VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

In de serie interviews met de commissarissen van de VEB: vijf vragen aan George Möller.

1. Uw affiniteit met aandelen, wanneer is die begonnen?
“Het is me letterlijk met de paplepel ingegoten. Mijn vader werkte voor een bedrijf dat onder meer Brinta produceerde. Hij was meer dan gefascineerd door de naoorlogse opbouw en had vertrouwen in Nederlandse ondernemingen. Het bezitten van aandelen was een vanzelfsprekendheid. Ik herinner mij van vroeger de radiorubriek Beursplein 5 en de welbekende gong. Vele jaren later, op Beursplein 5, was de afstand tussen mijn bureau en die beroemde gong minder dan tien meter. Dat heb ik altijd als bijzonder ervaren.

Een anekdote uit het latere leven van mijn vader is mij altijd bijgebleven, ook als levensles. Op 19 oktober 1987 stortte de markt in. De beursindices zakten met meer dan 20 procent op één dag. Ik werkte toen in Londen en de afspraak was dat ik een beetje op de effectenportefeuille van mijn vader zou letten. Met een zwaar gemoed belde ik hem die avond op. ‘Pa, slecht nieuws, je effectenportefeuille heeft een behoorlijke tik gekregen.’ Even was het stil. ‘Maar heb ik nog steeds hetzelfde aantal aandelen Koninklijke Olie?’ ‘Ja pa, met het aantal aandelen in je portefeuille is niets gebeurd.’ ‘Oh, goed dan’, en hij ging over naar een volgend onderwerp. De basis van beleggen is het vertrouwen in de bedrijven waarin je belegt, en niet de dagkoersen.”

2. Wat fascineert u aan kapitaalmarkten?
“Vooral de democratiserende werking die ervan uitgaat, vind ik fascinerend. Als je 100 euro ter beschikking hebt, kun je als mede-eigenaar van een bedrijf delen in lief en leed. Als een onderneming in jouw ogen een mooi toekomstgericht product maakt, kun je niet alleen dat product kopen, maar ook in de onderneming investeren. Overigens moet je wel oppassen met het vertalen van de sentimenten van product naar aandeel. Ooit heb ik belegd in Eurotunnel. Niet voor herhaling vatbaar.

Wat ik binnen de aandelenmarkten het meest boeiend vind, is het proces van een eerste beursgang, een IPO. Een ondernemer of groep van ondernemers werkt jarenlang aan het opbouwen van een bedrijf en dan komt er een dag dat je aan de hele wereld vraagt: wat vind je mijn prestatie waard? Bij een IPO komt in één keer de integrale waardering van een onderneming tot stand.”

3. Hoe ziet u de rol van de VEB op de kapitaalmarkt?
“De VEB is zeer belangrijk omdat zij de kleinere aandeelhouder, die door een onderneming snel kan worden afgescheept, een stem geeft. De VEB zorgt ervoor dat de kleinere aandeelhouder tezamen met institutionele beleggers in gelijkwaardigheid kan optreden in het uitoefenen van zeggenschap. Ook dat is een vorm van democratisering van de kapitaalmarkt. Destijds, toen ik nog bij de beurs was betrokken, heb ik weleens gemengde gevoelens gekoesterd jegens de VEB omdat ik vond dat ze in sommige dossiers een beetje doordraafden. Nu ik het voorrecht heb om van binnenuit te kunnen kijken, zie ik heel veel goed werk. Ik neem veel terechte inspanningen waar op gebieden waar ondernemingen het maatschappelijk toch wel een beetje laten afweten. Met name de kritiek van de VEB op het beloningsbeleid mag wat mij betreft nog wel iets worden aangescherpt.”

4. Is de Corporate Governance Code meer dan een papieren werkelijkheid?
“Corporate governance is heel belangrijk. Als afspraken over hoe een onderneming wordt geleid niet goed zijn, dan heeft dat wellicht geen gevolgen op de korte, maar vaak wel op de lange termijn. Na het uitbrengen van het rapport van de commissie-Tabaksblat gaf ik, als lid van de commissie, een lezing over de nieuwe gedragscode op de sociëteit De Maas in Rotterdam. Ik probeerde uit te leggen dat het belangrijk is voor een onderneming om zich aan de nieuwe code te houden. Een ceo van een groot Nederlands baggerbedrijf, dat decennia daarvoor aan het infuus van het Nederlandse bankwezen had gelegen, stond op. ‘Mijnheer Möller, interessant al die bepalingen, maar het is een papieren werkelijkheid. U denkt toch niet dat ik daardoor een kuub grond meer ga baggeren?’ De zaal lachte instemmend. Mijn antwoord was: ‘Als u zich niet aan de Code houdt, kan het zijn dat u op termijn helemaal niet meer baggert.’ Dat is mijns inziens de essentie van goede corporate governance. Die draagt bij aan de bestaanszekerheid van een onderneming op de lange termijn.”

5. Bestaat moraliteit op de kapitaalmarkten?
“Na mijn actieve loopbaan heb ik mij nog uitgebreid beziggehouden met het onderwerp ethiek en moraliteit in de financiële wereld. Dat heeft geresulteerd in een boek met de titel Waarde(n)loos. Er zijn in de kapitaalmarkt heel veel morele keuzes te maken; expliciet en impliciet. Zo bestaan er voorrangsregels als twee of meer beleggers een koop- of verkoopopdracht doorgeven aan een centrale markt. Een betere prijs gaat voor; en bij gelijke prijs de opdracht die het eerst is ingelegd. Het centraal orderboek discrimineert de kleine belegger niet ten gunste van de grote. Dat is, kort door de bocht, wel de aanleiding voor vele – met name grote – marktpartijen om de markt te willen fractioneren. Grote partijen eisen voorrang en anonimiteit op. Commissionairs en banken buiten ook hun marktmacht uit. En met al die eisen glijden we af naar een markt vol ongelijkheden.

De Europese regelgeving MiFID 1 is de vorige eeuw veel te veel meegegaan met de verlangens van de grote partijen. De huidige discussie over payment for orderflow is een levend bewijs dat marktmacht en de macht van geld goed functionerende centrale markten kunnen frustreren.

Ik vind het beleid dat de Europese Centrale Bank voorstaat vanuit moreel perspectief ook twijfelachtig. Een fundamenteel concept in financiële markten is de tijdswaarde van geld. Als geld niet besteed wordt maar wordt uitgeleend, is de toekomstige waarde van dat bedrag hoger. Door de kapitaalmarkttransacties van de ECB is die tijdswaarde negatief geworden en dat verstoort het gedrag van beleggers en consumenten. Het kopen op krediet loont, en voor beleggers loont het nemen van risico onvoldoende. Op jacht naar rendement gaan beleggers noodgedwongen risico's accepteren waar ze later spijt van kunnen krijgen.

De VEB zou zich wat mij betreft, naast het behartigen van de belangen van haar leden, ook bezig mogen houden met het stellen van algemene normen voor het goed en voor de particuliere belegger eerlijk functioneren van de kapitaalmarkt. Een functioneren dat past in de huidige maatschappelijke context.”


George Möller (1947)

- 1968: Economie, Rijksuniversiteit Groningen
- 1974: ABN Amro Bank Rotterdam
- 1987: Mees Pierson Londen
- 1996: Optiebeurs Amsterdam / AEX / Euronext
- 2004: Robeco

George is gehuwd en heeft twee dochters en vijf kleinkinderen.


U heeft geen gratis artikelen meer over
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen.
Ik wil inloggen
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap

Wilt u reageren op bovenstaand artikel? Stuur dan een e-mail naar info@veb.net