VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

De oorlog in Oekraïne kan industrieel conglomeraat ThyssenKrupp hard raken als de productie noodgedwongen wordt teruggeschroefd.Dat kan overslaan op andere delen van de economie.

Terwijl in Nederland de discussie maar gestaag op gang komt, debatteert Duitsland verhit over de afhankelijkheid van Russische energie. In doorgaans beleefde talkshows ruziën economen met elkaar en met politici over de vraag hoe dramatisch de economische impact zou kunnen zijn als Duitsland afstapt van het gas uit het oorlogszuchtige Rusland.

De groepen laten zich grof gezegd zo indelen: de ene groep economen zegt dat het afschakelen van gas weliswaar erg vervelend is voor de verwerkende industrie, maar tevens “beheersbaar”. Duitsland is een rijk land met een relatief lage staatsschuld. Een hap van een paar procentpunten uit de economische productie? Geen ramp, zeggen deze economen, als het moreel het juiste is om te doen.

“Het is economisch niet gemakkelijk en niet goedkoop, maar we kunnen wel degelijk zonder Russisch gas”, zegt Claudia Kemfert, een econoom die verbonden is aan de Berlijnse denktank DIW. “Het is te doen.”

Niet veel politici durven zich deze economische prognose eigen te maken. Angst voor de achterban zal een rol spelen.

De groep economen die spreekt over “een ramp voor de industrie” heeft wél veel volgers in de politiek. Vanuit de politiek wordt gestrooid met de meest sombere vooruitzichten: “Massawerkloosheid! Depressie! Hyperinflatie!”.

“De industrie weet met deze horrorscenario’s politici te beïnvloeden”, zegt Kemfert. “De nieuwe realiteit is dat we met dit Rusland geen zaken meer kunnen doen. Als we ons toch blijven vastklampen aan deze relatie, isoleren we ons in Europa en bezorgt de Duitse industrie ons internationaal een slecht imago.”

Rantsoeneren
Ook deze crisis is weer een wake-upcall voor Duitsland. De oosterburen hebben met hun internationale economie bovengemiddeld last van alle knelpunten in de toevoerketens die zich de laatste jaren manifesteren. In de pandemie bleek al dat de afhankelijkheid van het buitenland problematisch is voor exportlanden met een sterke industrie als Duitsland. De Russische oorlog tegen Oekraïne onderstreept de nadelen van internationale afhankelijkheid nog eens extra. Het land heeft met zijn industriële ondernemingen jarenlang als geen ander kunnen profiteren van de betaalbare energie. Om van dat voordeel afscheid te nemen, valt zelfs met de gruwelijke beelden uit Oekraïne zwaar.

Als de toevoer van kolen, aardolie en aardgas hapert of stilvalt, brengt dat veel Europese landen in een lastig parket. Dat geldt vooral voor Duitsland, zegt Eric Heymann, senior econoom van Deutsche Bank Research. Heymann behoort niet tot de economen die een armageddon in Duitsland voorspellen bij het afschakelen van aardgas uit Rusland. Maar hij zegt wel dat sommige collega-economen de effecten onderschatten. Hij neemt de sombere inschattingen vanuit de industrie heel serieus.

“Het zou een externe schok zijn die we nog niet eerder hebben meegemaakt”, zegt hij. “Niemand kan de reikwijdte goed overzien. Het risico dat we het verkeerd inschatten is heel groot.”
Als Duitsland zou moeten overgaan tot het rantsoeneren van aardgas, dan zullen huishoudens, ziekenhuizen en andere instellingen voorrang krijgen op industriebedrijven. Dat betekent: de productie aanzienlijk terugschroeven. Heymann: “Een probleem is dat je de productie van industriebedrijven niet zomaar kan stilzetten en weer aanzetten.”

Bedrijfsleven
Een aantal bedrijven staat vol in de storm. Chemiebedrijf BASF is een essentiële schakel binnen de Duitse economie. Topman Martin Brudermüller heeft gezegd dat zijn bedrijf pas na vier of vijf jaar kan stoppen met Russisch gas. Het opleggen van een embargo vindt hij een heel slecht idee. “Het kan de Duitse economie in haar ergste crisis sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog storten en onze welvaart vernietigen.”

ThyssenKrupp is een andere Duitse grootmacht die aangeeft in de knel te komen, met een kettingreactie tot gevolg. “De economie kan imploderen”, zei Martina Merz, de bestuursvoorzitter van ThyssenKrupp.

Het industriële conglomeraat heeft onlangs zijn prognose moeten loslaten wegens de economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne. Een spin-off van de staaldivisie met haar 26.000 werknemers lijkt voorlopig van de baan. Een andere zwaargewicht uit de staalsector, Salzgitter, ondervindt ook veel last. “Zonder aardgas uit Rusland is de staalproductie momenteel niet mogelijk”, zei de Duitse staalfederatie vorige maand.

Kemfert wantrouwt deze alarmistische uitingen. “Het is verontrustend dat de nationale economie hier op zo’n manier gegijzeld wordt. Alsof de economie helemaal wordt weggevaagd als de chemische industrie en de staalindustrie geen gas meer uit Rusland krijgen. We hebben er een serieuze studie aan gewijd. Het klopt eenvoudigweg niet. Het zou voor de industrie lastig worden, maar Duitsland kan zonder Russisch gas.”

Het Duitse bedrijfsleven heeft zich niet goed voorbereid op deze situatie, of doet alsof dat het geval is, zegt de econoom. “Het is onverantwoord dat de Duitse industrie zich zo afhankelijk heeft gemaakt van Rusland. De geostrategische risico’s zijn niet opgenomen in hun bedrijfsmodellen. Bedrijven als BASF en ThyssenKrupp maken deel uit van het probleem en zijn dus medeverantwoordelijk voor de situatie waarin wij ons nu bevinden.”

Duitsland bouwt in hoog tempo aan alternatieven, bijvoorbeeld met de bouw van terminals voor liquefied natural gas, oftewel LNG. Daar zit nu vaart achter. Maar het zal jaren duren en ook nooit genoeg zijn. Volgens de studie van het DIW kan Duitsland via onder andere de haven van Rotterdam veel meer importeren dan nu. Het vloeibare gas is wel aanzienlijk duurder dan het Russische gas dat in de afgelopen decennia via pijpleidingen binnenkwam. Dat betekent permanent hogere energieprijzen.

Kwetsbare schakel
Staal en chemie nemen een substantieel aandeel van het industriële gasverbruik in, en dat zal volgens Heymann voorlopig niet anders worden, zelfs al zouden ze het keihard proberen. Hij wijst op de effecten op de korte termijn die beleggers zorgen kunnen baren. Als in een eerste klap deze toeleveranciersbedrijven hard worden geraakt, kan een sneeuwbal gaan rollen. In een tweede klap worden de verbruikers van producten uit de energie-intensieve industrie getroffen. “Als de productie in de chemische industrie, de staalindustrie of de glasindustrie geremd zou worden, zou dit ook negatieve gevolgen hebben voor de Duitse auto-industrie, de machinebouw en de elektrotechniek.”

Een afscheid van gas uit Rusland kan de industriële bevoorradingsketens verder door elkaar schudden. Duitsland is net als in eerdere crises een kwetsbare schakel, zegt Heymann. “De Duitse economie wordt al van verschillende kanten uitgedaagd. De tekorten aan materialen zijn al groot. De dynamiek in de wereldhandel neemt af. De demografie zet het arbeidsaanbod onder druk. Duitsland en zelfs Europa als geheel kan daar als industriële vestigingsplaats structureel onder lijden”, aldus Heymann.

In zijn research wijst hij ook op een mogelijke derde klap: hogere energieprijzen hebben een negatief effect op het beschikbare inkomen van de huishoudens. Het kan burgers ertoe aanzetten meer te sparen. Dit kan de consumentenbestedingen drukken. Ondernemingen zullen misschien minder bereid zijn om te investeren. De staatsschuld kan toenemen door hogere uitkeringen aan bedrijven en huishoudens.

Staatsparticipatie
De staalindustrie in Duitsland heeft al jaren te kampen met internationale concurrentie en staat nu voor nog grotere uitdagingen. Een van de voorlopige uitkomsten van de oorlog in Oekraïne is dat de Duitse politiek zich duidelijk sterker positioneert in de economie.

De greep op de energiewereld wordt verstevigd. Politici pleiten voor het opvoeren van de staatsparticipaties in bedrijven die in sleutelsectoren actief zijn. De oorlog in Oekraïne en de daaruit voortvloeiende energiescheiding met Rusland, kan samen met de ecologische uitdagingen voor de langere termijn weleens te groot blijken voor bedrijven als ThyssenKrupp.

SPD-politicus Thomas Kutschaty uit industriedeelstaat Noordrijn-Westfalen wil alles op alles zetten om ervoor te zorgen dat staal in de toekomst niet alleen nog maar in China en India wordt geproduceerd. “Een overheidsdeelname van maximaal 25 procent heeft een sterke invloed op andere investeerders en werkt ook stabiliserend. Het geeft het signaal af dat de staat ook gelooft in succes.”

Of beleggers daar blij mee moeten zijn, is de vraag. De staat is volgens hem een prima aandeelhouder om erbij te hebben, maar voor internationale investeerders vaak een rode vlag. Deelstaat Nedersaksen heeft al jaren belangen in Volkswagen (12 procent) en in het kleinere staalconcern Salzgitter (26 procent). Tijdens de pandemie stapte de Duitse overheid in Lufthansa en in de financiële crisis werd een belang in Commerzbank genomen. Deze bedrijven blinken niet uit met geweldige rendementen.

Energiehuwelijk op de klippen


Duitsland is sterk in de industrie en in de chemie. Dat zijn energie-intensieve sectoren die veel Russische grondstoffen afnemen. Duitsland heeft zich de afgelopen decennia als grootste economie van Europa steeds verder laten strikken in een ‘energiepartnerschap’ met Rusland. Het gebeurde niet geheel zonder kritiek, maar veel gedoe was daar niet over bij de oosterburen. Het Duitse bedrijfsleven profiteerde volop, evenals de hele Duitse en daarmee verbonden economieën van andere Europese landen.

De toestroom van betaalbare fossiele grondstoffen maakte het succes van de Duitse industriële economie mede mogelijk. In grote volumes vloeiden olie en goedkoop aardgas tientallen jaren soepel naar Duitsland. Ondanks debatten over energiesancties liep dat in de eerste twee maanden van de Russische oorlog in Oekraïne nog gewoon door. Maar vooral de afhankelijkheid van aardgas – ongeveer de helft komt uit Rusland – wordt nu als een groot probleem ervaren.

Duitsland dacht in de energietransitie nog een jaar of vijftien te kunnen leunen op Russisch gas. Maar nu is duidelijk dat dit snel een doodlopend pad wordt. Duitsland maakt tempo met de ontvlechting. Het kan zelfs uitlopen op een vechtscheiding, en dat is reden voor beleggers om extra alert te blijven op de ontwikkelingen bij energie-intensieve bedrijven.


Bijspringen
De nieuwe economische werkelijkheid roept de vraag op of de industrie met de structureel hoge energieprijzen en de grote ecologische uitdagingen nog wel een plaats heeft in Duitsland. Kemfert antwoordt bevestigend. “Absoluut. Maar het is wel aan de regering om financieel bij te springen. Dat kan door te helpen met het diversifiëren van de gasvoorziening, met economische steun voor groene waterstof en met gerichte energiebesparingscampagnes. Veel bedrijven proberen nog tijd te winnen door vast te houden aan hun fossiele bedrijfsmodellen. Ze doen alsof ze kunnen doorgaan op de oude voet, terwijl dat een illusie is. Ze moeten nu kleur bekennen en ook meteen versneld werk maken van de stappen richting klimaatneutraliteit die ze beloofd hebben.”

De staat zal de industrie moeten begeleiden bij de omschakeling naar een nieuw energiesysteem en naar klimaatneutraliteit, daar is Eric Heymann ook zeker van. “De rol van de staat in deze industrieën is een cruciale factor in de groene transformatie van energie-intensieve sectoren.”

 


U heeft geen gratis artikelen meer over
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen.
Ik wil inloggen
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap

Wilt u reageren op bovenstaand artikel? Stuur dan een e-mail naar info@veb.net