VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

U heeft 0 gratis premium item(s) over deze maand.

Windenergie op zee ontwikkelt zich razendsnel. Om de vele windmolenparken te kunnen bouwen, zijn funderingen nodig. Sif Group (Sif) is een van slechts drie grote producenten van deze zogenoemde monopiles. Ondanks deze sleutelpositie in de energietransitie heeft het bedrijf beleggers nog weinig opgeleverd. Ceo Fred van Beers over de ambitieuze plannen voor de toekomst.

Vanaf de beursgang in 2016 waren de resultaten van Sif grillig, en de beurskoers staat al een tijd onder de introductieprijs. Het is nu de grote vraag of een uitbreiding waarover topman Fred van Beers deze zomer beslist, daar verandering in gaat brengen.

Sif heeft productielocaties in Roermond en op de Maasvlakte. Daar maakte het vorig jaar 188 palen voor windmolens, die goed waren voor 98 procent van de omzet van in totaal 422,5 miljoen euro. Het bedrijf boekte onder de streep 11,6 miljoen euro nettowinst. Wat betreft omzet was 2021 het beste jaar sinds 2016. In de tussenliggende periode zakten de inkomsten flink terug. In 2018 schreef Sif zelfs rode cijfers en draaide het slechts 235 miljoen euro omzet.

Sif is van plan om de productiecapaciteit in de Rotterdamse haven flink uit te breiden. Het doet dit tegen de achtergrond van grote investeringen in wind op zee. Overheden hebben de ambities voor deze vorm van duurzame energie de laatste jaren steeds verder opgeschroefd om de doelen uit het VN-Klimaatakkoord van Parijs te halen. Met de oorlog in Oekraïne en de noodzaak om de afhankelijkheid van Russisch gas te verkleinen, is daar nog een schepje bovenop gedaan.

De definitieve investeringsbeslissing neemt Sif in juli. Topman Fred van Beers vertelt alvast waarom de uitbreiding nodig is, welke onzekerheden er zijn en welke lessen Sif heeft geleerd uit de zwakke jaren na de beursgang.

1. Kunt u nog even samenvatten waarom deze stap nodig is?
“De producten die wij moeten leveren, zijn afgelopen jaren groter geworden. Zes jaar geleden was een windturbine met een vermogen van negen of tien megawatt al heel wat. General Electric is toen op de markt gekomen met een turbine van twaalf megawatt. Dat leidde ertoe dat Vestas en Siemens eroverheen gingen, richting vijftien megawatt vermogen. Die ontwikkeling betekent een enorme toename in de belasting van de funderingen. Dat betekent dat de diameter aan de onderkant groter moet worden dan de negen meter die nu het maximum is. Tegelijk groeit ook de vraag naar het aantal funderingen.”

2. U moet nu investeren om grotere palen te kunnen bouwen. Zit er een bovengrens aan de diameter, of zal die blijven toenemen, waardoor u over een paar jaar weer moet investeren?
“Ons doel is nu om palen met een diameter van elf en een halve meter te kunnen produceren. Ik denk dat we dan een flinke tijd vooruit kunnen. Het vermogen bereikt ook een keer een economisch optimum. De laatste tijd lezen we steeds vaker dat dit ergens rond de twintig megawatt zal bedragen. Ik denk dat een diameter van vijftien meter nooit gehaald wordt, maar mocht het nodig zijn, dan kunnen we daar straks naartoe gaan. Maar we moeten nu eerst zorgen dat we tot tweehonderd funderingen per jaar kunnen produceren op elf en een halve meter.”

3. Na 2016 zakten de resultaten ver terug. Waar kwam dat volgens u door?
“Wij zijn actief in een branche die draait om projecten. Daar zagen we toen het effect van. In 2018 werden twee grote projecten uitgesteld. In Frankrijk viel een project weg doordat de milieubeweging tot aan de Hoge Raad procedeerde tegen windparken op zee. In België werd de procedure voor een project teruggedraaid, toen ze zagen dat in Nederland het windpark Hollandse Kust Zuid zonder subsidie werd vergeven. Ze zijn toen met een nieuwe uitschrijving gekomen. Wij hebben dat project daardoor pas in de eerste helft van 2019 kunnen doen. We hebben toen onderhandeld om de funderingen voor windpark Borssele eerder te mogen maken, om zo dekking te creëren voor onze productiecapaciteit. Dat ging alleen wel ten koste van de winstmarge.”

4. Heeft die terugval invloed gehad op hoe u nu beslissingen neemt?
“Zeker. Wij kijken nu met name naar de terugverdientijd van de investering. We zijn ontzettend blij dat wij met een aantal klanten hebben kunnen afspreken dat zij voor vierhonderd kiloton staal aan funderingen laten produceren in de nieuwe fabriek. Dat gaat tegen marges die een terugverdientijd van drie tot vier jaar mogelijk maken. Ze dragen ook financieel bij, in de vorm van betalingen. Die constructies zijn we nu aan het uitwerken, maar de wil is er om de projecten bij ons onder te brengen en ons zo veel mogelijk te helpen om de investering te kunnen doen.”

5. Hebben zij zelf al de zekerheid dat ze de windmolenparken mogen bouwen?
“De een wat meer dan de ander, maar een aantal grote spelers heeft bepaalde projecten al binnengehaald. Wat betreft tenders zijn wij nu volledig bezig met opdrachten voor 2025, 2026 en soms al 2027. Er zijn heel veel projecten en er komt nog meer bij, dat is voor ons het punt niet. Een belangrijke vraag is hoe de overheid de uitgifte gaat optuigen. Dat zal eenvoudiger moeten worden om de ambities voor 2030 te kunnen halen. Met het proces zoals het nu is, zijn we zo vier of vijf jaar verder. Dan wordt het heel krap, want wij kunnen niet alles in een keer maken. Dat geldt overigens niet alleen voor ons, maar voor de hele industrie.”

6. Bent u afhankelijk van andere partijen in de productieketen?
“We moeten het met elkaar doen. Wij kunnen als Sif wel funderingspalen maken, maar als ergens anders in de keten een flessenhals zit, gaat de totaaloplossing er niet komen. En de vraag naar onze monopiles ook niet. Het wordt best een spannende rit. Er zit bijvoorbeeld een knelpunt bij de installatieschepen. Het afgelopen jaar is de ingebruikname van twee nieuwe schepen met meer dan een jaar vertraagd, omdat er tijdens de inbedrijfstelling van een schip een kraan is ingestort. Daarom hebben we de tijd genomen om onze aannames te checken bij ontwikkelaars, scheepseigenaren en netbeheerders.

Daarbij hebben we ook gekeken hoe het ervoor staat met de ontwikkelingen op het gebied van waterstof. Als die niet op snelheid komen, kunnen de windparken hun stroom namelijk niet kwijt. Alle betrokken partijen hebben een kritische rol en als er maar één niet succesvol is, dan valt het hele systeem in duigen.”

7. Er zijn verschillende nieuwe toetreders. Hoe kijkt u tegen die concurrentie aan?
“Traditioneel beleveren EEW Group, Steelwind Nordenham en Sif de markt. Het Deense Bladt leverde af en toe een beetje, maar zij zijn nu inderdaad grootschalig aan het investeren. Ze moeten wel eerst nog de fabriek afmaken en dan de productie gaan opstarten. Bedenk wel dat zij iets gaan doen dat nieuw voor ze is, terwijl wij twintig jaar ervaring hebben waarin we tweeëntwintighonderd van die dingen hebben gebouwd. Daar komt bij dat zelfs met alle concurrenten die nieuwe fabrieken bouwen, wij nog verwachten dat het te weinig zal zijn om alle ambities waar te maken.”

8. Ziet u in de sector ruimte voor consolidatie, bijvoorbeeld dat Sif samengaat met een andere partij?
“Daar is het op dit moment nog te vroeg voor. Consolidatie levert namelijk geen extra productiecapaciteit op. Elke bestaande leverancier zal nu moeten investeren in grotere diameters en grotere aantallen. Op termijn, als die extra capaciteit er is, zou het wel kunnen helpen om projecten beter te verdelen over die capaciteit. De projecten worden steeds groter en je kunt er maar enkele per jaar doen. Als je die dan netjes op elkaar zou kunnen laten aansluiten, kan consolidatie zinvol zijn, maar wij denken nu eerder aan samenwerkingen met partners, bijvoorbeeld om in het buitenland activiteiten op te zetten.”

9. Na de beursgang had Sif al de ambitie om uit te breiden in Noord-Amerika en Japan. Is die ambitie er nog?
“We hadden begin 2020 een project in Amerika in het orderboek staan, maar dat werd gestopt door problemen met de milieu-effectrapportage. In Japan hebben we de markt verder onderzocht. We hebben met partners gesproken en vastgesteld dat de markt te klein is en heel lastig te doorgronden, door de Japanse cultuur. Tegelijk kwam in Europa toen een enorme ontwikkeling op gang en zijn de ambities fors opgeschroefd. We hebben daarom besloten dat we voor de komende jaren stabiliteit zoeken. We gaan voor ervaren ontwikkelaars werken, met producten die wij kunnen maken.”



Wilt u reageren op bovenstaand artikel? Stuur dan een e-mail naar info@veb.net


Gerelateerde artikelen