VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Waar de dollar een kleine vijftien jaar terug goedkoop was voor Europeanen, staat de Amerikaanse munt er nu een stuk sterker voor. Dé reden voor die daling is het grote verschil in het beleid van de Federal Reserve (Fed) en de Europese Centrale Bank (ECB).

In de zomer van 2008 was ik voor werk in de VS en kocht ik een hoop kinderkleding bij de Baby Gap; enkele maanden daarvoor werd mijn zoontje geboren en de prijzen waren voor een Europeaan als ik niet te weerstaan. Dat laatste vooral dankzij de wisselkoers tussen euro en dollar. De EUR/USD-koers bereikte de week waarin ik in New York was bijna 1,60 (1 euro koopt 1,60 dollar, de gebruikelijke manier om de wisselkoers weer te geven).

Nu, 14 jaar later, als ik met mijn inmiddels 14-jarige zoon (en zijn enkele jaren jongere zusje) door Californië rijd, ligt de koers meer dan 30 procent lager, op circa 1,05. De ooit denkbaar geachte grens van 2 dollar per 1 euro is volledig uit het zicht verdwenen. Op het moment van schrijven is de kans juist levensgroot dat de euro en de dollar de komende maanden gelijk komen te staan (pariteit). Dat is voor het laatst eind 2002 het geval geweest. Wat is er gebeurd?

Bandbreedte
Om te beginnen is er eigenlijk nog weinig aan de hand. In die zin dat de koers van EUR/USD nog steeds binnen de bandbreedte ligt die sinds eind 2014 te zien is. Nadat de wisselkoers aan het begin van 2014 nog flirtte met 1,40 dollar per euro, dook die later dat jaar en begin 2015 omlaag naar – daar is-ie weer – circa 1,05.

Hoofdreden voor die daling was het grote verschil in het beleid van de Fed en de ECB. Waar laatstgenoemde manieren probeerde te bedenken het zeer ruime monetaire beleid nog verder te verruimen, was de Fed bezig met renteverhogingen en tapering, het verminderen van de opkoop van staatsobligaties. Dat verschil in beleid maakte de Amerikaanse dollar aantrekkelijker dan de euro, waardoor de koers begon aan de genoemde flinke daling.

De wisselkoers EUR/USD is de laatste maanden gezakt van ruim 1,20 in de zomer van vorig jaar naar iets onder 1,05 op het moment van schrijven.

Fed: renteverhogingen
Net zoals in 2015, zijn de verschillen in de koers die de Fed en de ECB varen een belangrijke oorzaak van de daling. De Fed is in maart gestopt met het opkopen van staatsobligaties, gaat binnenkort de berg opgekocht schuldpapier verlagen en is onlangs begonnen met het verhogen van de officiële rente. Eerder zorgde de bank al voor de verwachting onder beleggers dat ze ook in 2023 de rente meermaals zal opkrikken.

ECB: spenderen
Aan onze kant van de oceaan koopt de ECB nog steeds staats- en bedrijfsobligaties. De bank is weliswaar van plan daar in de zomer mee te stoppen, maar het verkleinen van de balans – opgeblazen door jaren van grootschalig opkopen van schuldpapier – is niet aan de orde. Sterker: de bank gaat voorlopig gewoon door met het spenderen van elke cent die ze als eigenaar van die obligaties binnenkrijgt. Het gaat om, gemiddeld, zo’n 30 miljard euro per maand.

Een lange tijd weigerde de ECB de mogelijkheid van renteverhogingen te bespreken. Omdat de inflatie in de eurozone hardnekkig te hoog blijft, wordt dat steeds lastiger en is onlangs de kans toegenomen dat de ECB de officiële rente in juli voorzichtig zal verhogen. De bank laat echter duidelijk merken het met eventuele volgende renteverhogingen rustig aan te doen, en zeer zeker niet de Fed te volgen.

Daarnaast profiteert de dollar van de geopolitieke spanningen. Zoals zo vaak fungeert de greenback als een veilige haven voor beleggers uit de hele wereld, iets wat de vraag naar dollars al enkele maanden opstuwt.

Afkoelen
De daling van de koers van EUR/USD komt de Amerikanen redelijk goed uit. Enerzijds omdat een duurdere dollar de Amerikaanse economie – die op volle toeren draait – een beetje kan afkoelen. Anderzijds drukt een sterkere dollar de inflatie in de VS doorgaans iets omlaag, met een vertraging van ongeveer een half jaar. Als de historie enigszins maatgevend is, dan zou die stijging de komende maanden voor enige neerwaartse druk op de zeer hoge inflatie moeten leiden. Iets wat de Fed zou verwelkomen.

Daling inflatie
Mede daardoor is de kans aanwezig dat de inflatie in de VS later dit jaar zal pieken en daarna begint te dalen. Veel factoren die de inflatie al enige tijd aanjagen, ebben tegen die tijd weg. Daarbij moet gedacht worden aan het verminderen van logistieke problemen in de wereldeconomie, maar ook aan het wegvallende effect uit de oliehoek. Inflatie is de verandering van prijzen tegenover twaalf maanden eerder. Dus voor een aanhoudend sterke opwaartse druk uit de oliehoek, zou de olieprijs de komende tijd richting 200 dollar per vat moeten klimmen. Dat is niet waarschijnlijk.

In april is een andere maatstaf, de maand-op-maand inflatie, in de VS scherp vertraagd. De stijging bedroeg 0,3 procent, tegenover 1,2 procent een maand eerder. Het is nog te vroeg om te concluderen dat de piek in inflatie bereikt is, maar de daling in april kan een voorbode zijn. Als de inflatie over enkele maanden piekt, dan kan dat de Fed voldoende aanleiding geven de geplande serie renteverhogingen te kortwieken. Ik zou er niet van opkijken als de Fed de officiële rente in 2023 helemaal niet verhoogt en zelfs enkele renteverhogingen uit 2022 terugdraait!

Eurozone
De ECB kan tegelijkertijd juist tot de conclusie komen dat meer renteverhogingen noodzakelijk zijn, omdat de inflatie in de muntunie op middellange termijn te hoog lijkt te blijven. Het vooruitzicht op minder renteverhogingen door de Fed en eventueel zelfs een enkele renteverlaging, alsmede de ECB die het monetaire beleid juist moet verkrappen en – hopelijk – terugkeer van enige rust op geopolitiek gebied, kunnen samen zomaar de EUR/USD weer richting 1,20 opstuwen. Maar voordat het zover is, zou het me niet verbazen als de koers eerst de pariteit bereikt.

Samenvattend: het vooruitzicht op minder renteverhogingen of zelfs een enkele renteverlaging, in combinatie met lagere maar toch keurige economische groei (zeker als de oorlog in Oekraïne tegen die tijd ook stopt), zou geen slecht nieuws zijn voor de aandelenmarkten. Zeker als de inflatie stabiliseert, weliswaar op een hoger niveau dan voor de pandemie, maar duidelijk lager dan de huidige cijfers.

Edin Mujagic is macro-econoom, gespecialiseerd in het beleid van de centrale banken, en hoofdeconoom van OHV Vermogensbeheer.


U heeft geen gratis artikelen meer over
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen.
Ik wil inloggen
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap

Wilt u reageren op bovenstaand artikel? Stuur dan een e-mail naar info@veb.net