat om het leggen van logische verbanden. Ik zie dat voor me als het werken met een coalition of the willing.”

9. Een van de grote investeringen van de afgelopen tijd is de bouw van een pasteurisatiefaciliteit in Etten-Leur. Wat is daarvan het doel?
“Dat is een faciliteit voor de hittebehandeling van zaden en specerijen. Bijvoorbeeld zaden die worden gebruikt in kant-en-klare salades. Die zie je steeds meer in de supermarkt. Dit is een voorbeeld van het uitbreiden van ons aanbod van diensten waarmee we extra waarde toevoegen voor klanten. Dat gaan we steeds meer doen. We hebben eind vorig jaar bijvoorbeeld ook de overname van Qualino aangekondigd. Dat wordt onderdeel van ons bedrijf Delinuts. De verpakkingslijnen die we zo krijgen geven ons veel meer mogelijkheden voor het verpakken van producten. Daarmee kunnen we waarde toevoegen voor onze klanten.”

10. Heeft dit ook een positieve invloed op de winstmarges die Acomo maakt?
“Er is wel een kans voor verbetering van winstmarges, maar het kan ook zijn dat wij onze klanten zo een efficiëntere manier van werken bieden. Ik kijk er eerder naar vanuit het perspectief dat onze klanten een betrouwbare partner zoeken om mee samen te werken. Als wij met onze klanten samenwerken en ze helpen problemen op te lossen, dan geeft dat ons meer inzicht in wat onze volgende stappen moeten zijn. Je maakt hun leven makkelijker en zij komen dan straks weer bij ons voor nieuwe kansen.”

11. Aandeelhouder Add Value Fund rekende vorig jaar voor dat een verkoop van pindakaasalternatief SunButter 70 tot 90 miljoen euro zou kunnen opleveren. Zou u dat overwegen?
“SunButter heeft nog veel groeipotentieel en we zullen doorgaan met erin investeren en het product beter neerzetten in de markt. Het is een product dat geweldig smaakt en dat goed bekend is bij moeders van kinderen met een notenallergie. Het heeft het in coronatijden ook goed gedaan door gesubsidieerde lunchprogramma’s op scholen in de Verenigde Staten. SunButter is dus niet te koop.”

12. Zou u het ook op andere manieren kunnen uitbouwen, bijvoorbeeld met een introductie van het merk buiten de VS?
“Dat vind ik een interessante vraag waar we naar moeten kijken, maar er is nu geen concreet plan voor. Daarnaast is er de kracht van het merk. Voor mij is een andere vraag of we daar meer mee zouden kunnen doen. We hebben nu al een variant met chocolade.”

13. Add Value Fund rekende ook voor dat de sappen die mee zijn gekomen met Tradin Organic 60 miljoen euro kunnen opleveren. Zijn die wel te koop?
“Er is niets te koop. Dingen kunnen altijd veranderen, maar ook dat is voor ons een goede activiteit.”

14. Blijft het bedrijf zo niet te breed?
“Volgens mij hebben wij een heel brede portefeuille met producten die aan de goede kant zitten als het gaat om de trends in de markt. Consumenten proberen minder vet, minder suiker en minder zout te eten en willen gezonde, natuurlijke producten. Ik denk dat veel andere bedrijven daar met jaloezie naar kijken, omdat ze ook proberen om die kant op te bewegen. Wij zijn goed gepositioneerd en dat is de reden dat ik hier met veel enthousiasme aan de slag ben gegaan.”


U heeft geen gratis artikelen meer over
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen.
Ik wil inloggen
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap

Wilt u reageren op bovenstaand artikel? Stuur dan een e-mail naar info@veb.net