VEB.net maakt gebruik van cookies om het gebruiksgemak van de website te verbeteren. 

Bij de halfjaarcijfers bleek dat veel beursfondsen er in slaagden hogere energiekosten door te berekenen aan klanten. Winstmarges bleven daardoor redelijk op peil. Maar als de prijzen voor gas en elektriciteit de pan uit blijven rijzen, komen bedrijven onvermijdelijk in de knel. Waar zullen de hardste klappen vallen?

Hoeveel schade gaat de hoge energieprijs nog aanrichten? Het was een veel voorkomende vraag van analisten bij de halfjaarcijferpresentaties van, vooral energie-intensieve, Nederlandse beursfondsen.

Er is wel wat aan de hand op de Europese energiemarkt. Frankrijk en Duitsland schieten te hulp om nationale energieleveranciers van een bankroet te redden. Links en rechts blijkt dat energie-intensieve bedrijven het niet of nauwelijks meer kunnen bolwerken. De torenhoge energieprijzen hebben de eerste slachtoffers geëist.

Wat voorheen een detail was, is door de extreme situatie op de energiemarkten opeens cruciale informatie geworden voor analisten en beleggers. Het gaat dan om de looptijd van elektriciteitscontracten, de energie-intensiteit van fabrieken en de vraag in hoeverre een bedrijf (met derivaten) is ingedekt tegen hogere gasprijzen.

Bij topbestuurders leek tijdens de halfjaarcijferpresentaties sprake van enige terughoudendheid. Te veel prijsgeven zou de concurrentie wijzer kunnen maken, zo was de lijn van veel bedrijven.

Toch is met behulp van steeds dikkere passages over duurzaamheid in jaarverslagen een inschatting te maken van de energiebehoefte van bedrijven. Daarmee kan vervolgens een gooi worden gedaan naar de impact van gestegen prijzen op de winstgevendheid. Welke beursfondsen op het Damrak zijn het meest kwetsbaar?

Groot verschil
De beide kanten van het spectrum laten zich raden. Als je niet of nauwelijks energie verbruikt, raken hogere prijzen je ook niet. Bij dienstverleners als Adyen of databedrijf RELX blijft de impact op de ebitda-marge beperkt tot hooguit een procentje.

Aan de andere kant van het spectrum vind je grootverbruikers als Shell. Het oppompen en verwerken van olie is een energie-intensief proces. Maar de flink gestegen prijs voor Shells eindproduct – een vat ruwe olie, diesel of kerosine – compenseert de hogere eigen energiekosten ruimschoots.

Bedrijven als DSM, Ahold, KPN en Heineken – die zich laten voorstaan op hun duurzaamheid, maar stiekem behoorlijk wat gas of stroom verbruiken – zijn het interessantst.

Binnen de groep energieslurpers valt Ahold Delhaize op. De ongeveer zevenduizend winkels worden niet alleen verlicht en verwarmd, ook zijn er vele grote koelinstallaties in gebruik. Doordat al die koelinstallaties dag en nacht draaien om de ijsjes, diepvriespizza’s en groentes gekoeld te houden, is het energieverbruik van het concern relatief hoog. Met 3476 kiloton uitstoot in 2021 is Ahold na Shell en ArcelorMittal de grootste uitstoter op het Damrak.

Het in de lucht houden van communicatienetwerken vreet ook energie, zo leert een blik op het duurzaamheidsverslag van KPN. Financieel directeur Chris Figee waarschuwde dat de stroomrekening dit jaar 10 miljoen euro hoger zal uitvallen dan vorig jaar. Voor het komende jaar houdt KPN rekening met een impact op de ebitda-marge van 1,5 procent (marge 2021: 44,5 procent). Het telecomconcern denkt de hogere elektriciteitsrekening te kunnen compenseren met prijsverhogingen en efficiencyverbeteringen. Het afsluiten van het verouderde kopernetwerk, dat veel meer stroom vreet dan glasvezel, moet verder helpen de winstmarges op peil te houden.

Het onderzoek in een notendop


Lang niet alle bedrijven geven inzicht in het verbruik van verschillende soorten energiebronnen – elektriciteit, gas, kolen – en de kosten hiervan. Om hier toch een inschatting van te maken hebben we (met een aantal slagen om de arm) een driestappenplan doorlopen. Onlangs deed ABN Amro een analyse van de meest energie-intensieve bedrijven in Europa en deze exercitie is daarop geïnspireerd.

Stap 1: Van uitstoot naar verbruik
De meeste bedrijven publiceren in hun jaarverslagen hoeveel koolstofdioxide (CO) ze uitstoten. Dat gaat dan om de directe (scope 1) uitstoot – denk aan de rook uit de fabriekspijp, maar ook de uitstoot van leaseauto’s van medewerkers – en de indirecte (scope 2) uitstoot, die voornamelijk ontstaat bij het opwekken van ingekochte elektriciteit.

Dat uitstootcijfer kan worden gebruikt om het energieverbruik in te schatten. Zo levert het verbranden van een kuub gas circa 1,8 kilo aan CO-uitstoot op. Omgerekend betekent dit dat de scope 1-uitstoot van 149 kiloton CO vorig jaar van Signify een gasgebruik vertegenwoordigt van ruim 82 miljoen kuub gas, gelijk aan 68 duizend huishoudens.

Stap 2: De impact van hogere energieprijzen
Na de inschatting van het energieverbruik is het mogelijk de impact van hogere energieprijzen te becijferen. Aangezien de hoge gas- en stroomprijzen vooral een Europees probleem zijn, is het van belang in kaart te brengen in welk deel van de wereld de energie wordt ingekocht. Aangezien bedrijven hier niets over rapporteren, is de plek waar het bedrijf zijn producten of diensten verkoopt (geografische omzetmix) als uitgangspunt genomen.

Vervolgens wordt het energiegebruik vermenigvuldigd met de stijging van de marktprijzen voor gas (scope 1) en elektriciteit (scope 2). Sinds het begin van het jaar is de gas- en elektriciteitsprijs in Europa respectievelijk verdrie- en verviervoudigd, zo laat de prijsvorming op virtuele handelsplaatsen zien. Enig rekenwerk toont aan dat Signify te maken krijgt met een extra kostenpost van 64 miljoen euro.

Stap 3: Hoe verhouden de hogere kosten zich tot de winst?
De hogere energierekening van ruim 60 miljoen euro is geen afrondingsverschil voor Signify. Vorig jaar boekte het concern een (aangepast) ebitda-resultaat van 985 miljoen euro. Als Signify er niet in slaagt haar verkoopprijzen te verhogen of andere kosten terug te dringen, zakt de operationele marge van 14,4 procent naar 13,4 procent.


Ingedekt
Ook chemiebedrijf DSM behoort tot de grootverbruikers. Topman Dimitri de Vreeze liet bij de halfjaarcijfers weten dat de aan energie gerelateerde kosten voor heel 2021 rond de 300 miljoen euro lagen, oftewel 3 tot 3,5 procent van de omzet.

Dat gaat niet om een afrondingsverschil bij een bedrijfsresultaat van 1,8 miljard euro vorig jaar (ebitda). Maar De Vreeze zei ook dat de blootstelling aan gasprijzen – die twee derde van de totale energierekening van 300 miljoen euro uitmaakt – voor dit jaar (60 tot 70 procent) en voor “een groot deel van 2023” is afgedekt met termijncontracten. Ook Basic-Fit – “gunstige tarieven voor 2022 en een groot deel van 2023” – Heineken – “50 tot 60 procent voor 2023” – en KPN – “65 procent voor 2023” – lieten weten goeddeels ingedekt te zijn tegen hoge prijzen.



Echt vergroenen
Door tijdig te hedgen kan de pijn van een hogere energierekening worden uitgesteld. Maar bij blijvend hoge prijzen is opwaartse druk op de kosten onvermijdelijk. Een cfo die wil voorkomen dat de marge wordt aangevreten, heeft drie opties: op kosten besparen door minder energiegebruik, energie zelf opwekken, of de rekening doorschuiven naar de klant.

De laatste optie – de prijzen opschroeven – zal gezien het verslechterende economische klimaat steeds moeilijker worden. Het consumentenvertrouwen zakt snel weg, spaargelden van huishoudens beginnen zoetjesaan op te raken en het lijkt een kwestie van tijd voor de werkloosheid gaat oplopen. Vooral bedrijven met beperkte prijsmacht die actief zijn in een concurrerende industrie, zoals Signify of Ahold, zullen serieus naar optie één moeten kijken: besparingen vinden of slimmer werken.

Zo hintte DSM er snel na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne al op dat het, als de gasprijs hoog blijft, meer kan produceren op andere continenten. Het concern heeft 200 fabrieken, waarvan een deel op plekken staat waar energie een stuk goedkoper is – denk aan de VS, Canada of China.

Veel topmannen zullen het zichzelf inmiddels verwijten dat de operaties niet eerder en sneller zijn verduurzaamd. Het rendement op investeringen in zuinige vrieskisten (Ahold), elektrische bezorgbusjes (PostNL) en zonnepanelen op daken van hoofdkantoren en fabrieken is de lucht in geschoten.

Energievreter Ahold Delhaize liet onlangs al weten dat het “in het licht van de crisis” de draai naar duurzame energie wil versnellen. Eind 2023 moeten de bezorgbusjes van Albert Heijn in de vier grootste Nederlandse steden allemaal elektrisch zijn.

Duurzaamheidsverslag moet niet dikker maar informatiever


-De hoofdstukken over duurzaamheid in het jaarverslag worden steeds omvangrijker. Toch is het op basis van de verstrekte informatie nog niet zo makkelijk om een inschatting te maken van de impact van hogere energieprijzen.

- In de meeste jaarverslagen wordt alleen de uitstoot gepubliceerd. Onduidelijk blijft veelal in welk deel van de wereld energie verbruikt wordt, en of dit stroom, aardgas of steenkool betreft. ASML en KPN publiceren relatief veel informatie en zijn een positieve uitzondering.

- Door de gebrekkige openheid hebben we aan de hand van uitstootgegevens de energiebehoefte van bedrijven ingeschat om daarmee de impact van hogere prijzen op de winst te taxeren (ook wel reverse engineering genoemd). Daar zaten wat slagen om de arm bij. Zo valt meestal niet te achterhalen of duur Europees of goedkoop Amerikaans gas wordt afgenomen.

- Veel bedrijven geven aan dat, vooral in Europa, gebruik wordt gemaakt van groene stroom.  Maar groen kent vele tinten. De indruk bestaat dat dit niet of slechts voor een beperkt deel gaat om stroom die is opgewekt met eigen zonnepanelen of windparken. Veelal wordt – in feite – groene stroom van derden ingekocht en het gebruik van grijze stroom gecompenseerd met het kopen van certificaten van geplante bomen. In de laatste gevallen wordt het concern nog steeds geraakt door hogere prijzen.

In onze analyse is geen rekening gehouden met het feit dat bedrijven hun energieprijzen in een vroeg stadium hebben vastgelegd. Daar is geen betrouwbare informatie over voorhanden.  Hetzelfde geldt voor besparingsprogramma’s of het verplaatsen van de productie naar andere landen als de energie-ellende aanhoudt.

 

 

 


VEB-lidmaatschap
Nog geen VEB-account?
Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken.
Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap